Mijn plek: ‘De Amstel staat voor mij op één’

Welke plaats vind jij het meest kenmerkend voor Noord-Holland? Dikkie de Vries uit de gemeente Aalsmeer hoeft er niet lang over na te denken: 'Wat ik kenmerkend vind voor Amstelland? De Amstel natuurlijk.' Wandel in gedachten mee langs de oevers van de Amstel, door de dorpen Nes en Ouderkerk.

‘De plek die een centrale rol speelt in de geschiedenis van deze streek is voor mij de Amstel,’ zegt Dikkie de Vries. ‘En dan vooral waar de rivier langs Nes aan de Amstel met het beeld van Betje Wolff en Aagje Deken en verderop door Ouderkerk stroomt. Aagje Deken is in Nes aan de Amstel geboren.’

Het standbeeld van Betje Wolff en Aagje Deken in Nes aan de Amstel. Dit beeld van Hans Bayens is in 1969 aan de oever van de Amstel geplaatst. Foto: Dikkie de Vries.

Aagje en Betje

Agatha Pieters Deken startte het leven in 1741 als boerendochter. Op vierjarige leeftijd werd ze wees. Familieleden konden haar niet in hun gezinnen opnemen en brachten haar onder in een weeshuis in Amsterdam. Daar groeide Aagje op in een vrijzinnig-protestantse omgeving. De boerendochter uit Nes aan de Amstel kreeg na haar goede opleiding enkele dienstbetrekkingen. Dat werk beviel haar echter niet en op 29-jarige leeftijd trok ze als ziekenverzorgster in bij een vriendin. Samen schreven ze een bundel stichtelijke gedichten. Aagje correspondeerde sinds 1776 met Betje Wolff.

De nacht dat haar man, predikant in Midden-Beemster, overleed, schreef Betje meteen een overlijdensbericht op rijm aan haar Aagje: ‘Ach Deken! Deken ach!/ Mijn waarde Wolff!/ mijn man, / In ’t holst des nagts… /  ‘k Zit voor zijn Ledekant te leezen; / Hij spreekt met mij, hij sterft, / Valt in mijn arm! Ik kan / Niet schrijven, Heemel! / moet ik juist alleenig weezen!’

Dat was in 1777. Aagje en Betje gingen sindsdien samen door het leven. Ze schreven samen tal van boeken. Verdienden goed, maar omdat hun geld slecht belegd bleek, eindigden ze in armelijke omstandigheden in Scheveningen. Ze stierven, negen dagen na elkaar, in november 1804. Als beeld is Aagje Deken teruggekeerd naar haar geboortedorp aan de Amstel.

Bij het Jagershuis heb je mooi zicht op de Amstel en de kerk. Foto: Dikkie de Vries.

Amstelkerk

Dikkie de Vries vertelt: ‘Op weg van ons huis in Uithoorn naar mijn werk in Diemen nam ik indertijd het liefst de route langs de Amstel. En voor je dan bij het Jagershuis Ouderkerk binnen komt, zie je de statige, stoer gebouwde, achttiende-eeuwse Dorpskerk aan de overkant. Wat hoger gelegen op de oever. Dat beeld gaf me altijd een warm gevoel van vertrouwdheid.’

Inderdaad is hier op een iets hoger gelegen oeverwal van de Amstel vermoedelijk de eerste kerk in Amstelland gebouwd. Op een mooie plek, waar Bullewijk en Amstel samen komen. Van de eerste kerk die hier rond het jaar 1000 stond, is niets meer te zien. De protestantse kerk die er nu staat, dateert uit 1775. Gebouwd in neoclassicistische stijl, het grondplan heeft de vorm van een Grieks kruis.

Dikkie: ‘Je moet eens om de kerk heen lopen. Daar staan banken vanwaar je heel mooi over de Amstel uitkijkt.’

Aan de overzijde van de Amstel zie je vanaf de Brugstraat in Ouderkerk de opvallende vroegere brugwachterswoning en daarachter het restaurant Loetje, waar vroeger De Oude Prins was gevestigd. Foto: Dikkie de Vries.

Tot rust

Dikkie de Vries heeft nooit in Ouderkerk aan de Amstel gewoond of gewerkt. Geboren in Tiel, opgegroeid in de inmiddels honderd jaar oude wijk Patrimonium in Amstelveen, heeft ze met haar eigen gezin gewoond in een dorpje in de omgeving van Brussel, in Amsterdam en Uithoorn. De laatste jaren heeft ze in Utrecht en Diemen gewerkt.

Dikkie: ‘Zodra ik de bebouwing verlaat en door de uitgestrekte polders langs de rivier rijd, kom ik tot rust. Hier haal je als vanzelf dieper adem.’

‘In mijn jeugd kwamen we eigenlijk alleen in Ouderkerk bij speciale gelegenheden, zoals een etentje bij De Oude Smidse, naast de klapbrug over het riviertje de Bullewijk. Toen ik enkele jaren geleden een oude schoolvriendin te logeren had, ze woont al tientallen jaren in Canada, hebben we haar met haar man mee uit eten genomen naar het restaurant waar in de tijd van onze jeugd De Oude Prins zat. Met zicht op de Amstel natuurlijk’, aldus Dikkie de Vries.

Prent uit 1736 van een trekschuit bij Ouderkerk aan de Amstel. Collectie Provinciale Atlas Noord-Holland, Noord-Hollands Archief.

Trekschuit

Het Jagershuis, Paardenburg – het is duidelijk dat Ouderkerk een belangrijk rustpunt was voor de schippers van de trekschuiten. Eind zestiende eeuw was er een regelmatige verbinding gekomen tussen Amsterdam en Utrecht. Per trekschuit over de Amstel, bij Ouderkerk dan de Bullewijk op en via Holendrecht, Angstel en Nieuwe Wetering naar Nieuwersluis en vandaar over de Vecht naar Utrecht.

Uit de tijd van de trekschuit dateert het etablissement Paardenburg uit 1702, De herberg, die werd gebouwd op de plek van een oude boerderij, kreeg een lange gevel. Met een topgevel op het lage dak. Er kwam ook een koetshuis met een stalling voor wel achttien paarden. Vorige eeuw legde de opvolger van de trekschuit, de stoomboot, aan voor Paardenburg en De Oude Prins.

Prentbriefkaart uit het begin van de vorige eeuw van de ‘Groote Brug’ over de Amstel in Ouderkerk. Rechts van de ophaalbrug de Sint Urbanuskerk, links de toren van de Hervormde Kerk. Collectie Provinciale Atlas Noord-Holland, Noord-Hollands Archief.

Brugzicht

Het restaurant De Oude Prins aan de Amstelzijde dateert oorspronkelijk uit 1636, maar is in de achttiende eeuw fraai uitgebouwd. In de tijd van de patriotten moest de naam worden aangepast. Patriotten keerden zich immers tegen Oranjes. En dus heette dit pand enige tijd Brugzicht. En tot 2004 weer De Oude Prins. Inmiddels heeft Loetje deze Oude Prins opgevolgd.

De naam Brugzicht doet vermoeden dat hier een brug heeft gelegen. De Brugstraat is nog te vinden in Ouderkerk, maar de brug zelf niet meer. Die is verplaatst naar het Openluchtmuseum in Arnhem. De dubbele ophaalbrug was een belangrijke schakel in de vroeger druk bereden route tussen Amstelveen en Diemen. Het was een kleine ramp wanneer er weer eens een boot tegen de brug was geklapt.

Het brugwachtershuisje van begin vorige eeuw herinnert aan de topjaren van de brug.

Brasserie Paardenburg aan de Amstelzijde. Ooit was hier een uitspanning voor de paarden die de trekschuiten voort trokken. Foto: Dikkie de Vries.

Dikkie de Vries: ‘Ook brasserie Paardenburg heeft zijn historische charme behouden. Het interieur van de grote zaal maakte een diepe indruk op mij. Zo mooi. Daar aan de Amstelzijde is het altijd een levendige boel geweest met al de cafés en eetgelegenheden. Met zicht op de vroegere buitenplaatsen in Ouderkerk, aan de overkant van de Amstel.’

Ze vertelt verder: ‘Mooi gelegen en ook bekend van vroeger is het Jagershuis dat je ziet als je Ouderkerk vanuit Nes aan de Amstel binnen komt fietsen. Het is eeuwig zonde dat deze vroegere uitspanning de laatste jaren erg in verval is geraakt. Je had er van het terras mooi zicht op de protestantse kerk, waar Amstel en Bullewijk samen komen.’

Indien buitenlanders haar zouden vragen wat de plek is die het best de ziel van Amstelland laat zien, heeft ze haar antwoord dus al klaar. ‘De Amstel, met de rust die uitgaat van de brede rivier. En dan vooral waar hij door het dorp Ouderkerk stroomt, met de mooie oude gebouwen. Hier voel je de historie.’

Tekst: Jan Maarten Pekelharing

 

Meedoen aan ‘Mijn plek’?

Neem ons mee naar de plek die jij kenmerkend vindt voor jouw streek in Noord-Holland. We kunnen er misschien in deze pandemische tijd even niet heen, maar we horen graag over het monument, plein, kerk, molen, natuurgebied of buurtje waar jij je thuis voelt. Stuur jouw ideeën in naar redactie@onh.nl en wie weet maken we binnenkort van jouw plek een verhaal!

Publicatiedatum: 27/01/2021