Grote Geus leidt de Opstand

De Nederlandse edelen stonden in de jaren zestig van de 16e eeuw voor een dilemma. Want moesten ze doen? Trouw blijven aan de eigen politiek van tolerantie tegenover de protestanten? Of trouw blijven aan de Spaanse koning Philips II die met zijn Inquisitie de protestanten vervolgde? Terwijl Willem van Oranje twijfelde, ontpopte een andere edelman zich tot leider van het gewapend verzet: Hendrik van Brederode.

Lees volgende verhaal

Filips II

De Lage Landen zijn halverwege de zestiende eeuw onderdeel van het grote keizerrijk van Karel V. Na diens aftreden in 1555 splitst het rijk van de Habsburgers zich op in een Spaanse en Oostenrijkse tak. Karels zoon Filips II wordt daarmee koning van de Spaanse gebieden, waaronder de Nederlanden. Filips II is in tegenstelling tot Karel een échte Spanjaard en bestuurt zijn gebieden het liefst vanuit Madrid. Hij houdt de Nederlandse edelen zo veel mogelijk buiten spel. Dertien jaar voordat de Tachtigjarige Oorlog uitbreekt, verliezen de edelen een deel van hun macht. Maar de edelen geven zich niet snel gewonnen.

Allegorie op de troonsafstand van keizer Karel V te Brussel, Frans Francken (II), ca. 1630 – ca. 1640. Beeld: Rijksmuseum

Inquisitie

Door de vele oorlogen tussen Frankrijk en Spanje vluchten veel protestanten naar het noorden. De eerste calvinisten houden in 1559 hun eerste godsdiensten in Holland. In de jaren die volgen groeit het aantal volgelingen enorm. Filips is echter een fel tegenstander van het nieuwe geloof. In tegenstelling tot de Lutherse leer, is het voor de calvinisten niet verboden om in opstand te komen tegen de overheid. Voor Filips bestaat er geen verschil tussen de belangen van de katholieke Kerk en die van Spanje. Hij trekt daarom een hardere lijn dan zijn vader. Protestanten worden met plakkaten bang gemaakt: de beruchte Spaanse Inquisitie komt de ‘ketters’ vervolgen.

Martelingen door de Inquisitie, Caspar Jacobsz. Philips, naar Bernard Picart, 1752 – 1789. Beeld: Rijksmuseum

Hendrik van Brederode

De edelman Hendrik van Brederode sluit zich in 1560 aan bij de protesterende adel. Van Brederode wordt in 1531 geboren in Brussel en dient in verschillende oorlogen onder Karel V. Hij is onder andere heer van Brederode, Schoorl, Bergen en de vrijstad Vianen. Van Brederode is kritisch op de rijkdom van de katholieke kerk: het volk lijdt terwijl de geestelijken er warmpjes bij zitten. Ook is hij het niet eens met het beleid van de nieuwe koning. De lage edelen worden steeds meer vervangen door ambtenaren, ‘geleerden’. Zo kiest Filips voor het bestuur van de Nederlanden voor de machtige geleerde Granvelle. Deze blaast de kettervervolging nieuw leven in. Dit is voor Van Brederode de druppel en hij kiest openlijk voor het nieuwe geloof. Hij laat de middel en lage adel bijeenkomen op kasteel Batestein in Vianen.

Portret van Hendrik van Brederode. Vervaardigd 1749. Beeld: Noord-Hollands Archief

Grote Geus

Van Brederode ondertekent als één van de eersten het Eedverbond van de Edelen. Dat was een verbond van de lagere adel met als doel de opheffing van Inquisitie en de verzachting van de kettermaatregelen. Zij stellen het Eerste Smeekschrift op, dat Van Brederode op 5 april 1566 aan de landvoogdes Margaretha van Parma overhandigt. Van Parma is door Filips aangesteld om de Nederlanden te besturen en wordt door veel bronnen als ‘onervaren’ en mild bestempeld. De landvoogdes is onder indruk van de grote stoet edelen, maar haar adviseur fluistert haar iets te hard toe: ‘vrees niet, mevrouw, het zijn maar bedelaars (geux)’.

De radicale Van Brederode citeert, drie dagen later, tijdens een feestmaal deze belediging: ‘ik drink op de gezondheid van de geuzen! Leve de Geuzen!’ Ziedaar de oorsprong van de geuzennaam, met als voorvechter Hendrik van Brederode, de ‘Grote Geus’.

Het verbond der edelen, 1565, Adolf Carel Nunnink, naar Antonis Aloisius Emanuel van Bedaff, 1823 – 1894. Beeld: Rijksmuseum

Hagenpreek in Overveen

Van Parma stemt in met het Smeekschrift. Dankzij het Eedverbond der Edelen komt er meer godsdienstvrijheid. Het is daarom geen toeval dat in het rechtsgebied van Van Brederode de eerste grote calvinistische kerkdienst in open lucht gehouden wordt. Duizend calvinisten uit Haarlem lopen in de zomer van 1566 over de twee kilometer lange Zijlstraat naar de duinen. Het gebied van Van Brederode, Tetterode of Tetteroo, is het huidige Overveen. Daar spreekt de voormalige monnik Peter Gabriël op de eerste, grote Hollandse hagenpreek. De mensen zijn ontevreden over de hoge belastingen en ze hebben honger. De nieuwe calvinistische leer biedt een alternatief. Niet lang daarna barst de Beeldenstorm los.

Openbare preek in het veld, 1566, Simon Fokke, 1782 – 1784. Beeld: Rijksmuseum

Van Oranje twijfelt

Filips II is woedend en stuurt de beruchte Hertog van Alva met een leger naar de Nederlanden. De belangrijkste edellieden durven niet openlijk in opstand te komen. De graaf van Egmont kiest de zijde van de regering en de Graaf van Hoorne trekt zich terug. Beiden worden in 1568 onthoofd op de Grote Markt van Brussel, wat volgens velen het officiële startsein van de Opstand betekent. De andere grote edelman is Willem van Oranje, die uit Brussel is gevlucht. Van Oranje steunt in het geheim het gewapend verzet, maar keurt het neerslaan van het verzet officieel goed. Hij wil het conflict met de koning vermijden: ‘Den Coninck van Hispangien, Heb ick altijt gheeert’. Dit levert hem kritiek op uit calvinistische hoek.

Willem I, prins van Oranje, Adriaen Thomasz. Key, ca. 1579. Beeld: Rijksmuseum

Leider van de Opstand

Intussen is Van Brederode druk bezig met het organiseren van het verzet. De Grote Geus brengt in Vianen een legermacht op de been en schiet calvinisten in Amsterdam, Den Briel en Delft te hulp. Keer op keer weigert hij een nieuwe eed van trouw aan Margaretha van Parma af te leggen. Maar dan wordt het geuzenleger van Van Brederode bij Oosterweel in de pan gehakt; 2000 mannen laten het leven. Vianen is nu niet meer te verdedigen en Van Brederode vlucht naar Duitsland. Daar bezoekt hij Willem van Oranje in zijn slot Dillenburg. Teleurgesteld over diens weigering om zich achter de gewapende opstand te scharen, schrapt hij de Vader des Vaderlands uit zijn testament. De Grote Geus overlijdt onverwachts in 1568 in ballingschap. Niet lang daarna kiest Willem van Oranje openlijk voor het gewapend verzet.

De Ruïne van Brederode. Beeld: Noord-Hollands Archief

Ruïne van Brederode

Het Kasteel Brederode bij Santpoort-Zuid is in de tweede helft van de dertiende eeuw gesticht, maar werd sinds 1492 niet meer bewoond. De halfbroer van de Grote Geus, Lancelot van Brederode was de kapitein van het verzet in Haarlem. Na het Beleg van Haarlem werd Lancelot onthoofd en het kasteel geplunderd en in brand gestoken. De Ruïne van Brederode is nog steeds te bezichtigen.

Bronnen

A. van Hulzen, De Grote Geus: en het falende Driemanschap (1995)

De oorsprong van de familie Tetteroo 

Written by:

Other posts by

Oneindig Noord-Holland maakt verborgen verhalen zichtbaar samen met:

Bekijk het gehele partneroverzicht