Frisse neus halen langs de Amstel: Van vliedende zorgen naar de kalfskop

Even de spreekwoordelijke ‘frisse neus halen’ is er soms noodgedwongen niet bij. Maar loop of fiets dan in gedachten even mee met een mooi tochtje van de Berlagebrug in Amsterdam naar de Bullewijk in Ouderkerk aan de Amstel. Pakweg tien kilometer met verrassende verhalen. Deel 2: Van vliedende zorgen naar de kalfskop.

We vervolgen onze tocht. Over de Amsteldijk van de Berlagebrug in Amsterdam op weg naar Ouderkerk aan de Amstel. Sta (in gedachten) even stil op de Amsteldijk 273. Dat hier, op de plek van begraafplaats Zorgvlied, in de 17e eeuw aan de Amsteldijk een buitenplaats heeft gestaan, kan je je voorstellen. De buitenplaats heette ‘Nooit Dor’, later omgedoopt in Zorgvliet.

Dat Zorgvliet werd halverwege 19e eeuw gesloopt. Van het eens zo mooie buiten was niets meer over. Slechts weiland kocht het gemeentebestuur van Nieuwer-Amstel hier om er een begraafplaats van te maken. Nieuwer-Amstel? Inderdaad, want het hele stuk van Uithoorn tot pakweg de huidige Ceintuurbaan in Amsterdam was toen van die gemeente. Pas later is het grondgebied van de stad tot de Kalfjeslaan bij Amsterdam gevoegd.

Impressie van Zorgvlied, 1996. Foto: Ton van Rijn. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Kronkelende lanen

Landschapsarchitect Jan David Zocher toverde het kale weiland bij de Amstel om in een begraafplaats in Engelse landschapsstijl, met kronkelende lanen en mooie doorkijkjes. In 1870 was Zorgvlied gereed voor de eerste uitvaart. De oude naam werd in ere hersteld, zij het niet met een t aan het eind. De belangstelling voor een laatste rustplaats op Zorgvlied nam zo toe, dat er al snel een uitbreiding moest komen. Voor de inrichting hiervan nam de gemeente de zoon van de oude Zocher in de arm: Louis Paul. Diverse landschapsarchitecten, ook anderen dan de Zochers, hebben Zorgvlied een geheel eigen sfeer kunnen geven.

Dwalend over de in totaal 60 km aan paden en lanen kom je langs imponerende praalgraven, zoals het mausoleum van Oscar Carré, en iets verderop ligt een eenvoudig, kleurig graf van kinderboekenschrijfster Annie M.G. Schmidt. Het hele terrein beslaat ongeveer 16 ha. Het is ook voor een toevallige passant een prima plek om in een groen decor tot rust te komen. Dankzij de duizenden bomen (samen bijna 200 soorten), de vrolijke zangvogels en timmerende spechten. Zorgvlied maakt niet voor niets deel uit van een ecolint tussen het Nieuwe Diep en de Nieuwe Meer. En dat pal naast de A10 en het ratelende railverkeer.

Luchtfoto uit 1975 van de aanleg van de Ringweg Zuid bij de Amstel; rechts van het dijklichaam ligt begraafplaats Zorgvlied. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Rozentuin

De Amsteldijk leidt onder de brede betonnen brug van de Ringweg door. Uitgerekend hier stond kwekerij Rozenoord, een fleurig geheel destijds. Met een rozentuin die begin vorige eeuw veel bezoekers trok. Je kon er in een paviljoen een kopje thee bestellen. In de crisisjaren kreeg de kwekerij het echter moeilijk en in het begin van de Tweede Wereldoorlog kocht Nieuwer-Amstel het terrein om Zorgvlied te kunnen uitbreiden.

Rozenoord – de brug over de Amstel is er naar vernoemd – kreeg tegen het eind van de Tweede Wereldoorlog een afschuwelijke bestemming. De bezetters fusilleerden hier vermoedelijk 140 mannen. De laatste fusillade betrof tien mannen die hier op 14 april 1945 – dus pal voor de bevrijding – werden neergeschoten. De stoffelijke resten gingen naar de duinen bij Overveen, maar na de bevrijding zijn de meeste herbegraven op de erebegraafplaats Bloemendaal.

Prent van kwekerij Rozenoord in 1916. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Lege stoelen

In het aangrenzende Amstelpark is een bijzonder monument gecreëerd door kunstenaar Ram Katzir ter herinnering aan deze slachtoffers van Rozenoord: je ziet er een grasveld met losjes verspreid tientallen betonnen stoelen. Bij de stoelen lees je de naam, geboorte- en sterfdatum van de gevallene. Deze stoelen in het Amstelpark zijn leeg en symboliseren daarmee de leegte die de slachtoffers van de bezetting achter hebben gelaten.

Het Amstelpark is een groen restant van de grote Floriade van 1972. Deze tuinbouwtentoonstelling trok zo’n vijf miljoen bezoekers. Het expositieterrein strekte zich uit tot het Beatrixpark bij de RAI. De Ringweg was toen nog niet in gebruik. Een foto uit 1970 laat zien hoe kaal het gebied toen oogde waar nu het groene geboomte van het Amstelpark oprijst.

Floriade op de plek van het huidige Amstelpark, augustus 1972. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

‘Plaisante’ hofstede

Wandelend, fietsend of in gedachten reizend komen we ten zuiden van de Rozenoordbrug bij Amstelrust. Langs de Amstel stonden eeuwen geleden tientallen buitenplaatsen, de een nog fraaier dan de ander. Op deze tocht zien we drie oudjes die de tijd hebben doorstaan. Amstelrust behoort daartoe. Het complex dateert van rond 1724, toen kruidenier Jan Steur dit vierkante buitenhuis liet bouwen. Tevoren hadden notabelen ook al hun buitenverblijven hier gehad en er elk een eigen naam aan gegeven.

In die tijd liep het grondgebied van dit buitenverblijf van de Amstel helemaal door tot wat nu de Amstelveenseweg is. Steur besloot zijn buitenplaats Amstelrust te noemen – en dat is sindsdien zo gebleven. Het was, blijkens een verkoopadvertentie van rond 1800, een ‘zeer plaisante extra  welgesitueerde’ hofstede. Enige tijd heeft hier kwekerij ‘De Tuinbouw’ gezeten. Later besloot een nieuwe eigenaar de tuin om te gooien en kwam er een park in landschapsstijl met slingerende waterpartijen.

Amstelrust aan de Amsteldijk, 1938. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Zwembad

Maar het bleef Amstelrust heten. Ook in de jaren – nu ongeveer een eeuw geleden – dat een Amsterdammer Amstelrust huurde om er een ‘sport- en recreatiecentrum voor de Amsterdamse arbeidersklasse’  van te maken. Inclusief een natuurzwembad met betonnen bodem. De plannen waren groots, maar het werd geen succes. De zaak ging failliet.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwam Amstelrust in Duitse handen en van binnen werd van alles uitgebroken om er de residentie van te maken voor de Ortskommandant (militaire officier die onder meer gaat over het vorderen van woningen en andere civiele zaken ten behoeve van het leger). Na de bevrijding was de buitenplaats hard aan een restauratie toe. Een deel van het park van Amstelrust is ten tijde van de voorbereidingen voor de Floriade opgegaan in het Amstelpark.

De ‘plaisante’ hofstede Amstelrust is nu een rijksmonument en in particuliere handen.

Zo schetste Jan de Beijer in de tweede helft van de 18e eeuw de Amstel met rechts de zijgevel van landhuis Amstelrust. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Rembrandt en de molen

Het is een mooi stuk waar we dit deel van de tocht langskomen. Amstelrust staat er nu zo vredig bij, de Amstel kabbelt loom en je hoort de vogels al enthousiast bezig in het Amstelpark. Verderop wachten Rembrandt en de Riekermolen. De meester schetst de Amstel – een beeld dat herinneringen oproept aan de eeuw dat ook hij hier rondgewandeld heeft, op zoek naar landelijke tafereeltjes voor zijn schetsboek.

Het beeld van de hand van Han Wezelaar dateert uit 1969 en is hier geplaatst aan de vooravond van Rembrandts 300-jarige sterfdag. In een gesprek met het dagblad De Waarheid zei Wezelaar dat voor hem aanvankelijk het zoeken was naar de juiste houding van de schilder. Wezelaar: ‘Hij is een forse vent geweest met een dikke buik. Dat is duidelijk. Doe je het precies zo in je beeld, dan wordt het een karikatuur. Op die manier moest ik het beslist niet maken. Je zoekt naar iets om Rembrandt in heel zijn intensiteit uit te beelden.’

Uiteindelijk koos hij voor een op een knie steunende schilder: ‘Ik heb geprobeerd het beeld van alle kanten profiel te geven. Je móet je steeds voorstellen wat het zal doen op de plaats waar het komt te staan. Het is een ideale plaats, daar aan de Amstel, die van het begin af vast stond. Precies op de plek waar het beeld komt te staan, heeft Rembrandt ook inderdaad zitten werken en ik stel me voor dat hij het in deze houding heeft gedaan’.

Eind mei 1970 werd deze foto gemaakt met links van het jaar tevoren onthulde beeld van Rembrandt de Riekermolen. Op de achtergrond staan enkele flatgebouwen van Buitenveldert. De fotograaf was hier was enkele jaren voor de opening van de Floriade (die was in 1972). Rechts stroomt de Amstel. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Busladingen

Mevrouw Wezelaar mocht het beeld onthullen en burgemeester Samkalden aanvaardde het namens het gemeentebestuur. Het is nu rustig, maar voor de coronacrisis stond het rond Rembrandt vol met buitenlandse toeristen die hier met busladingen tegelijk heen werden gereden. Het kan ook moeilijk mooier: Rembrandt, de molen en de rivier in één beeld.

De Riekermolen is overigens ook uit de tijd van Rembrandt. Van 1636 heeft hij de Riekerpolder (bij het dorpje Sloten, inmiddels opgeslokt door Amsterdam) droog gehouden. Tot in 1932 een machine de klus overnam en de Riekermolen stil viel. In 1956 werd deze achtkante grondzeiler afgebroken en enkele jaren later met enige aanpassingen weer opgebouwd aan de rand van de nieuwe stadsuitbreiding Buitenveldert. Af en toe helpt de molenaar mee met de machinale drooghouding van deze Buitenveldertse polder al vangen de flats en hoge bomen vaak wel veel wind weg.

De Riekermolen in de sneeuw. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

De kalfskop

Wat de drommen buitenlandse toeristen vermoedelijk niet wisten, is dat op het zo te zien braak liggende terrein tussen Rembrandt en de Kalfjeslaan ooit een bekend etablissement heeft gestaan: ’t Kalfje. Op de hoek van de Kalfjeslaan en de Amsteldijk. In 1670 – nog steeds de tijd van Rembrandt – woonde hier ene Jan Claesz Kalf, herbergier.

In de 19e eeuw was deze herberg populair, soms zag je een hele stoet rijtuigen staan bij het café-restaurant. Wie wilde kon dwalen in een doolhof. Het was natuurlijk ook een mooi doel voor een zomerse wandeling vanuit de stad. Na de Tweede Wereldoorlog leek het met ’t Kalf gedaan, totdat rond 1950 het etablissement onder grote belangstelling weer open ging. Het Amstelveens Weekblad meldde dat ettelijke bloemstukken en een grote fruitmand de eetzaal versierden. ‘Tussen het fruit lag een echte … kalfskop. Een passende symboliek!’

Nog geen twintig jaar later was het definitief afgelopen. Het pand werd gesloopt. Populair bleef het uitje naar ’t Kalfje wel, omdat ’t Kleine Kalfje – aan de overzijde van de Kalfjeslaan – de functie van het ’t (oude) Kalfje had overgenomen. Voorloper van ’t Kleine Kalfje was een boerderij. En hier stond een tol, je moest betalen om je weg te kunnen vervolgen. Een voorloper van de wegenbelasting.

Wij kunnen echter onbelast binnenkort onze tocht langs de Amstel vervolgen richting Ouderkerk en de Bullewijk.

Café-restaurant ’t Kalfje aan de Amsteldijk 354, foto van C.P. Schaap uit 1958. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Dit was het tweede deel van de wandeling langs de Amstel. Lees hier alle delen:
1. Van Berlage naar vrijend paartje
2. Van vliedende zorgen naar de kalfskop
3. Van ’t Kalfje naar Oostermeer
4. Van Ouderkerk naar Ouderkerk

Tekst: Jan Maarten Pekelharing

Publicatiedatum: 01/05/2020