UNESCO Werelderfgoed

In de provincie Noord-Holland liggen vier erfgoederen van wereldformaat: De Stelling van Amsterdam, Droogmakerij de Beemster en de Grachtengordel Amsterdam. Op het oog lijken deze UNESCO werelderfgoederen heel verschillend. Toch hebben zij veel gemeen. Ze vertellen het verhaal over de eeuwenlange strijd tegen het water, het ontstaan van een burgersamenleving in de Gouden Eeuw en de Hollandse traditie om ons land te ontwerpen.

Het vierde werelderfgoed, de Waddenzee, is als natuurgebied uniek in de wereld. Het is het grootste ononderbroken getijdensysteem van zandbanken en modderstromen op aarde.

Verhalen

De roemruchte geschiedenis van bankgebouw De Bazel

Het grote gebouw Vijzelstraat 32 werd tussen 1919 en 1926 gebouwd als hoofdkantoor voor de Nederlandsche Handel-Maatschappij (NHM). Het werd ontworpen door architect Karel de Bazel (1869-1923), in samenwerking met Dolf van Gendt (1870-1932), huisarchitect van de NHM, die onder andere het betonskelet van het gebouw ontwierp. Na het overlijden van De Bazel werd het werk voortgezet door zijn chef de bureau C. van der Linde. Het gebouw geldt als het hoogtepunt in het oeuvre van De Bazel.

>

Betje Wolff: vrijzinnig schrijfster in de Beemster

Elizabeth Bekker (1738-1804) beter bekend als Betje Wolff, kwam uit een calvinistische koopmansfamilie in Vlissingen. Op haar zeventiende werd ze geschaakt door een militair, wat beide geliefden duur is komen te staan. Betje wordt 'onder censuur' gesteld, de vaandrig vlucht naar Oost-Indië. Geminacht door haar familie komt ze in een sociaal isolement terecht. Door haar huwelijk met een eenendertig jaar oudere dominee uit de Beemster ziet Elizabeth kans haar benauwde leefomgeving te ontvluchten. Vanuit haar schrijfkamer op zolder bestookt zij de bekrompen Hollandse samenleving van die tijd met progressieve teksten.

>

Dagelijks leven op de stolpboerderij

We lezen:  "22 Koeijen, 6 veersen, 5 kalveren, 2 paarden, 31 schaapen en een partij eenden en hennen", dat was in 1758 de levende have van boerderij 'Het Rookhol' aan de Rijperweg in de Beemster, na het overlijden van boer Pieter Moerbuijk.

>

Fort beschermt Hoofddorp

Bij een vijandelijke aanval lag Hoofddorp veilig achter de Geniedijk. Alleen waar de Hoofdvaart de Geniedijk doorsneed zat een bres in de verdedigingslinie. Daar kwam dan ook een fort. En een sluis om de Hoofdvaart af te sluiten. De forten waren bedoeld om de zwakke plekken bij de inundaties af te dekken: de wegen en vaarten.

>

Agatha van Foreest ‘durft gelukkig zyn’ in de Beemster

Jonkvrouw was de uit Hoorn afkomstige Agatha van Foreest (1733-1801) en als weduwe was ze in 1775 hertrouwd met haar huisknecht Jan Schenk. Daar werd schande van gesproken, want Jan Schenk was als boerenzoon ver beneden haar stand. Waar nog bij kwam dat Jan gelovig katholiek was en Agatha gereformeerd. Maar Agatha trotseerde alle afwijzende kritiek, de verwijten van haar eigen kinderen inbegrepen. Om niet al te veel aanstoot te geven, had ze haar huwelijk overigens niet in haar woonplaats Hoorn, maar op haar buiten in de Beemster laten voltrekken. Dat buiten stond aan de zuidzijde van de Volgerweg.

>

De Stelling van Amsterdam verkennen

Met het Fortenspel, ontwikkeld in 2011 door de Waag Society in samenwerking met de provincie Noord-Holland en de deelnemende forten, kunnen jongeren en andere geïnteresseerden de Stelling van Amsterdam beter en op een andere manier leren kennen. De Stelling van Amsterdam verbergt een bijzondere geschiedenis. Deze voormalige verdedigingslinie werd tussen 1880 en 1914 rond de hoofdstad aangelegd. Hij is 135 km lang, telt 46 forten en batterijen en daarnaast liniedijken, genieloodsen, sluizen en munitiemagazijnen. De Stelling moest ervoor zorgen dat de hoofdstad behouden bleef als in een oorlog het leger gedwongen was de gewone verdedigingslinies op te geven.

>

Amstelland en Meerlanden: de Stelling van Amsterdam

De Stelling van Amsterdam kent een bijzondere geschiedenis en is een typisch Hollands staaltje militair vernuft. De voormalige verdedigingslinie van wel 135 kilometer lang, werd tussen 1880 en 1914 rond de hoofdstad aangelegd. Vele forten en batterijen, liniedijken, genieloodsen, sluizen en munitiemagazijnen moesten ervoor zorgen dat de hoofdstad behouden bleef als in een oorlog het leger gedwongen was de gewone verdedigingslinies op te geven. De Stelling heeft hiermee zelfs de Werelderfgoedlijst gehaald! Toch is het nog relatief onbekend bij het grote publiek.

>