Van Aakpad tot Zeeweg: straatnamen van Noord-Holland

Straatnamen vertellen veel over de historie van een plaats. Vroeger werden ze afgeleid van herkenningstekens, bekende gebouwen of oude ambachten. Later ontstonden er wijken met thema’s, zoals bomen, zeehelden of het koningshuis. Wat vertellen de meest voorkomende straatnamen ons over hun geschiedenis? En wat zijn eigenlijk de langste en kortste straatnamen van Noord-Holland?

Book 8 min

Straten zijn er al langer dat je misschien zou denken. De oudste wegen ontstonden vanzelf langs de (handels)routes die mensen aflegden van de ene naar de andere nederzetting. Het waren de Romeinen die hun wegen als eerste een naam gaven, toen ze in de eeuwen na Christus een groot wegennet door hun hele rijk aanlegden. De Via Appia en de Via Flaminia, genoemd naar respectievelijk Appius Claudius Caecus en Gaius Flaminius, die de wegen lieten aanleggen, behoren tot de oudste wegen met een naam. Het netwerk strekte zich zelfs uit tot in Nederland, waar grindwegen Romeinse militaire posten met elkaar verbonden. Vanzelfsprekend leidden alle wegen toen naar Rome.

Toch moesten we in Nederland nog een paar eeuwen wachten op de eerste straat met een naam. Pas toen kleine nederzettingen in de middeleeuwen uitgroeiden tot dorpen en steden, werden de eerste straatnamen opgetekend. Die waren veelal gelijk aan bestaande woorden, zoals markt, plein of kerk. Tegen het einde van de middeleeuwen evolueerden ze tot samenstellingen van een herkenningspunt (klooster, molen, toren) en een achtervoegsel (-straat, -steeg, -weg). Maar omdat er nog niets officieel werd vastgelegd, kwamen sommige straatnamen vaker voor en stonden andere straten bekend onder meerdere namen, die door de tijd heen ook nog eens veranderden. Zo heeft de Amsterdamse Damraksteeg onder meer Dubbeleworststeeg, Jan Cortensteegje en Romenijbootsteeg geheten.

Vroeger voerden onverharde zandwegen van dorp tot dorp. Collectie Provinciale Atlas Noord-Holland, Noord-Hollands Archief.

Navigeren in de middeleeuwse stad

Toch zal het niet moeilijk zijn geweest om je weg te vinden in een middeleeuwse stad, aangezien haast alle straatnamen afgeleid waren van zichtbare herkenningstekens. Dat kon een belangrijk gebouw zijn, zoals een kerk of molen, maar ook een groot huis of herberg met een aparte naam. Soms hadden straten een opvallend kenmerk, waar ze de naam Langstraat of Kromsteeg aan verdienden, en soms was hun ligging alleen relevant ten opzichte van de omgeving, dan werden ze Westerstraat of Noorderkade genoemd. Een naam kon ook afgeleid zijn van een beroep of functie: op de Amsterdamse Turfmarkt kon je turf kopen en aan de Lijnbaansgracht werden touwen geslagen. En was er niks opvallends aan de straat te ontdekken? Dan werd hij ook wel eens genoemd naar een persoon die er woonde, zelfs als die niet bijzonder bekend of belangrijk voor de gemeenschap was.

Zo ontstonden de meeste straatnamen in historische binnensteden op heel natuurlijke wijze. Maar langzaam groeide het besef dat je straatnamen ook zelf kon bedenken. Toen eind zestiende eeuw de wijk Lastage in Amsterdam werd gebouwd, kregen de straten namen in één thema: Jonkerstraat, Ridderstraat, Koningsstraat en Keizersstraat. Even later werd in de Jordaan hetzelfde principe toegepast, maar dan met bloemen. De Leliestraat en -gracht werden genoemd naar een huis dat ‘In de Witte Lelie’ heette. Vervolgens kregen de omliggende straten ook namen van sierplanten, zoals de roos, egelantier en anjelier. Op deze wijze ontstond de eerste bloemenbuurt van Nederland.

De Molenweg in Laren, genoemd naar de korenmolen, ca. 1930-35. Collectie Provinciale Atlas Noord-Holland, Noord-Hollands Archief.

Koningen en koloniën

In de Franse Tijd (1795-1813) werden veel zaken vastgelegd en gecentraliseerd. Het bevolkingsregister en kadaster deden hun intrede en er werd een centraal landelijk bestuur gevormd met gemeentes. Straten kregen officiële namen, die op houten straatnaamborden werden opgehangen. Elk huis in de straat kreeg bovendien een eigen nummer, zodat er geen verwarring meer kon ontstaan over wie waar woonde. Amsterdam was de eerste stad waar dat gebeurde, ter vervanging van het systeem van genummerde districten en panden. Gemeentes gingen voortaan lijsten bijhouden van straten, gebouwen en hun bewoners, maar pas na invoering van de Gemeentewet in 1851 werd het vaststellen van straatnamen een officiële taak van de gemeente.

Dubbele of te grimmige straatnamen werden direct aangepast, nieuwe buurten kregen voortaan meer samenhangende namen. Ze werden bijvoorbeeld genoemd naar nationale helden, geheel passend bij de geest van de negentiende eeuw. Staatslieden, zeevaarders, schrijvers, schilders en componisten kregen zo allemaal hun eigen straten, net als lokale bestuurders in de kleinere plaatsen. Bomenbuurten bleken eindeloos populair, op de voet gevolgd door geografische namen, bloemen, vogels en landbouwwerktuigen. Ook het Nederlandse koloniale rijk vormde een bron van inspiratie. Zo kreeg Amsterdam in 1900 een Indische Buurt en Hilversum in 1908 een Surinamelaan. En vanaf het aantreden van de geliefde koningin-regentes Emma in 1890 en haar jonge dochter Wilhelmina in 1898 werden namen van de koninklijke familie ineens dierbare straatnamen.

De Javastraat met watertoren in Den Helder, ca. 1920-30. Collectie Provinciale Atlas Noord-Holland, Noord-Hollands Archief.

Creatieve explosie

Tot in de jaren vijftig van de twintigste eeuw werden deze klassieke thema’s het meest gebruikt voor de naamgeving van nieuwe wijken. Door de woningnood volgend op de Tweede Wereldoorlog werden echter in zo’n hoog tempo nieuwe buurten uit de grond gestampt, dat men op zoek moest naar gloednieuwe straatnamen. Een explosie van thema’s was het gevolg. Zo komt het dat veel mensen in naoorlogse wijken wonen in straten die genoemd zijn naar edelstenen, scheepsonderdelen of muziekinstrumenten. Maar ook het achtervoegsel -straat of -weg werd steeds vaker vervangen of weggelaten, met creatieve -dreven, -horsten en -mossen tot gevolg. Soms bedacht men zelfs maar één naam voor de hele buurt, zoals in de wijk Graan voor Visch in Hoofddorp of het kleinere Jac. P. Thijssepark in Naarden, waar de huisnummers hoog kunnen oplopen.

Tegenwoordig moeten nieuwe straatnamen aan allerlei eisen voldoen. Ze moeten simpel, herkenbaar en representatief zijn. Natuurlijk mag niemand er aanstoot aan nemen en moeten ze passen bij de uitstraling van de straat en de wijk. Veel gemeentes hebben een speciale straatnamencommissie om nieuwe namen te bedenken. Deze worden dan goedgekeurd door het College van B&W of de plaatselijke gemeenteraad. Je kunt je voorstellen dat het in een stad als Amsterdam, die met bijna 5.000 straten de meeste straatnamen van Nederland telt, een flinke uitdaging is om originele namen te bedenken waar iedereen zich prettig bij voelt. Toch is het in een dorp, waar de gemeenschap een stuk kleiner is en des te meer betrokken bij de lokale besluitvorming, ook niet altijd even makkelijk.

Nieuwbouw in IJmuiden na de oorlogsvernielingen, ca. 1945-1949. De nieuwe wijk kreeg straatnamen genoemd naar verzetsstrijders, zoals de Homburgstraat, Van Leeuwenstraat en Warmenhovenstraat. Collectie Provinciale Atlas Noord-Holland, Noord-Hollands Archief.

Van Eg tot Haaldersbroekerdwarsstraat

Nederland telt ruim 250.000 straten, met flink wat dubbele namen. Zo zijn er al meer dan 500 straten die de naam Kerkstraat dragen. De kortste Kerkstraat is te vinden in Woerden (32 meter) en de langste in het Friese Haulerwijk (5,4 kilometer). Dat is dan ook meteen de meest voorkomende straatnaam, gevolgd door de Schoolstraat, Molenstraat, Dorpsstraat en de Molenweg. Allemaal traditionele namen van het middeleeuwse type, die wijzen op het grote historische belang van deze gebouwen en instellingen. Na deze top vijf volgen modernere namen, waarin onder meer het koningshuis veelvuldig voor komt: Julianastraat, Parallelweg, Nieuwstraat, Wilhelminastraat en Sportlaan. Deze trend zet zich ook na de tiende plaats voort in de Industrieweg, Beatrixstraat, Kastanjelaan, Stationsweg, Eikenlaan, Markt, Prins Bernhardstraat, Emmastraat en Beukenlaan.

De Kerkstraat in Ilpendam, 1925. Collectie Provinciale Atlas Noord-Holland, Noord-Hollands Archief.

In Noord-Holland zijn enkele van de langste én de kortste straatnamen van Nederland te vinden. De Burgemeester van Nispen van Sevenaerstraat in Laren en de Burgemeester van Hövell tot Westerflierpad in Halfweg staan op de vijfde en zesde plaats van langste straatnamen van Nederland. De achtste plaats wordt ingenomen door de Anthonij Michielsz van Voorthuijsenstraat in Den Helder. In het dagelijks gebruik worden dit soort straatnamen echter bijna altijd afgekort. De langste aaneengeschreven straatnaam is te vinden in Zaandam: de Haaldersbroekerdwarsstraat, met 26 letters. Op de tweede plaats, met één letter minder, komen de Noordhollandschkanaaldijk in Amsterdam en de Noordscharwouderpolderweg in Heerhugowaard.

Gezicht op krijtmolen D’Admiraal vanaf de Noordhollandschkanaaldijk in Buiksloot (tegenwoordig Amsterdam), ca. 1902-1912. Collectie Provinciale Atlas Noord-Holland, Noord-Hollands Archief.

De kortste straatnamen in Noord-Holland zijn tweeletterige woorden. Hierbij kun je denken aan Eg in Bovenkarspel, Ra in Huizen en Ye in Edam. Edam heeft ook de twijfelachtige eer plek te bieden aan de twee straten met de meeste medeklinkers achter elkaar: de Jan Huibrechtszstraat en de Hendric Dirckszstraat, die grappig genoeg op nog geen tweehonderd meter van elkaar te vinden zijn. Of we deze lange namen nu beschouwen als karakteristieke historie of administratieve ergernissen, dat ze ons iets vertellen over ontwikkelingen en waarden van vroeger staat buiten kijf. Om dat te zien, hoeven we alleen maar met andere ogen te kijken naar onze eigen straat. We voelen ons immers allemaal verbonden met de plek waar we wonen – en dát gevoel is zo oud als de straat.

Zicht in de Dorpsstraat van Nieuwe Niedorp, ca. 1905-1913. Collectie Provinciale Atlas Noord-Holland, Noord-Hollands Archief.

Tekst: Sarah Remmerts de Vries

De afbeeldingen uit dit artikel zijn afkomstig uit de Provinciale Atlas: de beeldcollectie van de provincie Noord-Holland, bestaande uit zo’n 82.000 prenten, tekeningen, kaarten en foto’s. Tezamen geven ze een prachtig beeld van hoe Noord-Holland er vroeger uitzag en in de loop van de tijd is veranderd. De Provinciale Atlas wordt beheerd door het Noord-Hollands Archief. Een groot deel van de collectie is tegenwoordig te raadplegen via de online Beeldbank.

Bronnen:

  • René Dings, Over straatnamen met name. Waarom onze straten heten zoals ze heten (Amsterdam 2017).
  • Overstraatnamen.nl.
  • ‘Straatnamen verklaard: verdwenen beroepen’, Oneindig Noord-Holland.
  • ‘”Kerkstraat” torent boven andere straatnamen uit’, BNR.

Publicatiedatum: 14/04/2022

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

NL | EN