Sluisjes in de Velserdijk

De Velserdijk is één van de oudste overgebleven dijktypes met sluisjes. Om die reden is de dijk een authentiek, waterstaatkundig zeldzaam geworden element in het landschap. Bovendien is de dijk, onderdeel van de IJdijken, van sociaalhistorisch en landbouwhistorisch belang vanwege de functie van bescherming van de weidegebieden.

Velserdijk met sluisjes

De Velserdijk is rond 1220 aangelegd als verlengstuk van de Spaarndammerdijk. De Velserdijk diende ter bescherming van het gebied gelegen tussen Spaarndam en Velsen. Achter de dijk lag de Velserbroek. In de dijk waren vier sluisjes gebouwd om de waterstand in de polder met gebruikmaking van de getijbeweging te regelen. De Laaglaandersluis in het noorden, de Hader- en de Oostlaandersluis in het oosten en de Westlaandersluis in het zuiden van de polder. De sluizen waren in eerste instantie houten duikerssluisjes, maar werden later vervangen door metselwerk.

Kaart van de Velserbroek, met rechts de Velserdijk met de sluisjes. Beeld: Noord-Hollands Archief.

Werking van de sluisjes

In de periode van november tot maart werden de sluisdeuren weggehaald zodat het water van het Wijkermeer vrij de polder in en uit kon stromen. Dit weghalen van de deuren gebeurde tot in de tweede helft van de achttiende eeuw. Omdat het in de zomermaanden niet mogelijk was om het zoete water in de polder te houden werden de sluizen in 1759 voorzien van valdeuren. Dit had als gevolg dat het binnenwater, wanneer nodig, in de zomer vastgehouden zou kunnen worden. Technisch gezien was het nu ook mogelijk om via de sluisjes het buitenwater gereguleerd in de polder te laten.

Restanten van de Hadersluis in 1973. Beeld: Noord-Hollands Archief.

De sluisjes

De sluisjes zijn allemaal zogenaamde duikersluizen of inlaten, bedoeld om (vers) water de polder in te laten. Het zijn gemetselde sluizen (sinds 1770), opgetrokken uit bakstenen. De Hadersluis is tot in de jaren dertig van de vorige eeuw functioneel geweest. Met de aanleg van het Noordzeekanaal tussen 1865 en 1876 en de daaraan gekoppelde inpoldering van het Wijkermeer en een deel van het IJ, verviel op den duur de getijbeweging, waardoor het voor de polder onmogelijk werd om via de sluizen voldoende water te lozen en binnen te laten. Bemaling werd noodzakelijk. De Oostlaandersluis is een rijksmonument en functioneert nog steeds. De sluis heeft zijn huidige vorm gekregen in 1770. Tijdens een ruilverkaveling in de jaren vijftig van de twintigste eeuw werd de Laaglaandersluis vergraven. De Hader- en Westlaandersluis bestaan nog, maar zijn bouwvallen geworden.

Het bestuur van de Velserbroek bij de pasgebouwde Oostlaandersluis in 1915. Beeld: Noord-Hollands Archief.

Uniek bewateringssysteem

Na proeven met bemaling werd in 1881 een stoomlocomobiel aangeschaft. Deze verplaatsbare machine moest in de winter aan de zuidoostkant van de Velserdijk water uitpompen en in de zomer aan de noordoostkant water inpompen. Na verloop van tijd bleek de capaciteit van de locomobiel echter onvoldoende, zodat men moest uitzien naar een beter bemalingssysteem. In 1914 werd een gemaal gebouwd dat de functie van de drie duikersluisjes overnam. De oude duikersluisjes getuigen echter nog steeds van een uniek bewateringssysteem van de polder.

Een kluitenbreker en een stoomlocomobiel. De locomobiel werd behalve voor het pompen van water ook gebruikt voor het aandrijven van ploegen en dorsmachines. Beeld: Noord-Hollands Archief.

Auteur: Eva van Dijk.

Publicatiedatum: 16/06/2011