Paviljoen Welgelegen ontvangt keizer en keizerin

Tijdens het verblijf van keizer Napoleon Bonaparte in Noord-Holland in oktober 1811 maakten ook de steden en dorpen in Kennemerland kennis met hun nieuwe heerser. Al was het maar kort, want Napoleon hield van opschieten. Meestal was hij in een flits voorbij.

Paviljoen Welgelegen, nu het Provinciehuis van Noord-Holland en zetel van het provinciale bestuur, kreeg tijdens Napoleons verblijf in Noord-Holland tweemaal keizerlijk bezoek: eenmaal van keizerin Marie Louise en de tweede maal van Napoleon zelf. Nog maar kort tevoren was Welgelegen een van de favoriete paleizen van Napoleons broer Lodewijk Napoleon, koning van Holland van 1806 tot 1810. Lodewijk Napoleon had Welgelegen in 1808 gekocht, maar hij had maar kort plezier van zijn ‘pavillion’. Vanwege de oplopende conflicten met zijn keizerlijke broer over het landsbestuur had hij in juli 1810 Nederland verlaten, nadat hij in Welgelegen de troonsafstand had getekend.

Bed van koning Lodewijk Napoleon, ca. 1810.

Bed van koning Lodewijk Napoleon, ca. 1810. Lodewijk Napoleon liet voor zijn Haarlemse paleis een groot aantal meubels maken. Een deel ervan is bewaard gebleven en staat in de Lodewijk Napoleonzaal in Paviljoen Welgelegen. Foto: meubelrestauratie Michiel de Vlam.

De oorspronkelijke eigenaar van Welgelegen was de schatrijke bankier Henry Hope. Hij had het neoclassicistische huis tussen 1786 en 1792 laten bouwen als zomerverblijf en onderkomen voor zijn vermaarde kunstcollectie. Hij was met zijn verzameling kunstwerken naar Engeland vertrokken toen de Franse revolutionaire legers in 1794 Nederland binnenvielen. Hopes aangenomen zoon verkocht het landhuis en de tuinen in 1808 voor 300.000 gulden aan Lodewijk Napoleon. Keizer Napoleon Bonaparte verklaarde tijdens zijn verblijf in Noord-Holland in 1811 Welgelegen tot Frans staatseigendom. Na Napoleons val viel het huis toe aan de Nederlandse staat. In 1930 trok het provinciale bestuur van Noord-Holland erin.

Paviljoen Welgelegen, gezien iets schuin van voren, vanuit het zuidwesten, 1791. Middenonder het wapen van Hope, 1792. Hermanus Petrus Schouten (1747-1822), Chr. à Mechel (1737-1817) en Benjamin Rodolphe Comte (ca.1760->1843). Beeld: Noord-Hollands Archief

Keizerin Marie Louise gebruikte op 17 oktober 1811 in Welgelegen het déjeuner. Zij was al ’s morgens vroeg uit Amsterdam naar Haarlem gereisd om Napoleon op te wachten. De keizer zou die dag na zijn tweedaagse inspectiereis door Noord-Holland uit Den Helder over Haarlem terugkeren naar Amsterdam. Maar uiteindelijk liepen de twee keizerlijke echtelieden elkaar mis. Napoleon arriveerde met zijn gevolg pas in de avond bij de Zijlpoort. Marie Louise was, in de veronderstelling dat haar man niet meer zou komen, toen al teruggekeerd naar Amsterdam. Adjunct-burgemeester Barnaart kon de keizer in het donker nog net de stadssleutels overhandigen. Daarna snelde de koets met Napoleon in ijltempo door de straten te stad weer uit. Van de luisterrijke ontvangst die het stadsbestuur in  gedachten had, kwam niets terecht.

Op 24 oktober hadden de Haarlemse bestuurders meer geluk. Op doorreis naar Leiden en Den Haag hield Napoleon ’s morgens vroeg twee uur halt in Haarlem. Burgemeester Barnaart kon alsnog zijn zorgvuldig voorbereide toespraak houden. Hij liet daarin onder meer weten dat deze ontmoeting met de keizer voor altijd ‘het schoonste van zijn leven’ zou blijven.

Paviljoen Welgelegen

Welgelegen in de tijd van koning Lodewijk Napoleon. Ets J. Wijsman, ca. 1825. Beeld: Noord-Hollands Archief, collctie Prenten en Tekeningen Provinciale Atlas

Na een ontvangst van de Haarlemse notabelen en een bezoek aan Teylers Museum reed Napoleon door de feestelijk versierde stad naar Welgelegen. Hij verleende daar audiëntie aan de officieren van het garnizoen en de commandant van de Garde d’Honneur. Over het bezoek schreef de pro-Franse Haarlemsche Courant twee dagen later: ‘Alle de genen welke het geluk hebben mogen genieten van de persoon van Z.M. te naderen, zijn doordrongen geweest van de goedheid en de vaderlijke zorg, waarmede de Keizer zich heeft willen bezig houden met de belangen van deze stad en de bronnen van welvaart van deszelfs inwoners’.

 

Publicatiedatum: 04/10/2011