Gastarbeiders bij Hoogovens (Velsen)

Sinds de fusie met British Steel in 1999 noemde het bedrijf zich Corus en sinds 2007 is het Tata Steel, maar het is nog wijd en zijd bekend als Hoogovens. Als een van de grootste industriële bedrijven van Nederland was deze Velsense gigant ook een van de eersten die in 1956 groepen 'gastarbeiders' naar ons land haalden. Tot 1964 waren dat voornamelijk Italianen en Spanjaarden. Bedoeld om te voorzien in een voorbijgaand tekort op de arbeidsmarkt zou hun verblijf in Nederland tijdelijk zijn. Dat dacht men tenminste in die jaren. Inmiddels weten we dat de praktijk meestal anders was. Voor hun tijdelijke verblijf had Hoogovens een origineel onderkomen bedacht. Tegen de noordelijke kade van het Binnenspuikanaal meerde men een oud passagiersschip af, de Arosa Sun, later gevolgd door een hotelboot, de Casa Marina. Inmiddels zijn deze 'woonboten' allang weer vertrokken, maar vele autochtone en allochtone bewoners van IJmuiden en Velsen bewaren er nog levendige herinneringen aan.

Wonen op een passagiersschip

De Arosa Sun werd in 1961 in gebruik genomen. Hoogovens had al sinds 1956 Italiaanse werknemers in dienst. De meesten van hen kwamen uit het zuiden van Italië. Ze kregen een contract aangeboden voor twee jaar, dat kon worden verlengd als Hoogovens en de werknemer dat beiden wilden. Tot 1961 vonden de Italianen een onderdak bij particulieren en pensions in de wijde omgeving, de meesten in Haarlem. In 1959 nam Hoogovens een groep Italianen over van de Staatsmijnen in Limburg. Ze waren afkomstig van het eiland Sardinië. De Sardijnen bevielen goed en de staalgigant concentreerde zijn werving in Italië nu op hun geboorte-eiland. Inmiddels werd het moeilijker voldoende onderkomens bij particulieren te vinden, dus ging het bedrijf op zoek naar een alternatief. Het vond dit op de markt voor oude passagiersschepen. De 18.200 bruto registerton metende Arosa Sun beschikte over ruime eetzalen en gezelschapsruimten en had meer dan voldoende sanitaire voorzieningen. Na een verbouwing bood het plaats aan 680 man in 263 hutten voor een tot vier personen. De ingebruikneming ging niet onopgemerkt voorbij: “Staalwerkers leven in voorbije luxe” kopte het Algemeen Dagblad op 21 april 1961.

Hotel op een ponton

Inmiddels ging Hoogovens ook gastarbeiders werven in Spanje. Reeds vanaf 1963 overtrof het aantal Spanjaarden het aantal Italianen. De opvangcapaciteit van de Arosa Sun en de pensions schoot opnieuw tekort. Daarom liet men in 1965 op een ponton een vijf verdiepingen tellend hotel bouwen dat naast de Arosa Sun werd afgemeerd. Gedoopt tot ‘Casa Marina’ bood het onderdak aan 250 man. Aangezien de Spanjaarden in de meerderheid waren, bevolkten zij voortaan de Arosa Sun en werd de Casa Marina een Italiaans onderkomen.

Casa Marina en Arosa Sun.

Gezien vanaf de oostelijke sluisdeur over het Noordzeekanaal naar het oosten. Links op de foto de cementfabriek ‘Cemij’. In het midden de Casa Marina en rechts daarnaast de als woonschip voor gastarbeiders in gebruik zijnde Arosa Sun. Beeld: aangekocht in 1968 van fotograaf P. Taag. Object: Hoogovens en Staalfabr., Kon. Ned. VTK / Cemij / Arosa Sun / Casa Marina.

Casa Marina en Arosa Sun.Casa Marina en Arosa Sun.

Voorzieningen op maat

In deze woonboten kregen de mediterrane werknemers maaltijden voorgezet zoals ze die in hun land en regio gewend waren. Dit gebeurde overigens pas nadat de Italianen hun onvrede over de Hollandse kost geuit hadden in een ‘spaghetti-oproer’ in oktober 1961. Er was lectuur in de eigen taal en op het bedrijfsterrein werden sportterreinen ingericht. De Spanjaarden en Italianen waren vrijwel zonder uitzondering katholiek. Het Bisdom Haarlem zorgde ervoor dat Italiaans en Spaans sprekende priesters beschikbaar waren voor hun zielzorg.

Eender maar ook anders

Bij de toewijzing van hutten of kamers hield men rekening met het ploegendienstritme van de werknemers. Ook leerde de praktijk al snel dat Sardijnen, Sicilianen en bewoners van het Italiaanse vasteland beter uit elkaar gehouden konden worden. Dit gold ook voor de Spanjaarden. Valencianen en inwoners van Cadiz en Bilbao kregen allen hun eigen verblijfsruimten. Hoewel aan praktisch alles was gedacht, moet men nu ook weer niet denken dat het om woonpaleizen ging. De woonboten lagen ook vrij geïsoleerd van de bewoonde omgeving, iets dat het toch wat eenzame bestaan van migranten in den vreemde versterkte.

Maand van de Geschiedenis 2015: Tussen Droom en Daad

Ieder mens heeft dromen en idealen, zo ook de gastarbeiders bij de Hoogovens in dit verhaal. Sommige dromen zullen altijd dromen blijven, maar andere worden verwezenlijkt. Verschillende dromen hebben geleid tot daden die vervolgens hebben bijgedragen aan de wereld zoals we die nu kennen: een product, beweging, ontmoeting, gebouw, politiek systeem of kunstwerk. Wat is er nodig om van een droom een daad te maken? In het kader van de Maand van de Geschiedenis 2015 (oktober) zijn hier dromen, dromers, daden en doeners uit het Noord-Hollands cultureel erfgoed verzameld. Voor alle verhalen over ‘Tussen Droom en Daad’, klik hier.

Bron

* M.C.M. van Elteren, Staal en arbeid. Een sociaal-historische studie naar industriële accommodatieprocessen onder arbeiders en het desbetreffend bedrijfsbeleid bij Hoogovens IJmuiden, 1924-1966. Band B. Periode 1956-1966 (Leiden 1986).

* Ter inzage in de bibliotheek van het Noord-Hollands Archief.

Publicatiedatum: 11/12/2010