Wat In Droste Omgaat

In de eerste helft van de jaren zestig kampten bijna alle grote Nederlandse ondernemingen met personeelstekorten. Droste Cacaofabriek (nu Dutch Cocoa BV) aan de Harmenjansweg 129 in Haarlem was toen nog een van de grootste bedrijven van de stad. Ook Droste had meer vacatures dan haar lief was. Die vacatures betroffen voor het grootste deel werkzaamheden waarvoor weinig of geen opleiding nodig was. In de landen om de Middellandse Zee was de situatie geheel anders dan in Nederland. Daar heersten werkloosheid en armoede. Droste sloot zich daarom aan bij de snel groeiende rij Nederlandse bedrijven die personeel gingen aanstellen uit landen als Italië, Spanje, Joegoslavië, Marokko en Turkije. We kennen deze werknemers nu nog steeds als 'gastarbeiders van de eerste generatie'. Bij Droste kwam veruit de grootste groep arbeiders uit Turkije.

Droste, Vriese Varkenmarkt.

Droste, Vriese Varkenmarkt.Droste, Vriese Varkenmarkt.

Van Afyon naar inpakafdeling

In het bedrijfsarchief van Droste vinden we meer dan tweehonderd kopieën van arbeidsvergunningen voor buitenlandse werknemers uit de periode van 1963 tot en met 1972. Veruit de meeste daarvan zijn verstrekt aan Turken uit de provincie Afyon. Bijna alle Turken uit Afyon kwamen uit het district Emirdag, een district dat overigens bijna net zo groot is als de provincie Noord-Holland. Emirdag ligt ongeveer in het midden van westelijk Turkije, ongeveer 180 kilometer ten zuidwesten van Ankara. Na Afyon waren Ankara en Kayseri de provincies waar meerdere gastarbeiders vandaan kwamen. Onder de 173 Turkse gastarbeiders bij Droste waren meer vrouwen dan mannen. Deze vrouwen werkten destijds meestal op de inpakafdeling. Vrijwel alle werknemers, of vijf vrouwen en acht mannen na, waren gehuwd.

Bestelwagen van de firma Droste.

Bestelwagen van de firma Droste.Bestelwagen van de firma Droste.

Wat In Droste Omgaat

De communicatie tussen de eerste generatie Turkse gastarbeiders en hun Nederlandse collega’s bleef door een taalbarrière oppervlakkig. Om dit te overbruggen vond personeelschef bij Droste, J.N. Landsman het belangrijk het verhaal van de werknemers uit Turkije met de Nederlandse te delen en uit te leggen om wat voor redenen zij naar Nederland waren gekomen. Het personeelsblad WIDO, ‘Wat In Droste Omgaat’, was daar een perfect platvorm voor. Hierin vertelde Landsman onder andere over de achtergrond van Yilmaz Dursun, werknemer bij Droste.

Yilmaz Dursun, eerste-generatie-gastarbeider

In de jaren zestig werkte Dursun als tractorbestuurder bij de grootste grondbezitter in zijn dorp. Hij raakte die baan kwijt toen zijn baas ging samenwerken met een andere grootgrondbezitter. Dursun was nu veroordeeld tot het armoedig bestaan van seizoenarbeider en besloot daarom weg te gaan uit Turkije.

Dursun kwam uit een dorp in de regio Cukurova in Zuid-Turkije. De grond was daar in handen van grootgrondbezitters in de stad, de boeren werkten als pachter op kleine percelen. Ze verbouwden katoen en graan. De helft van de opbrengst van de katoenoogst was voor de grootgrondbezitter, de andere helft voor de boeren. Het graan was voor eigen consumptie van de boeren bestemd.

Turkse werknemer.

Turkse werknemer.Turkse werknemer.

Bronnen

A. Ebeling en W. Hering, Droste: de geschiedenis van de Haarlemse cacao- en chocoladefabriek (Haarlem 1997).

Jak den Exter en Erol Kutlu, ‘Emirdag: over de effecten van migratie op een Turks district’, Migrantenstudies (1993), pp. 23-33.

J.N. Landsman, ‘Waarom Yilmaz Dursun wegtrok uit Turkije’, WIDO augustus-september 1974.

Alle bronnen zijn ter inzage in de bibliotheek van het Noord-Hollands Archief.

Dit is een routepunt van de fietsroute Migranten in Haarlem en Kennemerland.

Minder boeren, meer tractors

Na 1945 veranderde dit alles snel. Er werd een nieuw soort katoen verbouwd dat meer opbracht en de landeigenaren besloten dat de boeren nu genoeg hadden aan een derde, later zelfs een kwart van de opbrengst. De boeren werden er dus niet beter van (de landeigenaren wel) en mochten voortaan ook geen graan meer verbouwen. Met Marshallhulp kochten de grondbezitters in 1950 moderne tractors. Voor het werk op het land waren nu steeds minder boeren nodig.

Velen van hen raakten werkloos. Voor het schaarse werk in hun regio moesten ze ook nog concurreren met seizoenarbeiders. Die waren naar de regio gekomen omdat de nieuwe katoensoort in slechts drie weken in september geoogst moest worden. In de regio zelf waren in die drie weken niet genoeg mensen om dat werk te verrichten. Maar veel van die seizoenarbeiders zochten ook naar ander werk in Cukurova en door die extra concurrentie op de arbeidsmarkt daalden de lonen. In de jaren zestig heersten werkloosheid en armoede. Om die redenen voelden velen zich gedwongen werk te zoeken in het verre en tot dan toe onbekende West-Europa.

Het verhaal van Dursun is in allerlei variaties het verhaal van veel Turken uit de eerste generatie.

Publicatiedatum: 11/12/2010