Engelse graven bij de Engelmunduskerk

Op de dekplaat van een van de graven naast de Engelmunduskerk in Velsen-Zuid is deze tekst uitgebeiteld: 'In memory of John Shaw, foreman of excavators Amsterdam canal works, born at Sheffield, Yorkshire, England, september 5th 1812, died at Velsen april 10th 1867, aged 54 years'.

Shaw ligt daar begraven tezamen met vijf andere Engelsen, waaronder een meisje van vijftien jaar. Dit zijn de stille getuigen van een Engelse aanwezigheid in Velsen die elf jaar duurde. De Engelse tekst maakt al een beetje duidelijk wat die Engelsen daar deden. Shaw gaf leiding aan het graafwerk aan het ‘Amsterdams kanaal’, dat wil zeggen aan het Noordzeekanaal. Het Noordzeekanaal en het sluizencomplex in IJmuiden werden in opdracht van de Amsterdamsche Kanaal Maatschappij aangelegd door de Engelse firma Henry Lee & Son. Het werk begon in 1865.

Fantasietekening van de eerste spade in het zand van de Breesaap voor de aanleg van het Noordzeekanaal door directeur Boelen op 8 maart 1865. Beeld: Noord-Hollands Archief

Engelse aannemer in Nederland

Een Engelse aannemer die naar Nederland komt om een groot waterstaatkundig werk uit te voeren: dat zou nu niet meer zo een-twee-drie gebeuren. Maar toen in 1865 na veel deliberaties de aanleg van het Noordzeekanaal eindelijk begon, lagen de zaken anders. Voor de toen bestaande Nederlandse aannemerij was het project te groot, alleen Engelse aannemers bleken in staat om het voor een aanvaardbaar bedrag uit te voeren. Lee & Son had al ervaring opgedaan met de aanleg van de havenwerken van Dover, Portland en Chatham. Ook op het gebied van de baggertechniek en betonbouw lagen de Engelsen toen nog voor op de Nederlanders, al zou dat snel daarna veranderen. Maar in 1865 was de keuze voor een Engelse aannemer alleszins begrijpelijk.

De bekende kruidenierswinkel Stores van Scheeres, in Wijkeroog (Velsen-Noord). Rechts de kruidenier zelf, Dhr. J. Scheeres, in het midden de “knecht” Dhr. L.W. Kuiper, die de zaak later overnam, 1900. Beeld: Noord-Hollands Archief

Een Engels dorp

Voor het omvangrijke en prestigieuze werk aan het Noordzeekanaal en de sluizen nam de firma Henry Lee & Son haar eigen groep leidinggevend personeel mee uit Engeland. Voor hun huisvesting verrees in Wijkeroog, nu Velsen-Noord, een Engelse enclave. Het werk zou vele jaren gaan duren, dat was vanaf het begin bekend. Veel Engelse mannen namen daarom hun gezinnen mee. Voor hun verzorging kwamen er, op kosten van de aannemer, een Engelse winkel – ‘The English Store’ – en een Engels schooltje. Tussen 1865 en 1876 gaf John Shuker daar de Engelse kinderen les in wat we nu ‘eigen taal en cultuur’ noemen. In de hervormde kerk van Velsen werd iedere zondag een Engelse kerkdienst verzorgd. De Engelsen werden, heel toepasselijk, met een werktreintje naar het dorp gebracht. De leiding van de kerkdiensten was in handen van de Amsterdammer M.S. Bromett, een tot het christendom bekeerde jood uit Suriname.

Foto van een prent of tekening van de Engelmunduskerk in het dorp Velsen. Beeld: Noord-Hollands Archief

 

Het ‘Velser schandaal van 1866’

De Engelsen hadden dan wel de leiding, maar hoofdzakelijk Nederlandse polderjongens deden het zware graafwerk. Ze moesten dit werk doen onder gruwelijke en ondankbare omstandigheden. Lag het werk stil (vanwege vorst, zware regenval en dergelijke), dan kregen ze geen loon. Hun huisvesting bestond uit haveloze keten. Die werden gerund door meestal gewetenloze keetbazen die er onder andere voor zorgden dat de polderjongens een stevige borrel konden drinken. Op de tweewekelijkse ‘pay-day’ hadden velen van hen alweer een openstaande drankrekening bij de keetbazen. In 1866 liep een conflict over de loonbetaling volledig uit de hand.

Woedende polderwerkers gingen op zoek naar een nalatige werkbaas, maar konden die niet vinden. Maar omdat de gramschap zich sowieso ook richtte op de Engelse bedrijfsleiding werd de eerste Engelsman die men vond het slachtoffer. Dat was de stalmeester John Marrs. Met stokken en spaden gewapend zette de woedende meute de achtervolging op hem in. Marrs verzette zich met zijn geweer en schoot een van zijn belagers neer. Hij verschanste zich daarna in zijn huis vanwaaruit hij op zijn belagers bleef schieten. Toegesnelde veldwachters en dragonders deden meer kwaad dan goed. Marrs liep een schotwond op en zijn huis werd in brand gestoken. Een polderwerker ontfutselde een dragonder zijn zwaard waarmee hij de voor het vuur vluchtende Marrs een houw op het hoofd gaf. Die viel neer en werd nog verder mishandeld voordat eindelijk de orde hersteld kon worden.

Kerkhof Engelmunduskerk Velsen.

Kerkhof Engelmunduskerk Velsen. Beeld: Wikimedia Commons, foto Ab v.d. Meeren.

Grafstenen

Na deze gebeurtenissen versterkte men de Velser politie en grote onlusten deden zich niet meer voor. In 1876 kon koning Willem III het kanaal feestelijk openen. De Engelsen gingen weer terug naar hun eiland met achterlating van zes van hen die in Velsen hun laatste rustplaats vonden. Dit stille gedenkteken van hun aanwezigheid raakte in verval, maar is in 1988 geheel gerestaureerd.

 

Bronnen

* H.J. Calkoen, De Engelmunduskerk te Velsen (Velsen 1972).
H.W. Lintsen. Geschiedenis van de techniek in Nederland. De wording van een moderne samenleving 1800-1890.  Deel III, pp. 246-249 (Zutphen 1993).
* Siebe Rolle, Memoriael van Velsen. Een sociaal-economische beschrijving tot 1900 (IJmuiden 1995).
* F.P. Vermeulen, Losse herinneringen aan IJmuiden’s verleden (z.p. 1956).
* Theun de Vries, Dick Schaap en Siebe Rolle, Eene plaats van grooten omvang: 1876-1976 honderd jaar IJmuiden en het Noordzeekanaal (IJmuiden 1976).

* Ter inzage in de bibliotheek van het Noord-Hollands Archief.

Publicatiedatum: 11/12/2010