Monumenten opknappen gaat niet altijd van een leien dakje
Het is heel bijzonder om in een Zaans monumentaal huis te wonen, maar je moet er veel tijd en geld in steken. En de ondersteuning laat nog wel eens te wensen over.
>Het is heel bijzonder om in een Zaans monumentaal huis te wonen, maar je moet er veel tijd en geld in steken. En de ondersteuning laat nog wel eens te wensen over.
>In het zuiden van Zaandijk staat een molen met een wel heel lugubere naam: ‘De Bleeke Dood’ of ‘De Dood’. Tegenover deze molen stond eeuwenlang, in het uiterste noorden, watermolen ‘Het Leven’. De Zaandijkers woonden en leefden dus letterlijk tussen ‘het leven en de dood’ in. Bakkers uit het dorp waren tot aan de negentiende eeuw verplicht om hun tarwe tot meel te laten malen in de korenmolen. Door concurrentie, brand en andere omstandigheden raakte de molen in verval. Gelukkig werd De Bleeke Dood in 1950 aangekocht door Vereniging de Zaansche Molen, die hem liet restaureren en weer geheel bedrijfsvaardig maakte.
>Aan de Pinkstraat in Koog aan de Zaan staat een stukje levende geschiedenis: oliemolen Het Pink. Met zijn robuuste houten lijf en krakende wieken draagt de molen al meer dan vier eeuwen de sporen van stormen en branden. Als oudste nog bestaande oliemolen van de Zaanstreek is Het Pink een cultureel icoon. Sinds 1939 is de molen in bezit van De Zaansche Molen en is hij uitgegroeid tot hét symbool van de vereniging.
>De Gekroonde Poelenburg heeft net als veel andere Zaanse molens een turbulente geschiedenis. Zo zou iedereen die de groene houtzaagmolen ziet staan, nooit vermoeden dat hij eerst een andere naam én kleur had. Ondanks de vele eigenaren en verhuizingen staat de negentiende-eeuwse paltrokmolen (dankzij Vereniging De Zaansche Molen) nog steeds vrolijk hout te zagen.
>De Zaanstreek is niet alleen vermaard om zijn cacao, er stonden ook papiermolens die papier van onovertroffen kwaliteit maakten. De Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring is er op gedrukt en Beethoven schreef er zijn composities op. Een pas verschenen boek zet de Zaanse papiergeschiedenis op … papier.
>Noord-Holland kent veel plaatsen met bijzondere namen. Van sommige is de oorsprong snel vast te stellen, bij andere is het nodig om wat dieper te graven in het verleden. In deze serie verhalen onderzoeken we elke maand een andere regio van onze provincie, om achter de herkomst van de lokale plaatsnamen én bijnamen van de inwoners te komen. Deze maand: de Zaanstreek en Waterland.
>De bloei van handel en industrie in de Zaanstreek is voor een niet onbelangrijk deel te danken aan een aantal succesvolle doopsgezinde koop- en ambachtsfamilies. Het bekende ondernemersgeslacht Honig was één van hen. De familie was op meerdere fronten actief, maar is vooral bekend geworden van het gelijknamige voedingsmiddelenbedrijf.
>Puddingfabriek ‘De Bij’ werd vier jaar na de N.V. Stijfselfabriek ‘De Bijenkorf’ door Honig opgericht voor het maken van maïsstijfsel en later pudding. Tegenwoordig is de voormalige Honigfabriek een beeldbepalend industrieel gebouw aan de Zaan. Sinds 2011 heeft ‘studio puddingfabriek’ zich in het fabrieksgebouw gevestigd.
>Op een voorjaarsdag in 1928 arriveerde prins Hendrik, gemaal van koningin Wilhelmina, in Koog aan de Zaan om persoonlijk het Molenmuseum aan de Museumlaan te openen. Na afloop schoof hij aan tafel bij de familie Duyvis om een vorkje mee te prikken.
>‘Groeten uit de Zaanstreek’ is de titel van deze serie die voert langs schilderijen van typisch Zaanse landschappen met weiden, molens, fabrieken, sloten en vaarten en Zaanse houtbouw. De productie van Willem Jansen (1892-1969) was gigantisch. Vele duizenden schilderijen heeft hij gemaakt over alle mogelijke onderwerpen en thema’s. De Westzaner was dan ook een echte broodschilder.
>Dat de in Koog aan de Zaan geboren Jan Kruijver (1869-1950) een grote voorliefde aan de dag legde voor het afbeelden van molens, is niet verwonderlijk. Kruijver kreeg het met de paplepel ingegoten als zoon van een molenaar.
>De Elfstedentocht mag dan een roemruchte geschiedenis kennen die teruggaat tot de achttiende eeuw, de eerste Friese pogingen waren maar kinderspel bij de uithoudingsproef die een viertal schaatsers uit de Zaanstreek in 1676 leverde. Zij maakten een 320 km-lange rit door heel Noord-Holland.
>