We hebben
gevonden

775 jaar Haarlem in Teylers Museum

Met stadsgezichten, wetenschappelijke instrumenten en noodmunten uit de eigen collectie besteedt Teylers Museum aandacht aan het 775-jarig bestaan van Haarlem.

>

Kroniek van bezet Haarlem: de meidagen

Op vrijdag 10 mei 1940 werden de Haarlemmers, bij zonsopgang, gewekt door het aanhoudende gebrom van vliegtuigmotoren. Al snel voegde zich daarbij, vanuit de verte, het geluid van het luchtafweergeschut. Verward, niet wetend wat hun overkwam, liepen ze de straat op. Mannen en vrouwen, vaak in hun nachtgoed met daaroverheen een haastig aangetrokken jasje, stonden in groepjes bij elkaar en vroegen zich af wat er gaande was. De oorlog was begonnen, maar die werkelijkheid drong maar langzaam door. Even daarna kwam de bevestiging via de radio: ‘de Duitse horden’ waren Nederland binnengevallen.

>

Station Haarlem: de eerste spoorlijn van Nederland

De opening van de eerste spoorlijn van Amsterdam naar Haarlem op vrijdag 20 september 1839 was niet vanzelfsprekend: bedorven melk, ademhalingsproblemen voor de passagiers en molens die niet meer wilden draaien omdat het stationsgebouw te hoog zou zijn. Het waren een paar van de argumenten die tegenstanders van de spoorlijn in de strijd gooiden. Het mocht allemaal niet baten. Door de voortvarende aanpak van Koning Willem I, kwam er een spoorlijn tussen Haarlem en Amsterdam. Zelfs voor Europese begrippen behoorde het ingedutte Holland tot een van de koplopers met de opening van een spoorlijn in 1839. Het België van Koning Leopold I had reeds in 1835 voor het Europese vaste continent het unicum met de aanleg van de lijn Brussel-Mechelen.

>

De Lutherse Kerk in Haarlem

In een stille, tamelijk smalle straat, de Witte Herenstraat, ligt achter een gietijzeren hek een pleintje. De westelijke grens van dit pleintje wordt gevormd door de voorgevel van de Evangelisch-Lutherse kerk. De Haarlemse predikant, ds. D. Drijver, beschreef in 1925 de ontstaansgeschiedenis van zijn Lutherse gemeente. De eerste zin van zijn artikel zette de toon: “Evenals, op eene enkele uitzondering na in alle plaatsen van de Noordelijke Nederlanden, zijn ook te Haarlem de Lutherschen oorspronkelijk vreemdelingen geweest.” En zo was het. De ontstaanskern van de latere lutherse gemeenschap bestond uit een kleine groep Vlaamse vluchtelingen die zich na 1590 in Haarlem vestigden. De verdere groei ervan in de eerste tientallen jaren van de zeventiende eeuw kwam bijna geheel voor rekening van Duitse immigranten. Velen van hen waren uit Duitsland gevlucht voor het geweld van de Dertigjarige Oorlog, een uiterst bloedige godsdienstoorlog die pas in 1648 ten einde kwam. Anderen werden aangetrokken door de veel grotere welvaart in Nederland. De lutherse kerk werd een Duitse migrantengemeenschap die langzaam vernederlandste.

>

Turkse Moskee in Haarlem

De Islam is al geruime tijd, na het christendom, de grootste religie in Nederland. In het straatbeeld is dat niet direct te merken. Kerken zien we er genoeg, maar moskeeën zelden. Pas in de laatste jaren verschijnen er in de Nederlandse steden moskeeën die je door hun architectuur direct als zodanig herkent. Maar meestal vinden we een moskee nog terug in een oud gebouw in al even oude stadswijken. Als je niet kijkt naar het naambordje naast of boven de deur, loop je er voorbij zonder er iets van te merken. Ze zijn vaak ook klein.

>

De Kleine Haarlemmersluis (Haarlem)

In het westen van Spaarndam liggen nog wat resten van een oude sluis. Je ziet er een deel van een vloeddeur en een stukje van de sluiskolk. Er staat geen druppel water meer in, als het tenminste niet te hard geregend heeft. Ook de waterwegen die van en naar de sluis liepen, zijn gedempt. Wat we hier kunnen zien, zijn de overblijfselen van de zogenaamde Kleine Haarlemmersluis die functioneerde tussen 1519 en 1897. Er liggen en lagen meer sluizen bij Spaarndam, maar deze sluis was de enige die uitsluitend het belang van Haarlem diende.

>

Het Prinsenhof in Haarlem

De westvleugel van het stadhuis werd rond 1590 verbouwd tot logement voor de stadhouder en staat sindsdien bekend als het Prinsenhof. De vleugel behoorde oorspronkelijk tot het voormalige Predikherenklooster, het klooster van de Dominicanen, dat achter het stadhuis lag. In het Prinsenhof kregen schilderijen die na de reformatie eigendom waren geworden van de stad Haarlem een plaats. Zo hingen hier de zijluiken van het Drapeniersaltaar, die afkomstig waren uit de Grote of Sint Bavokerk, en geschilderd waren door Maerten van Heemskerck.

>

Nieuw bliksembezoek Napoleon aan Haarlem

Zondag 30 oktober werd in Haarlem groots stilgestaan bij de twee flitsbezoeken die Napoleon Bonaparte 200 jaar geleden bracht aan deze provinciehoofdstad. Op de binnenplaats van het provinciehuis wachtte de Saluutbatterij in historische klederdracht bezoekers op om vervolgens een historische scène uit te beelden. Cultuurwethouder Pieter Heiliegers van Haarlem benadrukte in zijn openingswoord de historische betekenis van Napoleon voor de stad en de gehele provincie. “Napoleon heeft de culturele erfgoedwaarde voor deze regio en voor heel Nederland ontwikkeld. Dat heeft Haarlem destijds wel veel geld gekost, omdat je als stadsbestuur in de ontwikkeling van de bureaucratie geen vrijheid had. Een ‘nee’ werd door het Rijk niet geaccepteerd, terwijl de stad daarvoor eigenlijk niet de financiële middelen had.”

>

Waar komt de naam Haarlem vandaan?

In de tiende eeuw werd de naam ‘Haarlem’ voor het eerst genoemd. En in 1245 kreeg de plaats haar stadsrechten, ruim zestig jaar eerder dan Amsterdam. De huidige hoofdstad van Noord-Holland kent dus een lange geschiedenis, maar waar komt de naam eigenlijk vandaan?

>

Keizerin beluistert orgelconcert in Haarlem

Tijdens het verblijf van keizer Napoleon Bonaparte in Noord-Holland in oktober 1811 maakten ook de steden en dorpen in Kennemerland kennis met hun nieuwe heerser. Al was het maar kort, want Napoleon hield van opschieten. Meestal was hij in een flits voorbij.

>

Waalse Kerk in Haarlem: waar vluchtelingen terecht konden

Al meer dan vierhonderd jaar is er elke zondag een Franse preek te horen in de Waalse Kerk op het Begijnhof in Haarlem. De hervormde kerk is in het verleden belangrijk geweest voor twee groepen vluchtelingen die zich in Haarlem vestigden.

>