De defensieve waarde van Haarlemmermeer

Het water vormde al in de vroege Nederlanden een belangrijke partner bij het weerstaan van vijandelijke invallen. Zo ook het Haarlemmermeer. In het begin van de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) vervulde het meer verschillende keren een belangrijke rol in de verdediging van steden tegen de Spanjaarden.

Book 7 min

Enkele voorbeelden van het militair belang van het Haarlemmermeer:

1. Het beleg van Haarlem

Tijdens het beleg van Haarlem door de Spanjaarden (1572-1573) was het Haarlemmermeer een belangrijke route voor de stad Haarlem om munitie en voedsel aan te voeren. De bestormingen van de stad door de Spanjaarden mislukten, mede doordat de Haarlemmers via het Spaarne en het Haarlemmermeer proviand en versterkingen binnen de stadsmuren konden krijgen.

Alleen met geweld kon het Haarlemmermeer worden afgesloten van verbindingen met de Nederlandse opstandelingen buiten Haarlem. Vandaar dat de vloot van de Nederlandse opstandelingen (Watergeuzen) en de Spaanse vloot op 26 mei 1573 een slag uitvochten op het Haarlemmermeer. De geuzen, strijdend aan de zijde van de prins van Oranje, werden door de Spaanse vloot verslagen. De geuzenvloot was weliswaar groter in omvang, maar de Spaanse schepen waren beter bemand en zwaarder bewapend. Na de slag op het Haarlemmermeer raakte de stad volledig geïsoleerd van de buitenwereld. Voor de bijna 21.000 uitgehongerde inwoners was er geen uitweg meer. Op 13 juli 1573 gaven ze zich over.

Het Beleg om Haarlem. Vervaardiger:

2. Het beleg van Leiden

Ook Leiden had militair profijt van het Haarlemmermeer, want bij het beleg van Leiden speelde het meer een rol als waterleverancier voor de inundatie (onderwaterzetting) van het gebied rondom Leiden. De Spanjaarden waren als gevolg hiervan genoodzaakt hun kamp op te breken en terug te trekken.

3. De Hollandse waterlinie

In 1672, bij de inval van het Franse leger, vormde het Haarlemmermeer een onderdeel van de Hollandse waterlinie. Deze linie van inundaties en natuurlijke watergebieden was tot in de twintigste eeuw de hoofdverdedegingslinie van Nederland.

Hendrik Cornelisz. Vroom, Gevecht tussen Hollandse en Spaanse schepen op het Haarlemmermeer, ca. 1629. Collectie Rijksmuseum Amsterdam.

4. Verdediging van Amsterdam

In 1805 ging het Haarlemmermeer deel uitmaken van de militaire posten van Krayenhoff en zo ontstonden enkele jaren voor de droogmaking rond 1843 aan de Ringvaart het torenfort Schiphol, het fort aan de Nieuwe Meer bij Sloten, het fort bij Heemstede en het fort aan de Liede), de voorloper van de Stelling van Amsterdam. Met de droogmaking van het Haarlemmermeer werd een einde gemaakt aan de belangrijkste natuurlijke barrière in de kringstelling van Amsterdam.

Toen de droogmaking begon, had Koning Willem II in navolging van zijn vader gezegd, dat het bestaande stelsel van inundatie tot verdediging van Amsterdam niet zou worden doorbroken. Als gevolg van de droogmaking zou er immers een grote vlakte ontstaan, die gebruikt kon worden voor een vijandelijke opmars naar de hoofdstad. Om te voorkomen dat de Haarlemmermeerpolder de zwakke schakel in de kringstelling rondom Amsterdam zou worden, moesten de nodige maatregelen genomen worden. In 1840 benoemde Koning Willem twee hoofdofficieren van de Genie tot leden van de ‘Commissie tot beheer en toezicht over de droogmaking van het Haarlemmermeer’. Beide officieren van de Genie brachten een afzonderlijk rapport uit aan de Commissie met te nemen maatregelen ter verdediging van Amsterdam. De voorkeur van de Commissie ging uit naar het rapport van Majoor J.G.W. Merkes van Gendt, die tevens adjudant van de Koning was. Het gevolg van dit rapport is geweest dat vier forten te Heemstede, Schiphol, het fort aan de Nieuwe Meer en aan de Liede zijn gebouwd.

Fort bij Schiphol, Fotograaf: Steenbergh, C.J.. Beeld: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort / Documentnummer ST-2.442.

Fortenlinie

Door de aanleg van deze forten onstond een fortenlinie langs de ringvaart in het noordelijk gedeelte van Haarlemmermeer. Deze linie was met haar vuurmonden gericht op het strakke wegennet van de nieuwe polder. Op deze wijze konden de forten de noordoostzijde van de polder beheersen. Inundatie leek door de bezwaren van de Commissie belast met de droogmaking van secundair belang. Er zou wel bij oorlogsdreiging een inundatiekade worden opgeworpen. Deze kade of dijk liep dan van het fort aan de Liede naar het fort Schiphol. Het gedeelte ten noorden van deze ‘noodkade’ kon zo droog blijven.

De Stelling van Amsterdam

In 1874 werd de Vestingwet in het parlement aangenomen en hierin werd onder andere bepaald, dat rond Amsterdam een nieuwe permanente kringstelling zou komen: de Stelling van Amsterdam. De Stelling had de functie van nationaal reduit, ofwel laatste toevluchtsoord voor het veldleger, in geval van een vijandelijke overrompeling en de koning en regering. Amsterdam, immers het economisch centrum van ons land, moest tot het uiterste verdedigd worden. In het tijdschrift Vragen van den Dag uit 1897 wordt gesteld dat: ‘zo Nederland eerst dan verloren, als ook Amsterdam zal zijn gevallen. Dat is een stuk geloof, daarover valt niet te twisten. Amsterdam was de ‘sleutel des rijks’ in deze eeuw van nationalisme.

Kaart Stelling van Amsterdam met de forten. Beeld: Noord-Hollands Archief, via Hans Dolman.

De uitvinding van de brisantgranaat

De minister van Oorlog, Jonkheer De Klerck, geeft in 1877 opdracht een plan te ontwerpen waarbij de hele Haarlemmermeerpolder binnen een te maken Stelling van Amsterdam komt te liggen. De hele stelling heeft een lengte van maar liefst 135 kilometer en bestaat uit 47 forten, die gemiddeld ongeveer 3 kilometer uit elkaar liggen.

De forten moeten natuurlijk voldoen aan de moderne militaire eisen. Door de uitvinding van de brisantgranaat rond 1885 zijn de forten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie al verouderd voordat ze nog maar net gereed zijn. De brisantgranaat heeft namelijk een veel grotere explosieve kracht dan de daarvoor gangbare, met buskruit gevulde granaten. Als antwoord op deze ontwikkeling worden de forten van de Stelling van Amsterdam niet meer gebouwd van baksteen, bedekt met een dikke laag aarde, maar worden ze opgetrokken uit 2 meter dik ongewapend beton. De forten worden minder hoog gebouwd dan vroeger en vallen dus nog minder op in het landschap, mede door de beplanting die wordt aangebracht. Kades tussen de forten zorgen voor de kering van het water in het inundatiegebied; een weg aan de “droge” kant van de kade vormt de verbinding tussen het ene fort en het andere.

“Op 1 november 1889 ging de eerstaanwezend ingenieur Majoor Pieter Cornelis Kool, een verbintenis aan namens de Staat der Nederlanden met het polderbestuur, vertegenwoordigd door Jonkheer Jacobus Willem Maurits van de Poll en mr. George Conrad Everwijn Lange, betreffende een door de Staat de Nederlanden aan te leggen: a) Slaperdijk met bijbehorende werken vanaf den Ringdijk nabij Vijfhuizen; b) een dubbele schutsluis met bijbehorende werken nabij Aalsmeer en c) twee forten naast den Ringdijk bij de genoemde begin- en eindpunten van den Slaperdijk nabij Aalsmeer en Vijfhuizen”.

Op 14 november wordt de overeenkomst goedgekeurd door de minister van Oorlog. Direct daarna wordt een begin gemaakt met de werkzaamheden. Bij Aalsmeer duikt de linie de Haarlemmermeer in. Het zuidelijke deel van de polder kan onder water gezet worden, het noorden moet droog blijven. De Geniedijk die als een wezensvreemd element dwars door de Haarlemmermeer snijdt, vormt de grens tussen beide gebieden. Hier vinden we ook de verdedigingswerken: fort bij Aalsmeer, fort Hoofddorp en fort bij Vijfhuizen. Tussen deze forten liggen nog kleinere verdedigingswerken, zogeheten batterijen.

Fort bij Aalsmeer, 1988. Noord-Hollands Archief / Beeldcollectie van het Historisch Archief Haarlemmermeer te Hoofddorp, Inventarisnummer NL-HlmNHA_Hmr_08518

Het Achterkanaal en Voorkanaal

Parallel aan de Geniedijk liggen twee kanalen. Het Achterkanaal aan de zuidzijde dient als inundatiekanaal, van hieruit kan het zuidelijk deel van de polder onder water gezet worden. Het noordelijke kanaal, het Voorkanaal, dient om de verschillende verdedigingswerken ook per schip te kunnen bereiken. Belangrijke verandering voor de Haarlemmermeer is de bouw van een schutsluis bij Fort Aalsmeer. Deze vormt de verbinding tussen de Ringvaart en het Achterkanaal. Na jaren van plannen voor een dergelijke sluis krijgt de Haarlemmermeer er één gedeeltelijk op kosten van de Staat. De sluis is een impuls voor de scheepvaart en de handel in de polder. Met name bietenschepen maken dankbaar gebruik van deze nieuwe verbinding.

Fort bij Hoofddorp. Beeld: Noord-Hollands Archief, via Hans Dolman.

De forten in Haarlemmermeer

In 1903 wordt begonnen met de bouw van de forten in Haarlemmermeer. Te Hoofddorp is vanwege het Rijk een begin gemaakt met de voorbereidende werkzaamheden voor de bouw van een fort. In 1906 komen de forten in Haarlemmermeer gereed.

De laatste bomvrije gebouwen bij de batterijen worden opgeleverd. Deze batterijen liggen aan de IJweg en de Rijnlanderweg tussen fort Hoofddorp en de beide forten aan de Ringvaart. In militaire kringen beschouwt men rond 1900 de Haarlemmermeerse linie als sterkste deel van de Stelling.

Auteur: Drs. Hans Dolman jr. (Haarlemmermeermuseum de Cruquius).

Publicatiedatum: 24/01/2022

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

2 reacties
  • Pieter Smit schreef:

    Geweldig Hans deze verhalen rondom de Stelling van Amsterdam! Ik heb met veel enthousiasme gelezen en heb er van opgestoken! Gr Pieter Smit van het Historisch Museum Haarlemmermeer

  • Hans Dolman jr. schreef:

    Bedankt voor je compliment Pieter!

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

NL | EN