De Opstand in 1572

Toen Alva de tiende penning probeerde in te voeren stuitte hij op groot verzet. Met de steun van de uitgeweken calvinisten naar Duitsland verwierf Prins Willem van Oranje een leger om Alva te verjagen. In de slag bij Heiligerlee in 1568 behaalde zijn broer Lodewijk een overwinning op de Spanjaarden, maar kort daarna werd hij verslagen door het Spaanse leger onder Alva. Daarop werd het plan beraamd enige steden te veroveren. Daartoe stelde Oranje zich in verbinding met de watergeuzen en vond ook voor korte tijd steun bij Koning Karel van Frankrijk.

Book 8 min

De watergeuzen

In 1572 slaagde dit plan volledig; in Holland, Zeeland, Friesland, Gelderland, Overijssel, Henegouwen en Brabant werden door de geuzen, Lodewijk van Nassau en de prins zelf een groot aantal steden veroverd. Te beginnen met Den Briel op 1 april 1572. Het stadje werd veroverd door de watergeuzen o.l.v. van Lumey en Treslong. De opstand en bevrijding van Enkhuizen vond plaats op 21 mei 1572. Op 19 tot 23 juli werd door de bevrijde steden een statenvergadering in Dordrecht gehouden, waarop men de prins van Oranje steun toezegde bij de voortzetting van de strijd en hem als stadhouder van Holland erkende.

Daarbij zouden de geuzen uit zee aanvallen, de prins vanuit het oosten en de Franse koning vanuit het zuiden. De Parijse broedbruiloft gooide roet in het eten. Vele protestantse kopstukken werden vermoord en Frankrijk viel af als bondgenoot. De prins was vrij somber hierover en toen hij op 20 oktober 1572 in Enkhuizen aan land ging was hij ervan overtuigd in Holland binnenkort zijn graf te vinden.

Portret van Willem I van Oranje. Gravure door Jacob Houbraken naar een tekening van Aert Schouman naar het schilderij van Michiel van Mierevelt, 1725-1780. Noord-Hollands Archief / Collectie van prenten van C.G. Voorhelm Schneevoogt te Haarlem, Inventarisnummer 2471.

Wigbolt Ripperda

Alva’s zoon Don Frederik (1537-1585) moordde op 2 oktober Mechelen uit en trok in noordoostelijke richting om een mogelijke verbinding tussen hulptroepen uit Duitsland en het centrum van de opstand in Holland en Zeeland te voorkomen. Zutphen en Naarden ondergingen het zelfde lot als Mechelen en de oostelijke en noordelijke provincies waren in Spaanse handen.

Don Frederik was intussen door getrokken naar Amsterdam en de Amsterdamse regering schreef aan de Haarlemse magistraat dat hij zich snel moest onderwerpen aan de Spanjaarden, want dan was er misschien genade mogelijk. Wigbolt Ripperda, aanvoerder van de geuzenbezetting in Haarlem was niet van plan dat Haarlem zich zou uitleveren aan de Spanjaarden. Nieuwe geuzenvendels trokken de stad in en verschillende Spaansgezinde raadsleden werden vervangen door prinsgezinde burgers. De Spaanse troepen onder leiding van Don Frederik trokken over de Spaarndammerdijk tussen het IJ en het Haarlemmermeer op naar Haarlem. Hij meende dat het Haarlemse verzet snel gebroken zou zijn.

Wigbolt Ripperda roept burgers en schutterij van Haarlem op tot verdediging van de stad, december 1572. Prentmaker:: Reinier Vinkeles (I), naar tekening van Jacobus Buys. Collectie Rijksmuseum, objectnummer: RP-P-1944-2294.

Het beleg van Haarlem

Op 20 december 1572 bestormden zijn troepen Haarlem. Met een verlies van honderden doden trokken de Spanjaarden zich terug. Lumey probeerde tegen het einde van het jaar troepen in de stad te brengen maar zijn leger werd verslagen. De invloed van de ruwe geuzenleider was danig verminderd. De prins liet Lumey afzetten en hij werd gevangen genomen, Tenslotte mocht hij het land verlaten en was zijn rol uitgespeeld. Het Spaanse leger moest tijdens de strenge winter het beleg voort zetten.

Vanuit Leiden werd met sleden over het dichtgevroren Haarlemmermeer proviand aangevoerd naar de belegerde stad. Onder de Spaanse belegeraars vielen in de tenten en de loopgraven vele doden met als gevolg dat Alva meer troepen stuurde. Een tweede stormloop volgde eind januari 1573 en mislukte. Don Frederik was tot de overtuiging gekomen dat Haarlem door de honger tot overgave kon worden gebracht.

Gezicht in vogelvlucht op Haarlem en omgeving tijdens het Beleg door de Spanjaarden. Hun kampementen, geschutsstellingen en leger ziet men op de voorgrond, alsmede het Regulierenklooster (midden), Leprooshuis (midden rechts) en Huis ter Kleef (rechtsonder). Op de achtergrond links een zeeslag op het Haarlemmermeer en rechts de Noordzee achter de duinen. Opschrift: “Het Beleg van HAARLEM”, gescheiden door een kleed met de legenda en het Haarlemse wapen. 1573, door: C. Decker, C. 1650-1685. Noord-Hollands Archief / Beeldcollectie van de gemeente Haarlem, Inventarisnummer 43604.

Govert ’t Hoen en zijn Vrijbuiters

In 1572-1573 hielden de Geuzen onder leiding van Govert ’t Hoen vanaf de 47 meter hoge kerktoren van de Grote- of Sint Joriskerk in Westzaan, de Spaanse schepen op het IJ in de gaten in verband met het beleg rondom Haarlem. Govert ’t Hoen werd wel getypeerd als een man, als David, klein van gestalte, voorzeker bruin van vel, maar ook als David groot van moed, die met al het vuur dat blaakte in zijn stoute borst, hijgde naar de gelegenheid om de Spaanse bedervers hun streken betaald te zetten. In maart 1573 met twee roei-jachten, bemand met 18 vrijbuiters op het IJ varende, zag hij een cornet Spaanse speerruiters, 125 man sterk, langs de Spaarndammerdijk van Amsterdam naar Spaarndam op weg naar Haarlem trekken. Omdat het Spaanse leger om Haarlem zeer gedund was, werden er telkens nieuwe versterkingen krijgsvolk heen gezonden. Door de invallende dooi was de dijk geheel doorweekt, zodat de paarden een heel eind in de tot pappige modder verregende kleibodem zonken. De soldaten vloekten dit akelig land, hetwelk hun de dienst zo moeilijk maakte.

Vrijbuiter ’t Hoen verdeelde zijn kleine bende in twee delen en legde ze op enige afstand van elkaar in het riet op de helling van de dijk in hinderlaag. Toen zij op het smalle gedeelte van de dijk gekomen waren versperde ’t Hoen hen met negen Vrijbuiters de weg, terwijl de negen andere Vrijbuiters hen van achteren aanvielen. Met hun lange roeren en verrejagers, polsstokken aan het ene eind van een spiets voorzien, die ook bij het springen over de talrijke sloten in dit waterland werden gebruikt, zetten de Vrijbuiters vanuit de hinderlaag de aanval in. Negen rokende lonten doen uit even zoveel roeren het geperste kruit ontvlammen, en op hetzelfde ogenblik tonen de ledige zadels en ruiterloze rossen, hoe goede schutters de Vrijbuiters zijn. ’t Hoen en zijn Vrijbuiters doodden alle 125 ruiters.

Zeeslag tussen Hollandse en Spaanse schepen en galeien op het Haarlemmermeer op 26 mei 1573 in een mislukte poging tot ontzet van Haarlem. Op de achtergrond het profiel van de stad Haarlem, waar een ontploffing plaats vindt. Vervaardiger: Hendrik Cornelisz. Vroom, in of na 1629. Collectie Rijksmuseum, objectnummer: SK-A-602.

De slag op het Haarlemmermeer

Met het oog op de belegering van Haarlem staken de Spanjaarden op 29 maart 1573 de Spaarndammerdijk bij Halfweg op twee plaatsen(!) door, opdat er schepen konden passeren om via het ondergelopen land Haarlem te bereiken. De slag op het Haarlemmermeer tussen de Geuzen en de Spaanse troepen vond plaats op 26 mei 1573. De Geuzen wilden het Spaanse beleg van Haarlem breken. Dankzij het Spaansgezinde Amsterdam konden de Spanjaarden hun schepen het Haarlemmermeer op laten varen. De weilanden aan de zuidzijde van Haarlem waren onder water gezet en dus onbegaanbaar, maar de stad kon langs deze kant via het water worden bevoorraad. Een blokkade van deze waterweg zou de stad tot overgave moeten dwingen.

In mei 1573 had de Spaanse vloot onder leiding van de Graaf van Bossu drieënzestig schepen op het Haarlemmermeer. De geuzenvloot onder leiding van Marinus Brandt telde meer dan honderd schepen, maar die waren slecht uitgerust en de wind stond gunstig voor de Spanjaarden, dus de Hollanders werden op het meer verslagen. Het restant van de vloot vluchtte naar Kaag en Oude Wetering waar Bossu’s luitenant François van Boshuizen nog eens eenentwintig schepen veroverde.

Wigbolt Ripperda werd op 16 juli 1573 op de Grote Markt onthoofd. Collectie Noord-Hollands Archief, Inventarisnummer 43697.

De wreedheid van de spanjaarden

Op 12 juli gaf het door ernstig tekort aan voedsel en andere levensbehoeften geteisterde Haarlem zich over aan Don Frederik de Toledo. Hij zou de bevolking sparen, maar deze belofte werd bij het binnentreden van de stad al geschonden. Huizen werden geplunderd en burgers en soldaten gevangen genomen. Driehonderd soldaten werden op de markt onthoofd, en nog eens twaalfhonderd man en vele burgers wachtte hetzelfde lot. De vijf beulen konden het werk nauwelijks aan en men besloot 246 dappere Haarlemmers rug aan rug te binden en in het Haarlemmermeer te verdrinken op de plaats waar nu het gemaal de Cruquius staat.

Uit het reisverslag van de monnik Wouter Jacobszn (1522-1595), die het waagde om slechts na een paar maanden na de inname van Haarlem door de Spanjolen, te voet van Amsterdam naar Haarlem te reizen: ‘Langs de wegen zag men op verschillende plaatsen zeer veel mensen hangen aan bomen, aan galgen en aan andere dwarshouten. Huizen zijn verbrand, kerken verwoest, en het land is onbebouwd, zonder enig vee. Tussen de vele kadavers van dieren die ik zo hier en daar aan de kant zag liggen zag ik ook een naakt mens midden op de weg liggen, precies in het spoor van de wagens. Het lijk was helemaal uitgedroogd door de zon en zo geplet dat het voor een normaal mens een schrik was om te zien’.

Diederik Sonoy. Collectie Regionaal Archief Alkmaar, Catalogusnummer PR 1001842.

Het Noorderkwartier

De Spanjaarden hadden door het bezit van Amsterdam en de verovering van Haarlem het gebied ten noorden van deze steden, het Noorderkwartier afgesneden van de rest van Holland. Don Frederik wilde eerst het Noorderkwartier veroveren, terwijl Bossu met zijn vloot vanuit de Zuiderzee het Noorderkwartier wilde aanvallen. Don Frederik trok in de nacht van 20 op 21 augustus 1573 het Noorderkwartier binnen om het beleg om Alkmaar te slaan. Op 18 september na een hevige beschieting volgde een stormloop op de stad.

Driemaal werd de stad aangevallen en leden de Spanjaarden grote verliezen. Na nog een aanval besloot Don Frederik de stad door uithongering tot overgave te dwingen. De prins van Oranje gaf de gouverneur van West-Friesland, Sonoy de opdracht de dijken door te steken en de Spanjaarden door het water te verdrijven. Op 8 oktober trokken de Spaanse troepen weg. Ontgoocheld verliet Alva op 18 december 1573 de Nederlanden.

Auteur: Drs. Hans Dolman jr. (Haarlemmermeermuseum de Cruquius)

Publicatiedatum: 26/05/2022

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

NL | EN