Wie was de oudste Haarlemmer?

De huidige Grote of St. Bavokerk was niet het eerste godshuis in het hart van de middeleeuwse stad Haarlem. Onder de zerkenvloer van de kerk werd onlangs voor de tweede keer het tufstenen muurwerk van een voorganger blootgelegd. Met daarbij een deel van een skelet, het oudste dat tot nu toe is gevonden in Haarlem. Wie was deze Haarlemmer en wanneer leefde hij?

Dat Haarlem een lange, rijke geschiedenis heeft, staat buiten kijf. Maar waar die geschiedenis begint, kun je over twisten. Bestaat Haarlem pas voor het eerst als de plaats in 1245 stadsrechten krijgt van de graaf van Holland? Of begint de Haarlemse historie al eerder, bij de eerste middeleeuwse hoeves op het zand langs het Spaarne? Of misschien zelfs wel bij de prehistorische jagers en verzamelaars die zesduizend jaar geleden in het gebied rondliepen? Oftewel: wie mag zich de oudste Haarlemmer noemen?

Om dit soort vragen te beantwoorden, wenden we ons tot de archeologie. De eerste officieel geregistreerde vondsten in Haarlem stammen uit de negentiende eeuw. Zo werden in 1843 bij werkzaamheden aan de Grote of St. Bavokerk de funderingsresten van een middeleeuwse voorganger aangetroffen. Een bijzondere ontdekking, die ons een hoop vertelt over de religieuze geschiedenis van de stad. Kerken waren immers eeuwenlang de belangrijkste plekken waar mensen samenkwamen voor de grote gebeurtenissen in het leven: geboorte, huwelijk en overlijden. Met de komst van een kerk, hoe klein ook, mag je dus pas écht van een nederzetting spreken.

Grote of Sint-Bavokerk te Haarlem, 1756. Beeldcollectie van de gemeente Haarlem, Noord-Hollands Archief.

‘Vermolmde doodsbeenderen’

Aan de oostkant van de Grote Markt, die destijds ’t Sandt heette, stond waarschijnlijk rond het jaar 1000 al een houten kerk, gewijd aan Sint Bavo. Dit was een dochterkerk van de kerk van Velsen. Vermoedelijk hebben de graven van Holland vanuit hun bestuurscentrum in de Abdij van Egmond de verering van Sint Bavo naar Haarlem gebracht. Na die eerste houten kerk volgden er een of meerdere bouwsels van tufsteen en kloostermoppen (middeleeuwse bakstenen). Het waren deze oude muren die men in 1843 aantrof, tijdens graafwerkzaamheden voor het oprichten van een monument ter ere van de waterbouwkundigen F.W. Conrad en Chr. Brunings.

De conclusie was snel getrokken: ‘Het is ondertussen aan geen twijfel onderhevig, dat reeds voor de stichting der tegenwoordige Groote Kerk, op het Zand, thans de Groote Markt, een parochiekerk gestaan heeft.’ Maar naast de ‘fondamenten, van meest onregelmatige duifsteen (tufsteen)’ trof men ook nog ‘verscheidene vermolmde doodsbeenderen; waarschijnlijk van begravenen op het Kerkhof, rondom de oude kerk’.

Kerkgangers voor het gedenkteken voor F.W. Conrad en Chr. Brunings in de Bavokerk, . , Noord-Hollands Archief.

Robuuste kerkmuren staan nog overeind

De restauratie van het grafmonument in 2014, waarbij alle marmeren elementen, inclusief de bodemplaat, opgelicht werden, bood de kans om deze vondsten nog eens nader te onderzoeken. Tussen 2014 en 2019 werden maar liefst vijftien werkputten gegraven in de kerkvloer. Al snel stuitten de onderzoekers op het zware muurwerk van de romaanse voorganger, dat een meter dik bleek te zijn en opgebouwd uit tufsteen, gevuld met schelpkalkmortel en kleinere brokken steen. Er is vastgesteld dat de kerk waarschijnlijk uit de dertiende eeuw stamt en zo’n twintig meter lang en tien meter breed moet zijn geweest. Dat is haast niet te vergelijken met de afmetingen van huidige gotische Bavokerk uit de veertiende en vijftiende eeuw.

De tufstenen muur aan de zuidzijde, tussen het grafmonument en het koorhek. De bakstenen muur hoort bij de fundering van de huidige kerk. Foto: Bureau Archeologie, gemeente Haarlem.

Bij de noordelijke tufstenen muur werd op twee meter diepte een deel van een skelet gevonden. Gezien de vreemde ligging, zo dicht bij een muur en niet netjes in een graf, hoorde dit skelet waarschijnlijk thuis in een oudere voorganger van de tufstenen kerk. Bij de bouw van de tufstenen kerk, wellicht op oudere funderingen, moet het skelet per ongeluk omgespit en verplaatst zijn. Een dijbeen en een heupbot zijn meegenomen voor datering. Hieruit bleek dat de botten tussen 1000 en 1045 óf tussen 1095 en 1145 begraven zijn. Dat maakt deze persoon de oudste Haarlemmer die tot nu toe gevonden is.

De 11e-eeuwse skeletresten van de oudst bekende Haarlemmer tot nu toe. Foto: Bureau Archeologie, gemeente Haarlem.

Leven in het oude Haarlem

Wat weten we over deze persoon? Het was waarschijnlijk een man, die tussen de 40 en 60 jaar oud is geworden. Maar veel meer valt er over hem niet te zeggen. Gelukkig weten we iets meer over de wereld waarin hij leefde. Haarlem was (en is) onderdeel van Holland, dat in de elfde eeuw geen zelfstandig gebied was, maar een ‘leen’ van de Duitse keizer. Omdat de keizer ver weg woonde, hadden de Hollandse graven het in de praktijk voor het zeggen. Het centrum van Haarlem werd destijds gevormd door de houten kerk op ’t Sandt en een grote stenen woning van de graaf, die zijn machtscentrum in de tiende eeuw van de Abdij van Egmond naar Haarlem verplaatst had. Het grafelijk hof trok allerlei handelaren en ambachtslieden naar de stad, waardoor de bevolking groeide.

Om dit oude stadscentrum heen breidde de nederzetting zich langzaam uit. Aan het stratenpatroon is nog te zien dat de stad oorspronkelijk bestond uit vroonhoeven op percelen van elk 16 morgen. Eén ‘morgen’ was iets minder dan een hectare groot; het was een stuk land dat in één ochtend geploegd kon worden en groot genoeg was om een familie van voedsel te voorzien. De graaf wees de percelen toe aan families, die op hun beurt als horigen plichten aan de graaf moesten vervullen.

Door de komst van handelaren en ambachtslieden werden er ook andere huizen gebouwd en kreeg Haarlem meer het karakter van een stad. Niet voor niets kende graaf Willem II in 1245 stadsrechten toe aan de nederzetting. Rond deze periode werd de stad ook ommuurd, maar dat zou onze oudste Haarlemmer niet meer meemaken. Hij leefde en werkte nog in het ‘oude’ Haarlem, op de grens van dorp en stad. Of hij een van de oorspronkelijke Haarlemse boeren was of een ambachtsman van buiten, zullen we nooit te weten komen. Op zijn dijbeen en heupbot na, is hij keurig onder de zerkenvloer van de Bavokerk blijven liggen. Die plek mag hij immers al bijna duizend jaar zijn thuis noemen – en dat kunnen niet veel mensen zeggen.

Kaart van Haarlem, 1572. Beeldcollectie van de gemeente Haarlem, Noord-Hollands Archief.

Tekst: Sarah Remmerts de Vries.

Met dank aan Anja van Zalinge, stadsarcheoloog van de Gemeente Haarlem.

Bronnen:

Publicatiedatum: 03/01/2022

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.