Zaanstreek kende een bloeiende cacao-industrie

De Zaanstreek kent een rijke traditie van cacao- en chocoladefabrieken. De eerste vracht cacaobonen arriveert in 1628 in de Amsterdamse haven, maar in die tijd is cacao nog een luxe product. Eind achttiende eeuw begint chocolade in prijs te dalen, zodat ook gewone mensen het kunnen betalen. Hoewel er vòòr die tijd wel enkele molens zijn die cacaobonen malen, komt de cacao-industrie in de Zaanstreek vooral in de negentiende eeuw op gang. Thijs de Gooijer, die de cacao-industrie langs de Zaan in kaart bracht, noemt Wormerveer een cacaodorp.

De eerste vracht cacaobonen arriveert in 1628 in de Amsterdamse haven, maar in die tijd is cacao nog een luxe product. Eind achttiende eeuw begint chocolade in prijs te dalen, zodat ook gewone mensen het kunnen betalen. Blooker is in 1813 de eerste Nederlandse fabriek die cacao en chocolade gaat maken.

Hoewel er vòòr die tijd wel enkele molens zijn die cacaobonen malen, komt de cacao-industrie in de Zaanstreek vooral in de negentiende eeuw op gang. In 1872 opent J. Pette een chocoladefabriek in Wormerveer. Er zullen er nog veel meer volgen. Thijs de Gooijer, die de cacao-industrie langs de Zaan in kaart bracht, noemt Wormerveer een cacaodorp.

Affiche van Cacao Blooker Amsterdam, ca. 1925. Collectie Stadsarchief Amsterdam, Afbeeldingsbestand B00000000218

In 1884 volgt aan het Noordeinde de door stoom aangedreven cacao- en chocoladefabriek van Trijntje de Jong-Schouten en haar broer Dirk. Ze krijgen zelfs een koninklijk predicaat en hun chocolade wordt ook buiten Nederland een begrip. Zo verschijnen er cacaoplaatjes in het Duits waarop een schaatsende heer zijn evenwicht verliest en pardoes de tafel met lekkernijen van Cacao de Jong uit Wormerveer omverkegelt. Het ijsfeest wordt afgelast, want zonder die ‘reiner Holländischer cacao’ is er natuurlijk niets aan.

In 1930 krijgt het succesvolle bedrijf een dreun die het niet meer te boven zal komen. Door een uitslaande brand worden de meeste fabriekspanden in de as gelegd. Gelukkig is alles goed verzekerd, zodat de 160 werknemers snel weer in een nieuwe fabriek aan de slag kunnen. Maar het is crisistijd, grondstoffen zijn duur, het bedrijf krijgt het moeilijk en uiteindelijk valt in 1957 het doek. Een papiergroothandel neemt de panden over en in 1993 worden de fabriekspanden gesloopt om plaats te maken voor appartementen. Alleen de naam van dat complex, Zaanstroom, vernoemd naar de schelpzandmolen waarmee het voor de familie de Jong in 1809 allemaal begon, herinnert nog aan het industriële verleden.

“sluitzegel de Jongs cacao 1920ies” door janwillemsen  gelicenseerd met CC BY-NC-SA 2.0

J. Pette

Maar goed, we hadden het dus over J. Pette. In 1870 begint hij aan het Hennepad in Wormerveer als grossier in onder andere cacao. Als zijn zoon er tien jaar later in slaagt om primitieve cacaobroodjes te maken, besluit zijn vader in de cacao te gaan. In de Marktstraat verrijst chocoladefabriek De Arend. Pette zal groot worden met het maken van betaalbare chocolade. Zijn hazelnootrepen van zeven cent vinden gretig aftrek en gaan de hele wereld over. Als het bedrijf in 1930 het vijftigjarig jubileum viert, werken er vierhonderd mensen. De firma bedrijf beschikt zelfs over een eigen sportvereniging. Maar dan breekt de crisis uit, het bedrijf raakt in grote problemen en in 1937 wordt het door concurrent Boon overgenomen.

Affiche Pette, Cacao en Chocolade. Wereldbekend Womerveer Holland. Beeld: © Het Geheugen/Koninklijke Bibliotheek – Nationale bibliotheek van Nederland.

W.J. Boon begint in 1813 aan het Schoolpad met het malen van cacao, in een oude blauwselmolen. Als hij in 1863 overlijdt, neemt zijn zoon J.W. de zaak over. In 1877 begint deze aan de zuidelijke Zaanweg een cacaofabriek, die ook het predicaat koninklijk krijgt.

Een advertentie uit die tijd geeft een aardig beeld van wat Boon zoal maakt. Zo verkoopt hij fraai gedecoreerde, vierkante bussen ‘gegarandeerd zuivere cacao.’ Je hebt bussen van één tiende, een kwart en een half kilo. Voorts verkoopt de firma ‘melk- en zoete chocolade’, in allerlei soorten en verpakkingen, naast poederchocolade, die zowel in bussen als in flessen wordt verpakt. En dat allemaal natuurlijk in ‘onovertrefbare kwaliteiten’ tegen ‘de billijkste prijzen.’

Vierkant cacaoblik met los deksel, “W.J. Boon, cacao”, veelkleurig, objectnr 66280-A-C.JPG. 1890 – 1920. Opdrachtgever: W.J. Boon gelicenseerd met CC BY-SA 3.0.

In 1936 fuseert Boon met de N.V. Russische Caramelfabriek. In de jaren na de Tweede Wereldoorlog komt de nadruk steeds meer te liggen op cacaofantasie, waar we de vermaarde koetjesrepen aan te danken hebben. In 1992 neemt zoetwarenfabrikant Klene/Goedhart (drop, chocolade) de firma over en wordt de productie naar Hoorn verplaatst. De monumentale gebouwen, te weten de cacaotoren en de chocoladefabriek, worden in de jaren negentig gerestaureerd, om plaats te bieden aan kantoren en appartementen.

De beroemde koetjesreep. Beeld uit het boek ‘Cacao langs de Zaan’. Foto: Arnoud van Soest.

Zoetwaren

En dan hebben we nog Cees Stolp en Jan Keijzer, die in 1907 in de Goudastraat in Wormerveer een zoetwarenfabriek beginnen. Ze maken er onder andere ‘eenheidsrepen’ van een stuiver. Cees Stolp heeft het vak in een bakkerij geleerd en behalve chocolade maakt hij ook nougat en fondant. In 1911 opent hij in de Tuinstraat een chocoladefabriek, die in 1915 in brand vliegt en weer wordt opgebouwd. Stolp moet een echte zakenman zijn geweest, want hij stort zich ook op de handel in partijen cacaobonen. Die partijen worden tijdens hun zeereis naar Nederland soms verschillende malen doorverkocht, zodat ze niet altijd in de Zaanstreek belanden. Maar geen nood, in dat geval gaat het personeel van de chocoladefabriek gewoon een potje kaarten, zo merkt Thijs de Gooier snedig op.

Cacao “Grootes”, Westzaan Holland, Ao 1825. Ontwerper/artdirector: J. Oudes, drukker: s.n., 1900-1925. Beeld: © Het Geheugen/Koninklijke Bibliotheek – Nationale bibliotheek van Nederland.

Paradijsvogel

Pieter Grootes mag ook niet onvermeld blijven, want in 1825 koopt hij een pand in Westzaan om op die plek een blauwselmolen neer te zetten. In 1840 trekt hij de Italiaanse vakman Senardi aan, die veel van cacao en chocolade af weet. Vanaf dat moment gaat Grootes cacao malen. Dat doet hij blijkbaar zó succesvol dat hij de hele wereld af reist om beurzen en tentoonstellingen te bezoeken. Op de wereldtentoonstelling van 1863 in Londen wint hij zelfs een eerste prijs.

In 1877 laat hij molen De Paradijsvogel afbreken en bouwt op die plek een door stoomkracht aangedreven fabriek, waar anno 1925 140 mensen werken. In dat jaar breekt er een grote brand uit. De brandweer weet de schade te beperken, maar om er zeker van te zijn dat de spuitgasten zich niet aan de chocolade te goed doen als ze de chocoladeafdeling inspecteren, moeten ze van hun commandant blijven zingen.

‘Hofleverancier’ Grootes overleeft de Eerste Wereldoorlog, ondanks stagnatie in de aanvoer van grondstoffen, en vervolgt daarna de productie van allerhande soorten chocolade, zoals pastilles, oublies, flikken, kattentongen en klimopblaadjes. Vanaf 1919 leveren ze couverture aan Verkade, die er bonbons van maakt.

Na 1926 moet Grootes inkrimpen, want de concurrentie is moordend, met cacao- en chocoladefabrieken als Van Houten, Bensdorp, Kwatta, Droste, Blooker, de Jonge, Pette, Boon en Ringers.

Het bedrijf zal uiteindelijk ook de Tweede Wereldoorlog nog overleven, maar in de jaren zestig krijgt Grootes concurrentie van de uit Amerika overgewaaide candybars, zoals Nuts en Mars. Ook is het moeilijk opboksen tegen goedkope en door de staat gesubsidieerde couverture uit België. Op 28 december 1968 valt het doek.

Vraag cacao en chocolaad “Grootes”, ontwerper/artdirector: D. & M. Grootes Gebroeders (Westzaan) drukker: s.n., 1900-1925 Beeld: © Het Geheugen/Koninklijke Bibliotheek – Nationale bibliotheek van Nederland.

Verkade

Uiteraard ontbreken de zoetwarenverkopers in het boek niet. ‘De chocolade van Verkade was een lekkernij met een internationale reputatie,’ aldus De Gooijer.

Het zou te ver voeren om alle cacaobonenverwerkers op te sommen die in dit zeer rijk geïllustreerde boek worden besproken, want daarvoor zijn het er gewoon te veel. De meeste cacao- en chocoladefabrieken zijn inmiddels niet meer. Ze zijn er mee gestopt, of ze zijn door grote concerns opgeslokt. De bekendste cacaoverwerkers in de Zaandstreek zijn momenteel Cargill en ADM, die samen méér dan een half miljoen ton aan cacaobonen verwerken. Cacaobonen die via de grootste cacaohaven ter wereld, Amsterdam, worden aangeleverd.

Voortaan cacao “De Zaan”fabrieken te Koog – Zaandijk. Ontwerper/artdirector: Jan Wijga, drukker: Smeets Offset, Weert.1952-1953. Beeld: © Het Geheugen/Koninklijke Bibliotheek – Nationale bibliotheek van Nederland.

Brandweer

Wie het boek ‘Cacao langs de Zaan’ leest valt het overigens op dat het nauwelijks gaat over de producten die van cacaobonen worden gemaakt. Sporadisch lees je over de reputatie van Zaanse chocolade, zoals je ook nauwelijks te weten komt of die nou wèl of niet lekker was. Waar je wèl alles over leest zijn de branden die al die cacao- en chocoladefabrieken in de as hebben gelegd. Dat gaat zelfs zo ver dat je, als je aan een nieuw hoofdstad over een cacaofabriek begint, al van tevoren weet dat die in de hens zal gaan. En dan niet één, maar soms meerdere keren.

Maar die brandverslagen zijn wel fascinerende kost. Op Tweede Pinksterdag 1917 breekt rond tien uur ’s avonds een groot onweer los, waarbij een bliksemschicht cacaomolen Kaar in Zaandam in vuur en vlam zet. Hoewel het stortregent, is er voor de brandweer geen houden aan, zo citeert Thijs de Gooijer kroniekschrijver Van Heijnsbergen. ‘Een onvergetelijk moment brak aan toen het vuur het riet van de molen had opgevreten. Plots stond de molen daar, naakt en hulpeloos.’ … ‘Twee volle slagen draaide dat alles en toen, na een korte pauze, alsof hij afscheid nam van onze wereld, stortte onder donderend geraas en geweld de molen ineen.’ Zucht.

‘Cacao langs de Zaan’ van Thijs de Gooijer is voor € 18,50 te bestellen in de boekhandel, bij www.bol.com  of bij Uitgeverij de Milliano (#595).

Voor dit artikel is, behalve van het boek ‘Cacao langs de Zaan’, ook gebruik gemaakt van informatie van Vereniging Zaans Erfgoed en Wikipedia.

Tekst: Arnoud van Soest

Publicatiedatum: 17/10/2020