Onze Jan in Korea

Op weg naar Japan strandt de Noord-Hollandse zeevaarder Jan Janszn. Weltevree in Korea. Dat hij het daar tot adviseur van de Koreaanse koning wist te schoppen, weten we dankzij Hendrick Hamel, een andere Hollander. Diens verblijf op het geïsoleerde schiereiland verliep heel wat minder prettig.

In een roeibootje naar Jeju

Met de VOC naar ‘de Oost’ gingen er zoveel. En dat er af en toe eens ergens een schip stuksloeg op een kust, dat was ook al niet heel erg uitzonderlijk. Maar dat een eenvoudige Hollandse knaap het schopte tot persoonlijk functionaris van een koning, dat overkwam alleen Jan Janszn. Weltevree. Hij was een jonge vent uit het Hollandse dorp De Rijp, waar hij werd geboren rond 1595. Op 15 maart 1626 monstert hij aan op het VOC-schip Hollandia voor een zeereis naar Oost-Indië. Een jaar later, in 1627, gaat zijn tocht weer verder. Met de Ouwerkerck vertrekt hij vanuit Batavia (nu Jakarta) naar Deshima in Japan, waar de VOC het alleenrecht heeft om handel te drijven met Japan.

Het is een tocht met veel tegenwind. Zoveel, dat de reis langer duurt dan gepland en het drinkwater aan boord van het schip opraakt. Om niet om te komen van de dorst wordt besloten om een stop te maken zodat de watertonnen gevuld kunnen worden. Het schip zet koers in de richting van het eiland Jeju, ten zuiden van Korea. Voor de kust stappen Weltevree en twee collega’s, Dirck Gijsbertz (eveneens uit De Rijp) en Jan Pieterse Verbast (uit Amsterdam), over in een roeibootje. Met z’n drieën peddelen ze naar het Koreaanse eiland.

schepen

Gezicht op Batavia, Hendrick Jacobsz. Dubbels, 1640 – 1676, collectie Rijksmuseum.

Niet meer weg

Wat ze niet weten is dat Korea een kluizenaarsstaat is. Niemand mag erin, en wie er toch in komt, komt er nooit meer uit. Weltevree en zijn maten lopen bij aankomst op Jeju direct in het oog. Nog voor de tonnen gevuld zijn met water, nemen Koreaanse soldaten de drie gevangen. Op de Ouwerkerck zien ze het gebeuren. Snel hijsen de mannen aan boord de zeilen en het schip vertrekt, met achterlating van Weltevree, Gijsbertz en Verbast.

Vanaf Jeju worden de drie over gebracht naar Seoul. Daar zitten ze een tijd gevangen, maar langzaam krijgen ze steeds meer vrijheden. Het is Korea er niet om te doen om mensen gevangen te nemen of om vreemdelingen te doden. De koning houdt zijn land zo gesloten mogelijk vanwege de voortdurende dreiging van de Chinese Mantsjoes in het noorden en de Japanners in het zuiden. Beide volkeren zijn al meerdere malen binnen gevallen.

Onze Jan heeft als gevangene een groot pluspunt: hij weet veel van buskruit en wapens. Dat is kennis die de Koreaanse koning Inio (1623-1649) goed kan gebruiken in het eeuwige conflict met de Japanners en de Mantsjoes. De koning benoemt hem tot zijn adviseur. Als koninklijk functionaris leeft hij aan het hof. Hij trouwt een Koreaanse vrouw en hij krijgt met haar twee kinderen. Na verloop van tijd neemt hij zelfs een Koreaanse naam aan: Pak Yon.

Met zijn twee maten loopt het minder goed af: zo’n tien jaar na aankomst in Korea sneuvelen ze als soldaten van de koning bij een inval van de Mantsjoes.

Illustratie: Peter Nuyten, Quest Historie.

Nog een Hollander

Van Jan Janszn. Weltevree zou nooit meer iemand iets hebben vernomen, als 26 jaar na hem niet nog een Hollander zou stranden in Korea. Hendrick Hamel is VOC-scheepsboekhouder, afkomstig uit Gorinchem. Op 18 juni 1653 monstert hij, 23 jaar oud, in Batavia aan op de Sperwer voor een reis naar Formosa (Taiwan). Vanaf daar vaart zijn schip door naar Deshima. Maar in zwaar weer gaat het voor de kust van Korea mis. De Sperwer slaat stuk op de rotsen van het Koreaanse eiland Jeju. De bemanning weet met moeite de kust te bereiken. Van de 64 man aan boord overleven er 36 het, onder wie Hamel.

Na een paar dagen op het eiland te hebben rondgedoold, worden ze gevonden door Koreaanse soldaten, die de schipbreukelingen gevangennemen. Korea voert nog altijd een isolationistische politiek: wie erin komt, komt er nooit meer uit. Een paar weken na het vergaan van hun schip ontbiedt de gouverneur Yi Wonjin de Hollanders. De verbazing bij hen is groot als ze bij de gouverneur een witte man met een rode baard treffen: het is Weltevree, die door de koning is gestuurd om op te treden als tolk.

Weltevree vertelt de mannen dat hij al 26 jaar in Korea is en dat ze weinig tot geen hoop hoeven hebben op een terugkeer naar huis. Net als Weltevree zullen de Hollanders de rest van hun leven hier moeten blijven. Ook Hamel en zijn mannen treden in dienst van de koning, als lijfwachten. Ze genieten weliswaar de nodige vrijheid, maar het is wel een armoedig bestaan. Hamel leert Koreaans, maar berusten in hun gevangenschap doen hij en de andere mannen niet. Ze proberen een paar keer te ontsnappen, zonder succes. Eén ontsnappingspoging komt ze erg duur te staan. Twee bemanningsleden, de opperstuurman en een busschieter (een kanonnier), spreken op een dag een bezoekende gezant uit Mantsjoerije aan, in de hoop dat hij hen kan helpen om uit Korea weg te komen. Het opzetje mislukt volledig en de twee worden in het gevang gegooid, waar ze na een paar weken overlijden.

Illustratie: Peter Nuyten, Quest Historie.

Beroemd in Korea

Hamel wordt voor straf met een paar man verbannen naar Gangjin, in het zuiden van Korea. Op dat moment zucht het land onder extreme voedselschaarste. Met bedelen weten de Hollanders zichzelf ternauwernood in leven te houden. Na zeven jaren in Gangjin komt Hamel in Yeosu terecht, ook in het zuiden van Korea. En daar lukt het eindelijk. In september 1666 weet hij met zeven man stiekem een schip te kopen. Ze varen ermee weg en weten uiteindelijk de VOC-handelspost in Japan te bereiken. Na dertien jaar gevangenschap zijn ze weer vrij. Als scheepsboekhouder hoort Hamel verslag te doen van de scheepsreis. In zijn Journael van de ongeluckige voyagie van ’t jacht de Sperwer schrijft hij over zijn gevangenschap, over wat voor land Korea is en hoe de mensen zijn die daar wonen. In zijn verslag schrijft hij kort over zijn ontmoeting met ene ‘Jan Janse Weltevree uijt De Rijp’. Weltevree zou nooit meer terugkeren naar Nederland, en zonder Hamels verslag zou nooit iemand ooit hebben geweten dat Jan het had weten te schoppen tot functionaris van de koning van Korea.

Jan Janszn. Weltevree geniet de eer de allereerste westerling ooit in Korea te zijn geweest. Het leverde hem een standbeeld op in De Rijp én in Seoul. In Zuid-Korea is zelfs een musical over hem gemaakt (Pak Yon met de blauwe ogen) en regelmatig duikt hij op in een serie of film in Korea, als een tot de verbeelding sprekend karakter.

En Hamel? Hij is de man die het Westen voor het eerst liet kennismaken met Korea. Dat heeft hem in Zuid-Korea tot nationale held gemaakt, met een status gelijk aan die van voetbalcoach Guus Hiddink. Hij heeft in Zuid- Korea zijn eigen museum, in Yeosu, maar ook in eigen land. In Gorinchem, waar hij 23 jaar voor hij in Korea strandde, geboren werd.

Standbeeld Jan Janszn. Weltevree in de Rijp. Foto: Stichting Jan Janszn. Weltevree.

Auteur: Monique Kitzen

Dit artikel is verschenen in de Quest Historie. Meer informatie vind je op de website van de stichting janjansznweltevree.nl: hier lees meer over het verhaal van Jan Janszn. Weltevree en de relatie tussen Nederland en Zuid-Korea.

Publicatiedatum: 15/10/2020