I00 jaar IBM in Nederland

ICT-bedrijf International Business Machines (IBM) werd in 1911 in Amerika opgericht en is vanaf 1920 officieel vertegenwoordigd in ons land. Toen verwierf Maurice Boas een agentschap, dat in 1940 omgezet werd in een volle dochteronderneming. In eerste instantie onder de naam Watson Bedrijfsmachine Maatschappij N.V. en na de Tweede Wereldoorlog als Internationale Bedrijfsmachine Maatschappij N.V. Momenteel heet het bedrijf simpelweg IBM Nederland B.V. Het boek '100 jaar IBM in Nederland' geeft, zonder technisch te worden, een mooi overzicht van de ontwikkeling van de ICT: van ponskaart en radiobuis tot USB-stick.

Het is opvallend dat lange tijd gepoogd werd zo’n beetje alles te leveren wat op het gebied van informatie- en tekstverwerking aan technologie voorhanden was. IBM kende grote successen en werd zelfs meermaals beschuldigd van monopolisme, maar beleefde ook zeer moeilijke tijden. Het bedrijf wist zichzelf evenwel telkens opnieuw uit te vinden en speelt ook nu nog een voorname rol in de wereld van de ICT, vooral op het gebied van dienstverlening. De ontwikkeling van hardware is echter zeker niet volledig in de ban gedaan en kent ook vandaag ware hoogstandjes.

De derde IBM-fabriek te Amsterdam (foto: Collectie Stadsarchief Amsterdam)

Meeste activiteiten in Noord-Holland

De hoofdzetel van IBM is altijd in Amsterdam geweest, maar nevenvestigingen verspreid over het gehele land zorgden voor een goede regionale aanwezigheid.

De provincie Noord-Holland is echter door de jaren heen dominant gebleven. Naast het hoofdkantoor waren ook de grote fabrieken gevestigd te Amsterdam, terwijl in Uithoorn een ontwikkelingslaboratorium heeft gestaan. In Blaricum zetelde van 1960 tot 1974 een internationaal opleidingscentrum annex conferentieoord.

De eerste grote fabriek stond vanaf 1951 aan de Tweede Kostverlorenkade te Amsterdam en daar werden zowel elektrische schrijfmachines als tijdregistratieapparatuur en administratiemachines vervaardigd. Eerder was er in dat pand een pantoffelatelier gevestigd.

In 1960 kwam complete nieuwbouw aan de Johan Huizingalaan gereed, die in etappes reusachtige vormen ging aannemen. Men specialiseerde zich daar in “schrijfmachines met het bolletje” en afgeleide producten. Die waren destijds revolutionair, want de ellende van in elkaar verstrikte typearmen was daarmee voorgoed voorbij omdat alle tekens op dat ene bolletje stonden. Dit was nog snel verwisselbaar ook, zodat iedere schrijfmachine apart voor het eerst een enorme hoeveelheid aan lettertypen ter beschikking had. Maar er waren méér voordelen. Zo was er geen beweegbare wagen meer, die menige bloemvaas van het bureau geslingerd had. De toetsaanslag was verder vederlicht en het apparaat kon een zeer hoge typesnelheid aan. Jarenlang werd dan ook op een IBM-machine het wereldkampioenschap sneltypen gewonnen.

Totdat de PC begin tachtiger jaren de schrijfmachine overbodig maakte, zouden er in Amsterdam in totaal enkele miljoenen van geproduceerd worden. Eveneens een productie van miljoenen stuks, maar dan per dag, betrof die van de ponskaarten. Al in 1938 begon IBM ze in Amsterdam te maken. De laatste fabriek, aan de Spaklerweg op Industrieterrein Overamstel, was zelfs nog tot begin jaren tachtig actief, mede dankzij de op zich vrij trage overstap van de Postcheque- en Girodienst (PCGD) naar slappe formulieren. Met name ouderen onder ons kunnen zich nog wel herinneren dat bij de betaal- en overboekingskaarten de pen vaak bleef haken in een gaatje als de handtekening gezet moest worden.

Overschrijvingsboekjes Postgiro (foto: Jan Carel van Dijk)

Laboratorium te Uithoorn

Zonder research geen nieuwe producten. Toen IBM (aanvankelijk de Computing-Tabulating-Recording Company genoemd) in 1915 een bedrag van $ 40.000 leende, ging daarvan meteen al $ 25.000 naar onderzoek en ontwikkeling. Sindsdien werden eerst in de USA en later over de gehele wereld laboratoria opgericht. Naast instituten voor fundamenteel onderzoek waren dat vooral ook centra voor toegepaste research. Het vanaf 1959 in meerdere fases in gebruik genomen ontwikkelingslaboratorium te Uithoorn was er daar één van. Architectenbureau Van Mourik zorgde voor een spraakmakende combinatie van gebouwen met een bijpassend tuinontwerp van Mien Ruys.

In de begintijd van de mechanisering en automatisering van administraties konden met grafietpotloden streepjes op ponskaarten gezet worden teneinde die te kunnen converteren naar machinaal leesbare gaatjes. Later ontstond er door speciale apparatuur te verwerken magnetisch schrift op slappe formulieren. Vooral Amerikaanse banken gingen daar gebruik van maken. Een doorbraak vormden optisch leesbare tekens die via gewone printers en schrijfmachines afgedrukt konden worden. Uithoorn ging vervolgens een grote rol spelen bij de ontwikkeling daarvan ten behoeve van met name de Europese markt.

Handschriftherkenning was in een vergevorderd stadium toen in de jaren 1976 tot 1978 de ontwikkelingsopdracht overgeheveld werd naar andere laboratoria en omschakeling naar een softwarecentrum volgde. Ondermeer kwam er de primaire verantwoordelijkheid voor één van de besturingssystemen van de grotere IBM computers. Halverwege de tachtiger jaren veranderde de missie opnieuw en was er sprake van IBM Intops (International Operations). Tienduizenden IBM-medewerkers in vele landen werden vanuit Uithoorn online bediend met geavanceerde databases voor technische en commerciële informatie. Omdat daar met het verloop der jaren minder ruimte voor nodig was en ICT-dienstverlening voor IBM steeds belangrijker werd, maakten systeemdeskundigen, software ontwikkelaars en projectleiders die voor klanten gingen werken hun entree. In 2004 kwam daarvoor meer geschikte nieuwbouw beschikbaar in de David Ricardostraat te Amsterdam vlakbij het hoofdkantoor en verliet IBM het complex.

De markante panden in Uithoorn werden in 2006 gesloopt op één element na: het iconische “torentje”. Deze kubus, met vliesgevels rondom een betonnen draagkern die daardoor lijkt te zweven, werd het hart van de nieuw ontwikkelde woonwijk Park Krayenhoff. Het bijzondere restant van het complex staat nu in een vijver en de kantoren maakten daar plaats voor drie luxe appartementen van een gehele verdieping met voor elk een deel van het gezamenlijke dakterras.

IBM Laboratorium te Uithoorn (foto: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed / A.J. van der Wal)

Historie te boek gesteld

De geschiedenis van IBM in ons land is naar aanleiding van de 100-jarige aanwezigheid alhier vastgelegd in een fraai geïllustreerd boek. Aan de hand van producten, diensten, huisvesting en gebeurtenissen krijgt de lezer een indruk van het assortiment en de marktaanpak door de jaren heen. Zonder technisch te worden, geeft deze publicatie in feite ook een mooi overzicht van de ontwikkeling van de ICT: van ponskaart en radiobuis tot USB-stick.

Het boek “100 jaar IBM in Nederland” kost € 14,95 plus € 5,00 verzendkosten. Voor meer informatie en/of bestellen: ibmmuseum@xs4all.nl 

Tekst: Jan Carel van Dijk

Publicatiedatum: 19/10/2020