Van kachel tot kabel: Een eeuw wonen

In de twintigste eeuw is ons leven enorm veranderd. De petroleumlamp werd vervangen door elektrische verlichting, de familiebedstee door een kingsize boxspring en de houten poepdoos door een luxe badkamer met warme inloopdouche. Hoe woonde een gemiddeld Nederlands gezin aan het begin van de vorige eeuw? En hoe veranderde het naoorlogse wooncomfort ons dagelijks leven? Reis met ons mee langs een eeuw woongeschiedenis.

Book 8 min

Rond 1900 leefden veel gezinnen onder slechte omstandigheden. Door de trek naar de steden heerste er grote woningnood. De bevolking groeide in rap tempo en steden barstten uit hun voegen. In 1850 waren er nog ruim drie miljoen Nederlanders, rond de eeuwwisseling was dat aantal toegenomen tot vijf miljoen. Met een gezin van wel tien personen in één kamer wonen, was toen heel gewoon. In die kamer werd gekookt, gepoept en geslapen, met meerdere generaties samen in een houten bedstede. Dat alles werd gedaan bij het licht van kaarsen of een petroleumlamp, want elektrisch licht was nog onbetaalbaar. Het armste deel van de stadsbevolking woonde in vochtige kelderwoningen of krotten in stegen en op achtererven. Zo’n één miljoen mensen moest destijds in dit soort sloppen zien te overleven.

Interieur van een krotwoning aan de Bruinistengang te Amsterdam, 1908. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Stromend water en riolering waren er nog niet. Vrouwen stonden met hun wastobbe op straat de was te doen. De behoefte werd gedaan in een emmer of een houten poepdoos, die soms gedeeld werd met de buren. Een deksel hield de ergste stank tegen. Eens per week werden de ‘drekstoffen’ uit de emmers opgehaald door de beerwagen, die de stinkende vracht als mest verkocht aan boeren en tuinders uit de omgeving. Dat systeem was al een hele verbetering op het lukraak lozen van uitwerpselen in sloten en grachten, dat een ideale voedingsbodem vormde voor besmettelijke ziektes. De Woningwet uit 1901 stelde richtlijnen op voor gezond en hygiënisch wonen, waardoor veel krotten onbewoonbaar verklaard konden worden en leefomstandigheden aanzienlijk verbeterden.

Keuken in de Jordaan mét waterkraantje, ca. 1900. Foto: Monique Vermeulen. Collectie Amsterdam Museum.

Een nieuwe standaard

Nieuwe woonwijken die in de jaren twintig en dertig aangelegd werden, waren dan ook gebouwd volgens moderne principes. De woningen waren groter, lichter en kregen een nieuwe indeling. Men kwam binnen in de gang, die toegang gaf tot allerlei verschillende, afgesloten kamers. Drie daarvan waren slaapkamers: één voor de ouders en twee voor de kinderen, zodat de jongens en meisjes zedelijk van elkaar gescheiden werden gehouden. Bedompte bedsteden waren uit den boze. Een andere deur kwam uit in de woonkamer, waar het liefst strakke meubels van hout, staal of glas stonden, ontworpen door Berlage en iets later Rietveld en Gispen. Mensen die hun goede smaak tentoon wilden spreiden, lieten hun woning in één keer inrichten met een bij elkaar passend ameublement. Uiteraard was dit soort luxe niet voor iedereen weggelegd. De warmte werd verzorgd door een enkele kolenkachel met, als het budget het toeliet, een goed gevulde kolenkit ernaast.

Huiskamer van een redelijk welgestelde familie uit de jaren ’20. Te zien in het Museum van de Twintigste Eeuw in Hoorn. Foto: Sarah Remmerts de Vries.

Ook was er een aparte keuken met een modern fornuis, soms zelfs met ingebouwde oven, en elektrische apparaten, zoals een mixer. Dit gemak werd mogelijk gemaakt door een onzichtbare revolutie. Verborgen in vloeren en muren liep een fijndradig elektrisch netwerk. Hoewel sommige gezinnen nog de voorkeur gaven aan het ‘gezellige’ petroleumlicht boven de gloeilamp, hingen destijds in veel huizen al elektrische lampen aan de plafonds. In de wanden werden stopcontacten aangelegd voor de stofzuiger. Ook de waterleiding en riolering hadden in de meeste huizen hun intrede gedaan. Toch kenden woningen uit deze tijd nog geen douche. Voor de wekelijkse wasbeurt kon men in de grote stad bij het badhuis terecht. De meeste mensen hielden het echter bij de teil, waarin het hele gezin om beurten gebruik maakte van hetzelfde badwater.

Keuken uit de jaren ’30 met fornuis en allerlei keukengerei. Te zien in het Museum van de Twintigste Eeuw in Hoorn. Foto: Sarah Remmerts de Vries.

Moderne familiewoningen

Dat bleef zo tot in de jaren vijftig, toen er veel nieuwe woningen gebouwd moesten worden om de naoorlogse woningnood op te vangen. Veel jonge stellen die bij hun ouders inwoonden, waren dolblij met zo’n nieuw appartement. Hoewel de gezinnen krompen, werden de huizen juist groter en comfortabeler. Waar het kon kreeg elk kind nu een eigen slaapkamer, vol met fantasierijke decoraties en speelgoed. Toch bleef het zorgen voor kinderen hard werken, want wegwerpluiers en plastic flesjes waren er nog niet. Gelukkig verschenen wel de eerste wasmachines, die vanwege de hoge prijs vaak werden verhuurd. Ook waren de nieuwe woningen voorzien van een badkamer met douche, bad of lavet (een combinatie van de twee). Oudere huizen beschikten zeker niet altijd over warm water. Vaak was er alleen op de benedenverdieping een waterleiding met koud water aangelegd. In de slaapkamer stond dan een lampetstel en onder het bed een po voor ’s nachts.

Kinderkamer uit de jaren ’50 met een keur aan speelgoed. Te zien in het Museum van de Twintigste Eeuw in Hoorn. Foto: Sarah Remmerts de Vries.

In de woonkamer was ruimte voor vermaak: de zondagse krant lezen, luisteren naar de radio of platen draaien op de grammofoonspeler, die in de jaren veertig zijn intrede had gedaan. Hoewel de eerste televisieprogramma’s al uitgezonden werden, was een tv toestel nog een zeldzaamheid. Er werd vaak in een café of bij de buren tv gekeken. Slechts een paar uur per dag werd er op één zender beeld uitgezonden. Toch werd de wereld dankzij deze nieuwe media weer een stukje groter. Hoewel de jaren vijftig bekend staan als een saaie, burgerlijke tijd, probeerde de nieuwe generatie jongeren zich juist los te rukken uit de vooroorlogse waarden van hun ouders. Tieners kregen voor het eerst zelf geld te besteden en kochten rebelse rock ‘n’ roll platen. Voor jongere kinderen waren er hoorspelen op de radio, waar met het hele gezin naar geluisterd werd.

Huiskamer uit de jaren ’50 met zwart-wit televisie. Te zien in het Museum van de Twintigste Eeuw in Hoorn. Foto: Sarah Remmerts de Vries.

Behaaglijk warm

De opmars van wooncomfort kwam in een stroomversnelling toen in 1959 aardgas werd ontdekt in het Groningse Slochteren. Het kostbare gas werd daarmee ineens betaalbaar en bereikbaar voor iedereen. In de jaren zestig werd dan ook massaal centrale verwarming aangelegd, maar nog niet altijd in alle kamers van het huis. Was het in de woonkamer behaaglijk, dan konden in de slaapkamer nog de ijsbloemen op de ruiten staan. De CV verstootte de simpele kolenkachel langzaam uit onze huizen en ons collectieve geheugen. Naast meer luxe kwam er ook meer vrije tijd, doordat werkweken korter werden en kinderen niet meer op zaterdagochtend naar school hoefden. Dagjes weg en vakanties kwamen binnen handbereik, hoewel daar nog best even voor gespaard moest worden.

Huiskamer uit de jaren ’60. Te zien in het Museum van de Twintigste Eeuw in Hoorn. Foto: Sarah Remmerts de Vries.

De inrichting van de huizen werd strakker, moderner en kleurrijker. Rotan meubelen waren in de jaren zestig mateloos populair en in elk huis hing het bekende metalen boekenrekje van Tomado, die men zelf in elkaar moest zetten. Platenspelers produceerden voor het eerst stereogeluid en jongeren konden met een beetje geluk een eigen pick-upje krijgen om naar hartenlust platen van The Beatles of The Stones te draaien. Honderdduizenden keukens werden voorzien van een modern Bruynzeel aanrecht, ontworpen door Piet Zwart. In de vaste kastjes stonden kleurrijke keukenspullen van Tomado of Tupperware. De Tupperware verkoopparty’s, waar bewaarbussen, potjes en schaaltjes aangeschaft konden worden, waren een fenomeen onder Nederlandse huisvrouwen.

Bruynzeel keuken uit de jaren ’60 met veel Tomado en Tupperware. Te zien in het Museum van de Twintigste Eeuw in Hoorn. Foto: Sarah Remmerts de Vries.

Tijdelijke trends

De kleurrijke Tupperware bakjes waren echter nog niets vergeleken met de kleurexplosie die de jaren zeventig bracht. Volledige woningen werden omgedoopt in de kleuren oranje en bruin, vaak gecombineerd met geel en zwart. Aan de muur hingen macraméwerkjes en naast de bank trof je een vrolijk telefoontoestel. In een golf van creativiteit werd elk hoekje van het huis gedecoreerd. De moderne kleurentelevisie vormde het middelpunt van de woonkamer en op de radio klonk discomuziek. Ook kwam het eerste computerspelletje op de markt: Pong, een soort tafeltennis met een vierkant balletje. Voor het gemak waren in iedere hoek van de kamer asbakken neergezet, want al dat vermaak moest nu eenmaal rokend beleefd kunnen worden. Alleen op de keukentafel was het niet de asbak, maar de fonduepan die de zintuigen tevreden wist te stellen.

Bont gekleurde huiskamer uit de jaren ’70 met op de eettafel een fonduestel. Te zien in het Museum van de Twintigste Eeuw in Hoorn. Foto: Sarah Remmerts de Vries.

Dat trends steeds sneller veranderen, bewezen wel de daaropvolgende jaren tachtig. Alles wat enigszins oranje-bruin was, werd de deur uit gedaan en vervangen door betaalbare producten van IKEA. In haast elk interieur was een ‘Billy’ boekenkast en een metalen draadstoel te vinden. Kabeltelevisie bracht steeds meer buitenlandse zenders onze woonkamer in. Men kon vanaf 1981 videoclips kijken op MTV en vanaf 1989 commerciële televisie op RTL Veronique. Muziek werd voortaan geluisterd op moderne cassettebandjes, die stilletjes afgespeeld konden worden op een Walkman of juist luidruchtig door de straat schalden uit een zogenaamde ghettoblaster. In de ruimte en lichte woningen uit deze tijd hadden apparaten al het grootste deel van het huishoudelijk werk overgenomen. Het was nog slechts wachten op de intrede van de computer en het internet, die tegenwoordig een steeds groter deel van ons huis ‘besturen’. Het eindpunt van de weg naar meer wooncomfort is nog lang niet in zicht.

Kamer uit de jaren ’80 met IKEA boekenkast, draadstoel en Rubik’s cube. Te zien in het Museum van de Twintigste Eeuw in Hoorn. Foto: Sarah Remmerts de Vries.

Wil je meer weten over het wonen in de vorige eeuw en de interieurs van toen zelf beleven? Breng dan een bezoekje aan het Museum van de Twintigste Eeuw in Hoorn en stap terug in de tijd!

Tekst: Sarah Remmerts de Vries

Bronnen:

  • Bezoek aan de vaste opstelling van het Museum van de Twintigste Eeuw in Hoorn.
  • Pepijn Reeser, Van keurslijf tot caravan. Vier eeuwen dagelijks leven (Zwolle 2019).
  • Annegreet van Bergen, Gouden jaren. Hoe ons dagelijks leven in een halve eeuw onvoorstelbaar is veranderd (Amsterdam en Antwerpen 2014).
  • Annegreet van Bergen, Het goede leven. Hoe Nederland in een halve eeuw steeds welvarender werd (Amsterdam en Antwerpen 2018).

Publicatiedatum: 28/03/2022

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

1 reactie

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

NL | EN