Radio en televisie op het Media Park

Televisie bestaat al meer dan zestig jaar en is samen met het nog oudere radio niet meer weg te denken uit de Nederlandse huiskamers. Brandpunt van de dagelijkse uitzendingen is Hilversum, waar zich het beroemde Media Park bevindt.

De eerste televisie-uitzending

Vanuit het witte kerkje Irene in Bussum werd op 2 oktober 1951 het allereerste, rechtstreekse televisieprogramma uitgezonden. Op van de zenuwen zat omroepster Jeanne Roos van de Nederlandse Televisie Stichting (NTS) die avond om kwart over acht klaar. Zij zou de anderhalf uur durende zwart-wituitzending aan elkaar praten.

Op een kleine storing na, zou het programma tot haar opluchting prima verlopen. Jo Cals, staatssecretaris van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, en NTS-voorzitter pater Kors verzorgden plechtig de officiële opening. Daarna volgden filmpjes over de start van de Deense televisie en over het gieten van een carillon voor Amerika. Na een pauze van tien minuten ging het programma verder met het televisiespel ‘De Toverspiegel’. Bekende namen uit het theater als Louis Bouwmeester, Albert van Dalsum, Ank van der Moer en Hetty Blok maakten daarmee hun debuut in de Nederlandse huiskamers.

Veel toeschouwers hadden ze echter nog niet. Slechts een paar mensen, waaronder de koninklijke familie op Soestdijk, hadden een peperduur televisietoestel staan. Het zou even duren, maar uiteindelijk wist de televisie Nederland te veroveren. Eerst vanuit Bussum, vervolgens steeds meer vanuit Hilversum. Studio Irene deed toen al geen dienst meer. In de jaren negentig is het kerkje uiteindelijk gesloopt om plaats te maken voor een filiaal van een bank.

Luisteraars rond de radio. Via anno.nl.

De radio in Hilversum

Op de radio had de Larensche Jazzband de primeur gehad. Aangekondigd door Willem Vogt was de band op 21 juli 1923 te horen tijdens de allereerste radio-uitzending van de NSF, de Nederlandse Seintoestellen Fabriek. Deze stond op de hei, aan de oostzijde van Hilversum.

De NSF, waarin onder meer Philips een belangrijk aandeel had, werd in 1918 opgericht. In het begin produceerde het professionele radiozenders voor de Nederlandse Marine, Luchtmacht en overzeese gebiedsdelen. Toen de fabriek radio’s aan burgers wilde verkopen, besloot de NSF dan ook maar voor de uitzendingen te gaan zorgen: de luisteraars moesten immers wel iets op de radio kunnen ontvangen.

Vanaf 1924 verzorgde de radiostudio – omgedoopt tot Hilversumsche Draadloze Omroep (HDO) – ook de uitzendingen van andere omroeporganisaties. Nederland was in die tijd sterk verzuild. De katholieke, protestantse en socialistische leiders zagen in de radio een fantastisch middel om hun achterban te bereiken. In 1924 werd de Nederlandse Christelijke Radiovereniging opgericht (NCRV), in 1925 de Vereniging van Arbeiders Radio Amateurs (VARA), en weer een jaar later de Katholieke Radio Omroep (KRO) en de Vrijzinnig Protestantse Radio Omroep (VPRO). Weer een jaar later veranderde de HDO in de Algemene Vereniging Radio Omroep (AVRO), die anders dan de andere verenigingen niet aan een religie of politieke groepering verbonden was.

Omroepster Jeanne Roos. Collectie Nationaal Archief.

Het ontstaan van het media park

Al snel verzorgden de omroepverenigingen hun eigen uitzendingen. Eerst in allerlei bestaande gebouwen in Hilversum. Zo vestigde de NCRV zijn kantoor en studio vanaf 1925 in de Lutherse Kerk aan de Bergweg. Vijf jaar later werd een villa aan de Heuvellaan gehuurd. Daarna kwamen er eigen nieuwe studio’s, betaald met contributie van de leden. In 1936 werd de AVRO-studio aan de ‘s-Gravelandseweg in gebruikgenomen.

De Hilversumse economie gedijde er goed bij. Vanaf de jaren vijftig wist het ook de televisie naar zich toe te halen. De radio- en televisiewereld kreeg hier alle ruimte. In 1954 gaf de gemeente toestemming om 150 huizen te bouwen voor televisiemedewerkers. In 1961 werd op een groot braakliggend terrein in Noord Hilversum het Omroepkwartier gebouwd. De NTS en de NRU, de voorlopers van de NOS, kregen daar een plek. Ook kwamen er een Muziekpaviljoen, waarin de Fonotheek en de Muziekbibliotheek waren gevestigd, een decormontagehal en televisiestudio’s. In 1974 kreeg het kwartier een enorm decorcentrum en zelfs een eigen station: Hilversum NOS, nu Noord Hilversum. In 1988 werd de naam van het Omroepkwartier veranderd in Media Park.

Luchtfoto Avro-studio Hilversum, 1939. Collectie Provinciale Atlas, Noord-Hollands Archief.

De toekomst van het Media Park

Op 6 mei 2002 werd politicus Pim Fortuyn vermoord toen hij na een radio-interview het Audiocentrum op het Media Park verliet. Op de parkeerplaats waar het gebeurde, herdenkt een gedenkplaat de tragische gebeurtenis. Het Media Park is sindsdien beter beveiligd, hoewel het publiek altijd welkom blijft. Niet alleen bij de opnames, maar ook in het kleurrijke Instituut voor Beeld en Geluid dat in 2006 zijn deuren heeft geopend. Het instituut bewaart zeventig procent van het Nederlandse audiovisuele erfgoed, zowel van de publieke als van de commerciële omroepen.

Hilversum heeft ook de commerciële omroepen met open armen ontvangen op het Media Park, toen ze eenmaal waren gelegaliseerd. Het gebied telt tegenwoordig zo’n tweehonderd mediabedrijven en blijft zich nog altijd uitbreiden en vernieuwen. Sommige mediabedrijven verlaten het terrein en vestigen zich in Amsterdam, maar er verschijnen ook nieuwe organisaties op het Media Park, zoals de nieuwe ouderenomroep MAX.

Phil Bloom zorgde voor veel ophef, met haar naakte aanwezigheid in de uitzending van VPRO-programma Hoepla in 1967. Via Geheugen van Nederland.

Publicatiedatum: 17/12/2010