Noord-Hollandse dialecten luisteren

Dialecten en streektalen zijn populair, zeker in de literatuur. Zo zijn er van Nijntje in de afgelopen jaren in diverse streektalen al meer dan 100.000 boeken verkocht. Van ‘Nijntje hep een feisie (op se Mokums)’ tot ‘opa en oma pluus’ (in ‘t Westfries). Uit onderzoek blijkt dat meeste mensen in wiens regio een streektaal wordt gesproken, het belangrijk vinden dat deze behouden blijft. Maar hoe klinken eigenlijk de diverse dialecten van Noord-Holland? Tom Wester van de werkgroep DINH (Dialecten In Noord Holland) presenteert hierbij een selectie van bijzondere korte verhalen.

Tien geluidsfragmenten

Als u onderstaande geluidsfragmenten hebt beluisterd, zult u behalve veel overeenkomsten ook veel verschillen tussen de dialecten hebben gehoord. Zo zijn er verschillen in woorden, in tongval en af en toe ook in de grammatica.

De geluidsfragmenten zijn aangeleverd door leden van de DINH-werkgroep. DINH betekent: Dialecten In Noord-Holland. De werkgroep is in 2009 opgericht om de waardering voor de dialecten in Noord-Holland te vergroten en ze zoveel mogelijk in stand te houden. Om de drie jaar wordt ergens in Noord-Holland een dialectenmiddag georganiseerd. Van elk van de Noord-Hollandse dialecten zijn er dan een of meer sprekers of zangers die hun dialect laten horen middels leuke verhaaltjes, rijmen en liedjes.

Enkhuizen: “Bulloper”

Dit geluidsfragment is ingesproken door Cor Stavenuiter:

 

Een bulloper. Beeld: Westfries Archief.

Texel: “Diensttied, Tessel”

Dit geluidsfragment is ingesproken door Gerard Kuip:

Het uitspreken van de ui

In de verschillende dialecten wordt de -ui- op verschillende manieren uitgesproken. In de dialecten van Enkhuizen, Wieringen en Tessel is de -ui- meestal een -uu- (tuin = tuun). De uitspraak tuun is de oudste, ooit kwam die in een groot deel van het Noord-Hollandse taalgebied voor.

De oorzaak van het feit dat de dialecten van Tessel, Wieringen en Enkhuizen veel overeenkomsten hebben ligt bij de scheepvaart. In het verleden hadden de mensen uit deze gebieden veel contact met elkaar. Men noemt het eiland-Westfries.

Het Westfries ging waarschijnlijk pas rond 1800 over op huis, want eind achttiende eeuw werd nog vermeld dat ze in Westfriesland ‘seumerhuus’ zeiden voor ‘zomerhuis’. Dat is nog steeds de uitspraak in het Tessels en het Wierings.

Illustratie door Sietse Wiersma. Beeld via Tom Wester.

Wervershoof: “Dorus”

Dit geluidsfragment is ingesproken door Piet Brandsen:

De Nederlandse aa wordt vaak anders uitgesproken.

In de dialecten van Texel en Wieringen wordt de -aa- in de meeste gevallen vervangen door een -éé-, die klinkt als een langgerekte -ih-. In het Westfries, Enhuizers en Opperdoezers is het meestal een -ee-of een -ei-.

Kees eet kaas op zijn brood (Nederlands).
Kees eet kéés op sien bróód (Tessels).
Kees eet keis op z’n broôd (Westfries).
De varianten kois en kais hoor je in de Zaan en Volendam.

Illustratie door Ruben Wester. Beeld via Tom Wester.

Huizen: “Een fles van 2 meter”

Dit geluidsfragment is ingesproken door Gerrit Jongeren:

Het vervangen van nd door ngd

Opmerkelijk is dat een viertal dialecten aan het eind van een woord een g toevoegen aan -nd en -ns. Ons = ongs en hond = hongd. Dit zijn: Huizers, Volendams, Wierings en Derps. Van de uitspraak (dus ongze hongd) weten we dat die in de zeventiende eeuw nog in heel Holland voorkwam. Dit zal echter niet het geval geweest zijn in oostelijk Westfriesland waar geldt: ons = oôs. Dit sluit aan bij het Friese en Engelse us.

Groep in Huizer klederdracht, 1935-1940. Collectie van prentbriefkaarten van de Provinciale Atlas Noord-Holland, Inventarisnummer: NL-HlmNHA_162_2531_0277

Opperdoes: “Eerappele”

Dit geluidsfragment is ingesproken door Jan Smit:

Twee werkwoorden

Hebben is in de Noord-Hollandse dialecten bijna altijd (h)ewwe. In het Opperdoezer dialect is het hawe. Dit sluit aan bij het Friese hawwe. Dat hewwe en hawe verband houden met het Engelse to have is duidelijk. Het sluit ook aan bij de Nederlandse uitdrukking: Have en goed.

In het Volendams is het èbbe, maar niettemin geldt daar: ik heb = ik è(w).
In het Huizers wijkt het af. Daar is het hemmen. Dit moet Saksische invloed zijn.
Het werkwoord zijn is in alle Noord-Hollandse dialecten binne of benne. Binne is de oudste vorm. Voor het werkwoord kunnen geldt hetzelfde. Kunnen = kinne = kenne.

Het rooien van de aardappels gebeurt in Opperdoes nog vaak met de hand. Beeld: Opperdoezer Ronde. Beeld: Opperdoezer Ronde.

Wieringen: “Siek peerd”

Dit geluidsfragment is ingesproken door Dirk Lont:

Verkleinwoordjes

Als het gaat om verkleinwoordjes volgen de Noord-Hollandse dialecten vaak het Nederlands door -je achter het zelfstandig naamwoord te zetten, zoals in mandje, paardje en schuitje. Maar net zo vaak zie je een ie verschijnen zoals in huisie, koppie en wurrempie. Dit sluit aan bij het Engels waarbij men voornamen verkleint met een -ie-, zoals in Jimmy en Billie.

De dialecten van Wieringen en Opperdoes volgen echter het Fries en gebruiken op deze plaats -ke. Dus wormpje = wurmke, poppetje = popke en kommetje = komke.In het Tessels heb je nog meike voor ‘meisje’, wat laat zien dat ze daar vroeger ook graag -ke zeiden.

Wat opvalt is dat in de Noord-Hollandse dialecten, het merkwaardige gebruik van -etje in de Nederlandse verkleinwoorden, vaak niet toegepast wordt. Zo krijg je: kannetje = kanje, mannetje = manje, lammetje = lampie, ringetje = ringkie (ringkje in Opperdoes en op Wieringen).

Paardenarts dient ziek paard een medicijn toe, Johann Elias Ridinger, 1708 – 1767 . Collectie Rijksmuseum, objectnummer RP-P-1891-A-16385 (detail)

Zaanstreek: “Wullem Balk”

Dit geluidsfragment is ingesproken door Evert Klos:

Het voltooid deelwoord

Het gebruik van ge- bij een voltooid deelwoord komt in geen enkele van de Noord-Hollandse dialecten in zijn volledigheid voor. In veel dialecten is de ge- helemaal afwezig, zoals dat ook in het Engels en het Fries het geval is. In de zuidelijkere Noord-Hollandse dialecten wordt de g- weggelaten maar blijft er nog wel een e- hangen. Zo is er dus een geleidelijke overgang naar het standaard Nederlands.

Hij heeft het gedaan (Nederlands)
Hai heb ’t edaan (Zaans)
Hee het ’t deen (Tessels)

Marken: “Wuske,vouwe en oppakke”

Dit geluidsfragment is ingesproken door Neeltje van Altena:

Het niet uitspreken van de h

In de dialecten van Marken, Volendam, Enkhuizen en Egmond aan zee (Derps) wordt de h- aan het begin van een woord niet uitgesproken. Enkhuizen zondert zich op dit punt af van Wieringen en Texel (eiland-Westfries) en sluit aan bij Marken en Volendam (Waterlands).

Ook het dialect van Egmond aan Zee (Derps) is ‘h-loos’ aan het begin van een woord. Hetzelfde geldt voor de dialecten van Noordwijk en Katwijk (samengenomen heet het Kust- of Strand-Hollands). Het dialect van Vlieland, dat niet meer gesproken wordt, was ook ‘h-loos’. Het verschijnsel kwam in het verleden veel vaker voor in de Noord-Hollandse dialecten.

Gezicht op Marken, 1930-1932. Collectie van prentbriefkaarten van de Provinciale Atlas Noord-Holland, Inventarisnummer NL-HlmNHA_162_2552_115.

Volendam: “De wollef in de vos”

Dit geluidsfragment is ingesproken door Jan Kes:

‘’Schrijver en amateur-historicus Jan Kes (1936-2019)”

De omgekeerde werkwoordvolgorde

In de meeste dialecten komt het hoofdwerkwoord vóór het hulpwerkwoord. Dit is omgekeerd aan het Nederlands en het Engels en komt overeen met het Duits en het Fries. In het Derps en het Huizers zijn beide volgorden toegestaan.

De fiets die ik heb gekocht. (Nederlands)
De fiets die ik kocht hew (Westfries)
De fiets die ik kocht è(w) (Volendams)

Illustratie door Iris Compiet. Beeld via André Kes.

Egmond aan Zee: ’t Skeppingsverhaal

Dit geluidsfragment is ingesproken door Margreet Wijker:

Het verdwijnen van de dialecten

De vitaliteit van de dialecten is een punt van grote zorg. Sommige dialecten hebben naar verhouding nog een redelijk aantal gebruikers. Dit is het geval met het Volendams, op afstand gevolgd door het Tessels en het Westfries. Voor andere dialecten is de situatie zeer zorgelijk. Zo zijn er bijna geen mensen meer die het Zaans en het Enkhuizers nog goed spreken en met de andere dialecten is het ook niet zo best gesteld. Het ziet er dus naar uit dat Noord-Holland veel van haar unieke dialecten, binnen afzienbare tijd kwijtraakt.

Er zijn twee oorzaken waardoor dialecten verdwijnen. Een dialect kan op de achtergrond geraken wanneer dialectsprekers steeds vaker overgaan op het Nederlands. Een dialect kan ook verwateren wanneer er steeds meer dialectwoorden vervangen worden door Nederlandse woorden.

De Nederlandse Dialectenbank

Meer weten over de verschillende dialecten in Noord-Holland? Kijk dan eens op de Nederlandse Dialectenbank van het Meertens Instituut. Hier vind je meer dan duizend uur geluidsmateriaal, verzameld door onderzoekers van het Meertens Instituut (KNAW). Er staan opnames bij door heel Europa, met wel 242 uit Noord-Holland: van Aalsmeer tot Zandvoort.

Op MijnWoordenboek zijn er van Noord-Holland 19 dialecten toegevoegd. Samen bevatten deze dialecten 8882 dialectwoorden en 975 zegswijzen. Waaronder 609 woorden en 160 gezegden in het Volendams.

Auteur: Tom Wester (Met aanwijzingen van Marcel Plaatsman)

Geredigeerd door: Judith van Amelsvoort, redactie Oneindig Noord-Holland

Publicatiedatum: 09/08/2021

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.