Het ‘Witte Goud’ van kasteel Sypesteyn

Kasteel Sypesteyn herbergt een breekbare schat: een grote verzameling Loosdrechts porselein uit de achttiende eeuw. Jonkheer Henri van Sypesteyn was niet alleen één van de eerste verzamelaars van het oudhollandse serviesgoed, maar deed ook onderzoek naar dit ‘witte goud’ van de Gooi- en Vechtstreek.

Het eerste porselein bereikte Nederland in de zeventiende eeuw vanuit China. De VOC importeerde porseleinen serviezen en sierobjecten, die de Chinezen speciaal voor de export naar het buitenland produceerden. In Europa was men diep onder de indruk van het smetteloos witte porselein met gedetailleerde decoraties, dat een stuk verfijnder was dan het serviesgoed dat men hier kende. In plaats van de gebruikelijke borden en kommen kwamen nu uitgebreide serviezen met verschillende onderdelen voor elke gang en elk gerecht. Er ontstond een enorme vraag naar porselein onder de Europese aristocratie, een ware ‘porseleinkoorts’.

Europese aardewerkfabrieken wilden graag op deze vraag inspelen, maar lange tijd wist men niet hoe het Chinese porselein gemaakt werd. Daar kwam verandering in toen de Duitse alchemist Johann Friedrich Böttger na jaren van experimenteren in 1708 achter de productietechniek van het witte porselein kwam. Het Duitse Meissen werd als snel het centrum van porseleinproductie in Europa. Fabrieken in andere landen schoten als paddenstoelen uit de grond. De porseleinfabriek te Weesp was de eerste fabriek op Nederlandse bodem. Deze werd in 1759 opgericht door graaf van Gronsveld Diepenbroick Impel, hoofdschout van Weesp, die in de Berlijnse porseleinfabriek de kneepjes van het vak had geleerd. In 1774 volgde de porseleinfabriek in Loosdrecht, een onderneming van dominee Johannes de Mol. Een derde productiecentrum lag in Ouder- en Nieuwer-Amstel.

De eindproducten van deze fabrieken werden door schilders als Louis Victor Gerverot van fraaie schilderingen van dieren, landschappen en bloemen voorzien. Dankzij deze verfijnde versieringen werd het Hollands Porselein over de hele wereld gewaardeerd. Het stond zelfs zo hoog in aanzien, dat het de bijnaam ‘het witte goud’ kreeg.

Het voorbewerken en draaien van porseleinpasta. Gravure uit ‘Traité élémentaire de chimie’, L. Troost, 1884. Via Wikimedia (publiek domein).

Kunst uit de oven

De oprichting van de porseleinfabriek in Loosdrecht was een rechtstreeks gevolg van het sluiten van de Weesper porseleinfabriek. Dominee Johannes de Mol nam de fabrieksinventaris uit Weesp mee naar Loosdrecht, waar hij lokale arbeiders opleidde voor de porseleinproductie. Dit in een poging de plaatselijke armoede en werkloosheid te bestrijden. In de fabriek vonden 60 mannen en 25 kinderen een bestaan. Ze maakten allerlei soorten serviesgoed met uiteenlopende voorstellingen. Fraai porselein van hoge kwaliteit, dat steevast gemerkt werd met de letters MOL – een afkorting voor de naam van de oprichter, maar ook van de fabriek: Manufactuur Oud Loosdrecht.

De Loosdrechtse porseleinfabriek stond zo’n tien jaar lang tegenover de kerk in Oud Loosdrecht. Het productieproces was niet makkelijk. Porselein werd namelijk gevormd uit kaolien, veldspaat en kwarts, dat na het reinigen, mengen en fermenteren op een constante temperatuur gebakken moest worden. Er was altijd een groot risico dat het bakken mis ging. Dit gebeurde dan ook vaak, wat telkens weer verliezen voor de Loosdrechtse fabriek opleverde. De hoge productiekosten, het te kleine afzetgebied en de grote buitenlandse concurrentie deden het bedrijf uiteindelijk de das om. De Mol verkocht de onderneming in 1782 aan Amsterdamse geldschieters, die de fabriek twee jaar later verhuisden naar een nieuwe locatie onder de hoofdstad. De Hollandse porseleinindustrie verplaatste daarmee van de Vechtstreek naar het stroomgebied van de Amstel.

Kasteel en verzamelaarsmuseum Sypesteyn in Loosdrecht, vanuit de tuin gezien. Foto: Sarah Remmerts de Vries.

Een kostbare verzameling

Omdat het porselein slechts tien jaar lang in Loosdrecht geproduceerd is, groeide het uit tot een zeldzaam en geliefd object voor verzamelaars. Eén van de eerste verzamelaars van Hollands Porselein was jonkheer Henri van Sypesteyn (1857-1937). Henri was een bevlogen verzamelaar met drie grote passies: oude tuinkunst, zijn familiegeschiedenis en porselein. Omdat hij zelf geen nageslacht had, liet hij aan het begin van de vorige eeuw kasteel Sypesteyn bouwen. Het kasteel zou een museum worden om zijn uitgebreide verzamelingen antiek in onder te brengen en het erfgoed van de familie Sypesteyn toegankelijk te maken voor volgende generaties.

De inrichting van het kasteel is nog grotendeels zoals Henri het in de jaren dertig achterliet. Op de eerste verdieping staan Hollands en Oosters porselein tentoongesteld, vergezeld van achttiende-eeuwse familieportretten. Henri kocht de beste stukken porselein op en wist ze op fraaie wijze te presenteren. Ook leende hij zijn stukken wel eens uit aan presentaties elders, zoals aan de eerste tentoonstelling over Hollands Porselein in het Haags Gemeentemuseum (het huidige Kunstmuseum) in 1916. Daarnaast deed Henri ook historisch onderzoek naar zijn collectie. Zo publiceerde hij in 1933 het boek Het Oud-Hollandsche Porselein.

Vogelservies van Loosdrechts porselein in de Hoge Zaal van kasteel Sypesteyn. Foto: Sarah Remmerts de Vries.

Romantisch serviesgoed

Pronkstuk van de presentatie in kasteel Sypesteyn is het 131-delige rozenservies, dat rond 1780 in de Loosdrechtse fabriek van De Mol vervaardigd is. Het witte porselein is versierd met – de naam zegt het al – rozen, takjes en gouden rocaille-ornamenten. Op de deksels van de terrines prijken realistische bloemschikkingen van geverfd porselein. Aan deze tere knoppen kun je de deksels optillen, als je durft. Het servies is op een gedekte eettafel uitgestald in de Rozenkamer van het kasteel en dus vanuit alle hoeken te bewonderen. In de wandvitrines benadrukken aanvullende borden hoe uitgebreid dit servies ooit moet zijn geweest.

Terrine met bloemenknop te midden van andere onderdelen van het rozenservies. Foto: Sarah Remmerts de Vries.

Jonkheer Henri heeft zelf nooit van het servies gegeten. Sterker nog, hij heeft het waarschijnlijk zelfs nooit gezien. Het rozenservies is namelijk pas in 1988 verworven door het Goois Museum (het huidige Museum Hilversum) en in 2018 overgedragen aan de Van Sypesteyn Stichting. Recentelijk zijn beschadigde stukken van het servies helemaal gerestaureerd, waarna het aantal onderdelen nog groter bleek dan gedacht. Kasteel Sypesteyn heeft nu geen 131 maar 144 onderdelen in bezit, in Amsterdam en Rotterdam bevinden zich nog zes stukken van het oorspronkelijke servies. Daarmee is het rozenservies een van de meest uitgebreide ensembles van Loosdrechts porselein ter wereld.

Tafel gedekt met rozenservies in de Rozenkamer van kasteel Sypesteyn. Foto: Sarah Remmerts de Vries.

Het rozenservies en de verzamelingen van jonkheer Henri van Sypesteyn zijn elke vrijdag, zaterdag en zondag te bewonderen in kasteel en verzamelaarsmuseum Sypesteyn aan de Nieuw-Loosdrechtsedijk 150 te Loosdrecht. Ook kun je genieten van de rust in de historische tuin, die je zonder afspraak van dinsdag tot en met zondag kunt bezoeken.

Tekst: Sarah Remmerts de Vries

Bronnen:

  • Bezoek aan kasteel Sypesteyn en raadpleging van informatie op tekstbordjes en brochures ter plaatse.
  • Historische Canon tussen Vecht en Eem. Venster 14: ‘Het Witte Goud’. De Porseleinindustrie in Gooi- en Vechtstreek.
  • Meissen porselein: geschiedenis.

Publicatiedatum: 04/08/2021

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.