Aan het begin van de negentiende eeuw doen de eerste spoorlijnen hun intrede in Engeland. Nederland volgt op de voet, met op 20 september 1839 de eerste treinrit van Amsterdam naar Haarlem. Het is het begin van een succesverhaal. De nieuwe treinverbindingen blijken dé manier om dorpen en steden met elkaar te verbinden. Langzamerhand ontstaat een uitgebreid netwerk van spoorwegen, waarover mensen, goederen en ideeën zich sneller verspreiden dan ooit.
Om het achterland met de steden te kunnen verbinden, wordt voor een goedkopere optie gekozen: de tramweg. Over de tramweg rijden stoomtrams, licht uitgevoerde versies van stoomtreinen die uiterst geschikt zijn voor korte afstanden. De kleine, stapvoets rijdende trammetjes groeien al snel uit tot een vertrouwd gezicht in veel Noord-Hollandse dorpen en steden. Ze brengen afgelegen gebieden dichterbij en maken dagelijkse pendelritten mogelijk, lang voordat de auto gemeengoed wordt.

Stoomtram Kassel 224+511 op de Museumtramlijn bij de Amsterdamseweg, 1984. Foto: Eriksw, CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons.
Rails in de regio
Als de Haarlemmermeer in 1852 droogvalt, vraagt ook dit gebied om nieuwe verbindingen met de omringende steden Amsterdam, Haarlem en Leiden. Al in 1863 maakt burgemeester Jacob Paulus Amersfoordt een plan om de polder per spoor uit haar isolement te halen. Hoewel zijn voorstel op dat moment niet wordt goedgekeurd, zou het het de basis vormen voor het spoorwegnet dat in 1912 alsnog wordt aangelegd.
De Haarlemmermeer krijgt twee centrale spoorlijnen: van Aalsmeer naar Haarlem en van Hoofddorp naar Leiden. Daarnaast volgen tramlijnen, die aansluiten op de behoeften van de inwoners. Dit netwerk speelt een belangrijke rol in de ontwikkeling van de jonge polder. Boeren kunnen hun producten sneller vervoeren en inwoners kunnen pendelen naar hun werk. Juist het lokale karakter maakt de tramlijn later, na de opkomst van de auto, helaas ook weer snel overbodig.

Ontwerp voor spoorwegen door de Haarlemmermeer, door burgemeester J.P. Amersfoordt, 1864. Beeldcollectie van het Historisch Archief Haarlemmermeer, Noord-Hollands Archief.
Het Haarlemmermeerstation
Beginpunt van de tramlijn naar de Haarlemmermeer vormt het Haarlemmermeerstation, een opvallend gebouw aan de Amstelveenseweg in Amsterdam. Het station wordt tussen 1912 en 1915 gebouwd naar een ontwerp van architect H. van Emmerik, een leerling van K.P.C. de Bazel. Oorspronkelijk draagt het villa-achtige gebouw de naam Station Willemspark, totdat het in 1933 wordt omgedoopt tot Haarlemmermeerstation.

Het Haarlemmermeerstation, 2005. Foto: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons.
Het gebouw beschikt niet alleen over twee wachtkamers en een restauratie (die tegenwoordig allemaal te huur zijn), maar ook een statige stationshal, een kaartjeskantoor (nu museumwinkel) en bagagedepot. In het midden aan de westzijde ligt het kantoor van de stationschef en op de eerste en tweede verdieping bevinden zich nog twee dienstwoningen. Zelfs koningin Wilhelmina bezoekt het station tweemaal per trein, op 5 september in 1923 en 1938, ter gelegenheid van haar 25- en 40-jarig regeringsjubileum.

Koningin Wilhelmina komt aan bij het Haarlemmermeerstation, tijdens de feestelijkheden voor haar 40-jarig regeringsjubileum op 5 september 1938. Collectie Stadsarchief Amsterdam.
Van vervoerslijn naar erfgoed
Tegenwoordig is het station nog steeds het vertrekpunt van de Museumtramlijn Amsterdam. Deze oude Haarlemmermeerroute tussen Amsterdam, Amstelveen en Bovenkerk heeft een tweede leven gekregen. In de loop van de twintigste eeuw dreigde de tram namelijk te verdwijnen. Het is te danken aan liefhebbers van historisch vervoer dat dit niet gebeurd is.
Langs de lijn liggen verschillende historische punten, waaronder oude stations en haltes die herinneren aan de oorspronkelijke functie van de route. Ook de karakteristieke lijnkleuren, die reizigers vroeger hielpen om hun tram te herkennen, maken deel uit van dit erfgoed. Het bijzondere van de Museumtramlijn is dat het geen statisch museum is. Alles is in beweging en wordt bestuurd en onderhouden door vrijwilligers, die het erfgoed beleefbaar maken.

EMA tram 465 en bijwagen 946 komen tijdens de Amsterdamse dag uit de remise om ritje door de stad te maken, 2019. Foto: Rob Dammers, CC BY 2.0, via Wikimedia Commons.
Zelf een ritje maken
Wie zelf een rit wil maken met de Museumtramlijn, kan vanaf april tot en met oktober terecht. De trams rijden meestal op zondagen en soms op extra dagen tijdens de zomermaanden. De dienstregeling kan variëren, dus het is verstandig om deze vooraf te controleren. Onderweg zijn er verschillende haltes waar je kunt in- en uitstappen, zodat je de rit kunt combineren met bijvoorbeeld een wandeling in het bos.
Tickets zijn verkrijgbaar via de website van de Museumtramlijn, waar je ook meer informatie vindt over dienstregelingen, evenementen en de geschiedenis van de lijn.

Amsterdamse museumtram GTG 41 bij de Amsterdamseweg te Amstelveen, 2021. Foto: Eriksw, CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons.
Tekst: Sarah Remmerts de Vries
Bronnen:
- Gemeente Amsterdam, Museumtramlijn Amsterdamse Bos.
- Electrische Museumtramlijn Amsterdam.
Publicatiedatum: 30/03/2026
Vul deze informatie aan of geef een reactie.