Oneindig Noord-HollandBeleef de geschiedenis van jouw provincie

Metamorfosen: Toxic mannen uit de klassieke oudheid

Soms lijkt het alsof de wereld wordt gedomineerd door toxic mannen. Dit is echter geen modern verschijnsel. Voorbeelden van giftige mannelijkheid waren er al in de klassieke oudheid. De Romeinse dichter Ovidius (43 v. Chr.-17 n. Chr.) beschreef in zijn Metamorfosen de wandaden van zowel goden als mensen. Verraad, jaloezie, verkrachting en gedaanteverwisselingen komen in bijna elk verhaal voorbij. Het vijftiendelige Latijnse dichtwerk bleek een onuitputtelijke bron van inspiratie voor kunstenaars. Hoog tijd om een paar dramatische mythen en bijbehorende kunstwerken uit te lichten.

Wie was Ovidius (43 v.Chr.–17 n.Chr.) eigenlijk? En hoe komt het dat we zijn naam ruim 2000 jaar later nog steeds kennen? Over zijn leven weten we niet veel meer dan dat hij de bijnaam ‘Naso’ had, wat waarschijnlijk wijst op een opvallende grote neus. Hoewel er geen portret van hem bewaard is gebleven, hebben kunstenaars door de eeuwen heen hun eigen voorstelling van hem gemaakt. Zelf was Ovidius er zeker van dat zijn naam niet in de vergetelheid zou raken. In de slotverzen van zijn meesterwerk Metamorfosen schreef hij ‘beroemd leef ik voort tot in de eeuwen der eeuwen.

Het schilderij ‘Triomf van Ovidius’ is een eerbetoon van de schilder Nicolas Poussin (1594-1665) aan Ovidius, ca. 1624-1625. Op het schilderij leunt Ovidius, als dichter van de liefde, op twee boeken met de titels (Ars) amandi en Amorum (libri). Beeld via Wikimedia Commons, publiek domein.

Een wever van verzen

De Metamorfosen omvat vijftien delen en bestaat uit ongeveer 12.000 regels. Ovidius schreef het Latijnse dichtwerk volledig in de dactylische hexameter: de klassieke versmaat die traditioneel voor epische poëzie werd gebruikt. De aaneenrijging van verhalen wordt ook wel een epyllion genoemd, wat letterlijk ‘klein epos’ betekent. De toon van het werk is luchtig en speels, en wijkt daarmee af van de traditionele plechtige stijl van een epos.

In de talrijke verhalen over gedaanteverwisselingen van goden en mensen speelt de natuur een belangrijke rol. Opmerkelijk is dat Ovidius de goden niet neerzet als verheven wezens, maar als gewone mensen met zwakheden en verlangens. Zo beschrijft hij in het zesde deel hoe de sterfelijke Arachne de godin Minerva uitdaagt voor een weefwedstrijd. Arachne’s wandtapijt is zo mooi gemaakt dat de jaloerse godin haar in een spin verandert, waardoor ze voor altijd zal blijven weven. Ovidius herkende zichzelf hierin, maar dan als een wever van verzen. Een vergelijking die terug te vinden is in de gedeelde Latijnse oorsprong van de woorden ‘tekst’ en ‘textiel’.

De eerste gedrukte uitgave van de Metamorfosen was in het Italiaans en verscheen in 1497 te Venetië. Al snel werden de verhalen opgenomen in de beeldende kunst van zowel Italië als de rest van Europa. De eerste Nederlandse vertaling verscheen in 1552 te Antwerpen onder de titel Metamorphosis dat is, Die Herscheppinghe oft Veranderinghe. Karel van Mander omschreef de Metamorfosen in zijn Schilder-Boeck van 1604 als “een bijbel voor kunstenaars”.

Minerva en Arachne, ca. 1575-1585. Schilder: Jacopo Robusti (genaamd Tintoretto) (1518-1594). Foto: Judith van Amelsvoort, 2026.

De onthoofding van Medusa

De mythen uit de oudheid passen zich moeiteloos aan andere tijden aan. Een goed voorbeeld hiervan is het tragische personage van Medusa. Ovidius introduceert haar in het vierde boek als ‘beroemd om haar schoonheid en de afgunst opwekkende hoop van menige minnaar’. Medusa werd in de tempel van Minerva het slachtoffer van verkrachting door de zeegod Neptunus. Toen dit gebeurde, trok de tempelgodin zich uit afschuw terug achter haar schild. Dit detail is een toevoeging van Ovidius. Later zou Medusa’s hoofd als afschrikwekkend symbool op vele schilden komen te staan, waaronder op dat van Minerva zelf.

Uiteindelijk werd Neptunus niet gestraft, maar Medusa wel – een duidelijk voorbeeld van victim blaming. Minerva verandert Medusa’s prachtige haar in een nest van slangen, waardoor zij transformeert van een mooie vrouw tot een angstaanjagend monster. Haar blik, zelfs na haar onthoofding door Perseus, verandert iedereen die haar aankijkt in steen.

Juul Kraijer, SPAWN, 2019. Courtesy of Juul Kraijer studio. Beeld via Rijksmuseum, Amsterdam.

Het bronzen fonteinbeeld van Perseus met het afgehakte hoofd van Medusa werd gemaakt voor het stadspaleis van hertog Wilhelm in München. Het beeld stond in een vijver van de binnentuin, waar rondom heen nissen met stenen beelden stonden. De beelden werden gezien als de slachtoffers van de alles verstenende blik van Medusa.

In de afgelopen jaren wordt het verhaal van Medusa op een nieuwe manier geïnterpreteerd. Auteurs beschrijven haar vanuit het vrouwelijke perspectief: niet meer als een eng monster maar als een getraumatiseerd slachtoffer van seksueel geweld.

Perseus met het hoofd van Medusa, 1585-1590. Vervaardiger: Hubert Gerhard (ca. 1550-1620). Beeld via Rijksmuseum/Albertine Dijkema.

Ontvoerd door een witte stier

In Ovidius’ Metamorfosen lopen liefde en macht vaak in elkaar over: goden verleiden of betoveren stervelingen naar hun wil. Zo verandert de oppergod Jupiter zich in een witte stier om de mooie prinses Europa te misleiden en te ontvoeren. Op schilderijen zien we hoe ze zich angstig vasthoudt aan de horens, terwijl ze wanhopig naar haar vriendinnen kijkt, die op de oever achterblijven. Uit deze mythe ontstaat later het verhaal van de Minotaurus: een wezen dat half mens en half stier is.

‘De prinses durfde
Zelfs op de rug van de stier te gaan
Zitten (zonder te weten
Op wie ze zat), toen de god ongemerkt
Zijn bedrieglijke poten
Eerst van de grond en droge kust in de golven zette,
Daarna verder weg ging en zijn buit naar volle zee droeg.’

De ontvoering door Europa, 1632. Schilder: Rembrandt Harmensz. van Rijn (1606 – 1669) Collectie: The J. Paul Getty Museum, Los Angeles, 95.PB.7, publiek domein.

Verleid door een zwaan

Jupiter nam graag de gedaante van dieren aan om zijn doel te bereiken. Zo veranderde hij zichzelf in een zwaan om Leda, de echtgenote van de Spartaanse koning Tyndareos, te verleiden. Leda schaamde zich om wat er was gebeurd en deelde diezelfde avond het bed met haar man. Negen maanden later werden haar kinderen geboren. Pollux en Helena waren de kinderen van Jupiter, terwijl Kastor en Klytaimnestra van Tyndareos waren.

Het verhaal van Leda en de zwaan wordt in de Metamorfosen slechts kort aangestipt. In het zesde boek wordt Leda beschreven als ‘gelegen onder de vleugels van een zwaan’. Hoewel deze vermelding in het gedicht summier is, ontwikkelde de mythe zich in de renaissance tot een populair thema in de schilder- en beeldhouwkunst.

Leda en de zwaan, na 1530. Vervaardiger: onbekend, naar Michelangelo Buonarroti (1475-1564). Beeld via Wikimedia Commons, publiek domein.

De vogelgestalte van Jupiter gaf kunstenaars de kans om erotiek te verbeelden zonder al te aanstootgevend te zijn. Michelangelo ging hier naar verluidt te ver mee: zijn schilderij van Leda en de Zwaan zou door de Franse koningin Anna van Oostenrijk zijn vernietigd vanwege de erotische compositie. In tegenstelling tot de sensuele voorstelling van Michelangelo, koos Leonardo da Vinci voor een intiem familie tafereel. Hoewel het originele werk van Leonardo verloren is gegaan, wordt een schilderij dat aan il Sodoma wordt toegeschreven beschouwd als een van de best bewaarde kopieën.

Leda en de Zwaan, naar Leondardo da Vinci (1452-1519) toegeschreven aan Giovanni Antonio Bazzi, genaamd il Sodoma (1477-1549). Rome, voor 1517. Foto: Judith van Amelsvoort, 2026.

Angst vastgelegd in steen

De prachtige beeldhouwwerken van de Italiaanse kunstenaar Gian Lorenzo Bernini betoveren bezoekers al eeuwen. Zijn sculpturen, waaronder Pluto en Proserpina (1621-1622), worden geprezen om hun dynamiek, verfijnde details en emotionele intensiteit. Een toeschouwer zou bijna vergeten dat het om seksueel geweld gaat: een vrouw in paniek die zich probeert los te worstelen. Iemand die het heeft meegemaakt zou hier niet naar kunnen kijken, maar de kunstwerken werden dan ook niet gemaakt voor een vrouwelijk publiek.

In Ovidius’ Metamorfosen grijpen soms ook de goden mis, zoals de god Apollo bij de waternimf Daphne. Om aan zijn avances te ontkomen smeekt Daphne haar vader, de riviergod Peneus, om haar schoonheid te vernietigen. In wanhoop roept ze: ‘Ach, vader! Help me! Een riviergod heeft toch macht? Bevrijd me van dit lichaam dat me veel te mooi deed zijn!’ Zodra ze deze woorden heeft uitgesproken begint ze te veranderen in een laurierboom. Kuisheid overwint dit keer de lust, maar tegen een hoge prijs. Nadat ze in een boom is veranderd, wordt deze door Apollo geclaimd als zijn persoonlijk attribuut.

Bernini’s Apollo en Daphne toont het moment van de transformatie. Terwijl Apollo haar achtervolgt, verandert Daphne voor onze ogen: haar haren worden bladeren, haar geheven armen takken en haar teennagels schieten wortel in de aarde. Haar gezicht is nog menselijk en haar angstkreet is voor eeuwig vastgelegd in steen.

Apollo en Daphne, 1622-1625. Vervaardiger: Gian Lorenzo Bernini (1598-1680). Galleria Borghese, Rome, Italië. Beeld via Wikimedia Commons, publiek domein.

De tentoonstelling Metamorfosen. Ovidius en de kunsten is van 6 februari tot en met 25 mei 2026 in het Rijksmuseum te zien. Aansluitend is in Galleria Borghese de tentoonstelling in een andere samenstelling te zien van 22 juni tot en met 20 september 2026.

Auteur: Judith van Amelsvoort

Bronnen:

  • Bezoek aan het Rijksmuseum in Amsterdam (3 februari 2026).
  • Onder redactie van Francesca Cappelletti en Frits Scholten, Metamorfosen. Ovidius en de kunsten, Rijksmuseum, Amsterdam, 2026.

Publicatiedatum: 26/03/2026

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.