Kustbatterij bij Durgerdam: vuurtoreneiland

Omdat de kans zeer gering was dat een vijand via de Zuiderzee een aanval op Amsterdam zou inzetten, werden er langs de kust geen inudatiepolders ingericht.

Wel kwam er een aantal verdedigingswerken op strategische punten aan de Zuiderzee. Op een bestaand eilandje ten zuidoosten van Durgerdam verrees een zware batterij met geschutsbeddingen en munitiemagazijnen. Deze kustbatterij moest samen met Forteiland Pampus en de Kustbatterij bij Diemerdam voorkomen dat vijandelijke marineschepen via de Zuiderzee de haven van Amsterdam konden binnenvaren. In 1887 begon men met de aanleg van de batterij. Hiermee behoort het tot een van de oudste werken van de Stelling van Amsterdam.

Vuurtoreneiland Durgerdam

Vuurtoreneiland Durgerdam

Lantaarn van IJdoorn

De geschiedenis van het eiland gaat al meer dan drie eeuwen terug. In 1701 werd het vuurtoreneiland aangelegd als onderdeel van de kustverlichting van de Zuiderzee. Bij Enkhuizen en Marken verschenen dezelfde lichtbakens. Het eiland werd aangeduid als “Lantaarn van IJdoorn”, naar de tegenoverliggende buitendijkse polder. Een eeuw later kreeg het eiland een militaire functie toen het werd opgenomen in de ‘Posten van Krayenhoff’. Het vuurtoreneiland werd vergroot en aangepast tot een aarden batterij, een opstellingsplaats voor een aantal stukken geschut. Rond 1850 was er nog weinig over van dit kleine verdedigingswerk. Toen halverwege de jaren tachtig van de 19de eeuw het tracé van de Stelling was vastgesteld begon het Ministerie van Oorlog met de modernisering van de vervallen kustbatterij bij Durgerdam. Bij die vernieuwing is niets bewaard gebleven van de bouwkundige geschiedenis uit de eerste twee eeuwen van van het eiland.

Lichtbaken wordt forteiland

In 1885 werd het eiland vergroot en kreeg het zijn huidige vijfhoekige vorm. Om het eiland kwam een wal die bekleed werd met basalt. In het water werd om het eiland een ring van stortstenen aangelegd die de golfslag brak en vijandelijke schepen verhinderde aan wal te komen. In 1889 werden de geschutsplatformen en munitiebunkers aangelegd, half verzonken in de aardwerken. Midden op het eiland ligt een bomvrije kazerne voor de huisvesting van zo’n 100 soldaten en officieren. De in 1894 aangelegde kazerne is ongeveer 80 meter lang en 25 meter breed. Een jaartje eerder was op het zuidelijkste puntje van het eiland de huidige vuurtoren geplaatst, ter vervanging van het oorspronkelijke 18de-eeuwse lichtbaken. Deze 15 meter hoge vuurtoren is nog steeds het markante herkenningspunt van de kustbatterij. Naast de vuurtoren staat de in 1951 herbouwde lichterswoning die in de Tweede Wereldoorlog was vernield. Een gedenksteen van de eerste vuurtoren uit 1701 werd in de buitenmuur van de nieuwe lichterswoning gemetseld. De vuurtoren is overigens eigendom van Rijkswaterstaat, het Vuurtoreneiland is van Staatsbosbeheer die het eiland vooral vanwege haar natuurwaarden beheert.

Mensen op Vuurtoreneiland. Foto: Wim Bekendam

Overgangsfase in vestingbouw

De kustbatterij vertegenwoordigt een overgangsfase in de fortenbouw van de Stelling van Amsterdam. Het hoofdgebouw (kazerne) is opgetrokken uit baksteen, zoals het Fort bij Abcoude en de vroegere torenforten langs het Haarlemmermeer. De vier munitiemagazijnen uit 1889 bestaan uit ongewapend (steenslag)beton,  als voorloper van het standaardtype fort dat in 1897 met de bouw van het Fort bij Vijfhuizen tot ontwikkeling kwam. Oorspronkelijk beschermde de batterij de hoofdverdedigingslinie langs de kust vanuit drie betonnen geschutsbeddingen met kanonnen van 24 cm. Al snel moest de kustbatterij het zonder zijn zwaarste geschut doen. Door de komst van het forteiland Pampus was het overbodig geworden. In 1904 werden de 24cm kanonnen verplaatst naar de Stelling van Den Helder waar zij goed gebruikt konden worden. De geschutsbeddingen werden geflankeerd door vier betonnen magazijnen die haaks op de frontwal zijn geplaatst. Oorspronkelijk was het hoofdgebouw van een dikke aardlaag voorzien als bescherming tegen de inslag van granaten. Deze aarden dekking ligt niet meer op het dak van het gebouw.

Soldaten overnachten op het dak

In de nacht van 13 en 14 januari 1916 voltrok zich een watersnoodramp rond de Zuiderzee. Als gevolg van een stormvloed en een extreem hoge waterstand door aanhoudende regen en noordwestenwind brak de Waterlandse Zeedijk op diverse plekken door. Grote delen van Waterland kwamen blank te staan, zelfs tot aan Purmerend toe. Ook de aarden wallen van het Vuurtoreneiland bleken niet opgewassen tegen het hoge water. De soldaten die wegens de mobilisatie van de Eerste Wereldoorlog de kustbatterij bemanden, zochten een veilig heenkomen op de daken van de gebouwen. De soldaten op de andere stellingforten in het Noordfront schoten de bevolking te hulp met reddings- en herstelwerkzaamheden. Zo eindigden bijvoorbeeld grote delen van  de aarden wallen van het onvoltooide Fort bij Kwadijk in zandzakken waarmee elders gaten in de dijk werden gevuld! In 1917 verlieten de manschappen de kustbatterij om naar Muiden te worden overgeplaatst.

Schapen op Vuurtoreneiland. Beeld: Stichting SEGA

Herontwikkeling Vuurtoreneiland

Eigenaar Staatsbosbeheer heeft het eiland een nieuwe publieksfunctie gegeven. De gebouwen zijn in de afgelopen eeuw behoorlijk op de proef gesteld door weer, wind en regenwater. De toestand was dusdanig dat de gebouwen snel gerestaureerd werden. Het nieuwe Vuurtoreneiland is een openbare plek geworden, maar de kwetsbare natuur rondom het eiland mag niet verstoord worden. Het wordt enkele keren per maand opengesteld voor publiek.

Meer informatie

Verhaal is geschreven door Jephta Dullaart (Redactie Oneindig Noord-Holland)

Meer informatie over Kustbatterij bij Durgerdam kunt u vinden op de volgende websites:
Staatsbosbeheer
Provinciale website Stelling van Amsterdam (recreatieve informatie)
Particuliere website Stelling van Amsterdam, een stadsmuur van water (historische informatie)

Dit verhaal maakt deel uit van de campagne Werelderfgoed.
Klik hier om terug te gaan naar het thema Stelling van Amsterdam.

Publicatiedatum: 18/12/2012