Durgerdam

Vanaf het water zie je al van grote afstand een vierkant wit geschilderd gebouwtje met een hoog dak en daarop een torentje; het is de kapel van Durgerdam. Het bepaalt sinds 1687 het silhouet van het plaatsje dat onder de rook van Amsterdam ligt.

De kapel van Durgerdam

De kapel deed kort dienst als kerk en daarna als raadhuis en woning van de schoolmeester. In het souterrain was het schooltje ondergebracht. Ten oosten van de kapel ligt sinds 1840 de haven van Durgerdam, oorspronkelijk een vissershaven, maar nu jachthaven voor pleziervaartuigen.

De oorspronkelijk haven lag aan de westkant van de kapel, maar werd altijd bedreigd door dichtslibbing. Helemaal toen er maatregelen werden getroffen om de vaargeul van en naar de haven van Amsterdam op diepte te houden. De belangen van Durgerdam moesten daarbij het onderspit delven. Het haventje bleef altijd een eenvoudige vissershaven met enkele scheepswerven en scheepshellingen. Lange tijd voer er een bootje heen en weer naar Amsterdam. Maar het directe contact ging gaandeweg verloren. Eerst door de aanleg van het Noord-Hollandsch kanaal in 1824 en later door de IJdijk in 1872, waardoor Durgerdam definitief werd afgesloten van de Zuiderzee.

Durgerdam

Durgerdam

Botkloppen

De winter van 1848 op ‘49 was zeer streng. Zelfs de Zuiderzee, nu IJsselmeer, was grotendeels dichtgevroren. De Durgerdammer vissers leden daardoor bittere armoede. Toch konden ze een speciale vorm van visserij beoefenen, het zogeheten botkloppen. Daarbij hakten ze een aantal bijten in het ijs, waaronder ze hun netten spanden. Met een houten balk klopten ze vervolgens voortdurend op het ijs. Hierdoor schrokken de botten, een platvissoort, wakker en zwommen zo de netten in.

Ook visser Klaas Bording en zijn zonen Klaas junior en Jacob reden met hun slee het ijs op om hun geluk te beproeven. Ze waren ver uit de kust en deden goede vangsten. Plotseling sloeg het weer om, het ijs brak en het drietal dreef op een grote ijsschots zo de Zuiderzee op. Veertien dagen zou hun zwerftocht over het ijskoude water duren. Ze hielden zich met regenwater en rauwe botten in leven. Uiteindelijk werden ze bij toeval gered door vissers uit Vollenhove, in de kop van Overijssel. Ze werden aan land gebracht, maar Klaas senior en Klaas junior overleefden de tocht niet. Ze werden in Vollenhove begraven. Moeder Bording keerde met haar zoon Jacob terug naar Durgerdam.

De gebeurtenis sprak erg tot de verbeelding van de dorpsgenoten en dankzij een steuncomité kwam er toch nog een steen op het graf. De weduwe kreeg een jaarlijkse uitkering en zoon Jacob kreeg een eigen vissersboot. Het kinderboek Veertien dagen op een ijsschots, dat eind 19de eeuw verscheen, wordt nog steeds gelezen.

Publicatiedatum: 01/06/2012