De Romeinse vrouw als gezinsplanner

De Romeinenweek 2019 staat geheel in het teken van de vrouw. Bij uitstek het domein van de vrouw was het gezin. Hoewel de pater familias officieel aan het hoofd stond, besliste de vrouw over zaken als gezinsplanning en geboortebeperking.

Als moeder en echtgenoot, maar ook als boerin, priesteres, geldschieter of zelfs prostituee speelden vrouwen een belangrijke rol in de Germaanse en Romeinse samenleving. Over hun leven is vaak weinig overgeleverd, waardoor ze in de reguliere geschiedschrijving ontbreken. Tijdens de Nationale Romeinenweek (4 tot en met 12 mei 2019) worden vrouwen uit de Romeinse tijd in Nederland in de schijnwerpers gezet.

Dan blijkt dat er destijds meer contacten tussen Romeinen en vrouwen in de Lage Landen voorkwamen dan men op het eerste gezicht zou denken. Vooral langs de Limes, de grens van het Romeinse Rijk, waar Romeinse troepen met de lokale bevolking handel dreven. Maar ook in de omgeving van het noordelijker gelegen Castellum Flevum, het Romeinse fort bij Velsen, zullen contacten tussen de Romeinen en de plaatselijke volken bestaan hebben. Dicht bij de legerkampen langs de grens waren bordelen een veelvoorkomend verschijnsel, waar lokale prostituees de Romeinse troepen vermaakten. Maar er werden ook geregeld huwelijken gesloten tussen Romeinse soldaten en lokale vrouwen.

Reconstuctie tekening van Castellum Flevum door Bart Bus, 1985. Collectie Gemeente Velsen, Noord-Hollands Archief.

Spil van het gezin

Eenmaal getrouwd was de vrouw de spil van het gezin. Volgens de Romeinse wet stond ze onder gezag van haar man, de pater familias. Hij had het recht te beschikken over leven of dood van zijn gezinsleden. In de praktijk was de vrouw echter van grote invloed op het dagelijkse reilen en zeilen van de familie. Alles rondom gezinsplanning en geboortebeperking was bij uitstek haar domein.

Het voorkomen of beperken van geboortes waren zaken die vrouwen uit alle lagen van de Romeinse samenleving bezighielden. Voor de welgestelde Romeinen uit de hogere klassen, zoals de Dames van Simpelveld en Voerendaal, was een laag kindertal voordelig voor het in stand houden van het familiefortuin. Minder kinderen betekende dat grond en andere familiebezittingen zo min mogelijk opgesplitst werden. Ze trachtten het kindertal dan ook te beperken tot één of hoogstens twee nakomelingen.

Hoewel kinderen voor arme Romeinen veelal een welkome aanvulling op het gezinsinkomen betekenden, waren nakomelingen bij prostituees vaak een stuk minder gewenst.

Links: sarcofaag van de Dame van Simpelveld, te zien in het Rijksmuseum van Oudheden, Leiden. Rechts: portretkop van de Dame van Voerendaal, te zien in het Centre Céramique, Maastricht. Foto’s via Romeinen Nu.

Kruidendrankjes en amuletten

Door de Romeinse vrouwen werden dan ook actief verschillende geboortebeperkende methoden ingezet, de ene effectiever dan de andere. De rijke Romeinen maakten veel gebruik van kruidenaftreksels en amuletten, die ze een magische betekenis toedichtten. Als voorbeelden van kruiden worden genoemd wijnruit, polei, springkomkommer en wilde peen. Van deze laatste moest men de zaden na de geslachtsgemeenschap in een glas water doen en opdrinken, om zwangerschap te voorkomen.

Granaatappel werd wel als vaginale zetpil gebruikt, terwijl jeneverbes voorafgaand aan de gemeenschap op de mannelijke geslachtsdelen moest worden gesmeerd. Ook braakmiddelen werden vaak ingezet, in de overtuiging dat de voorplantingsorganen een tweede op zichzelf staand ingewandstelsel vormden. Middelen zoals nieskruid, die de menstruatie zouden opwekken, waren echter gevaarlijker dan men toen veronderstelde.

Daarnaast bezigden de Romeinen ook enkele voor ons bekendere methoden, zoals coïtus interruptus, het gebruik van condooms en pessaria en bepaalde posities tijdens de geslachtsgemeenschap die het proces van conceptie tegenwerkten. Onthouding op bepaalde dagen van de menstruatiecyclus kwam waarschijnlijk ook voor. Dit had wellicht effectief kunnen zijn, ware het niet dat de Romeinen dachten dat de vruchtbaarste periode van de vrouw rond de menstruatie lag.

Een mooi echtpaar: bakker Terentius Neo en zijn vrouw, fresco gevonden in Pompeï. Via Archeologisch Museum Napels.

Ongewenste kinderen

Voor de arme Romeinse vrouwen, die geen toegang hadden tot dure voorbehoedsmiddelen, zat er vaak niets anders op dan het plegen van abortus of het te vondeling leggen van het geboren kind. Ook abortus werd vaak met (giftige) kruiden (oraal dan wel vaginaal ingenomen) opgewekt, maar zelfs het inbrengen van mechanische hulpmiddelen om de foetus te beschadigen werd niet geschuwd. Beide methoden brachten uiteraard nogal wat risico’s met zich mee.

Van alle gezinsbeperkende methoden maken de Romeinse bronnen het meeste melding van te vondeling leggen. Dit werd vaak gedaan op een verlaten plek, waardoor het kind bijna onvermijdelijk was overgeleverd aan de wilde dieren die daar leefden. Soms werd een kind gevonden en opgevoed tot slaaf, soms was het de moeder zelf die het kind als slaaf verkocht. Hoe dank ook was het voor de nieuwe eigenaar een investering die zich later terugbetaalde.

Fresco van een minnend paar, gevonden in een bordeel in Pompeï. Foto door Thomas Shahan, via Wikimedia.

Overgeleverde kennis

Ondanks de risico’s waren abortus en te vondeling leggen lange tijd legaal in het Romeinse Rijk. Dat veranderde met de verspreiding van het christendom, die deze zaken afkeurde. Onder invloed van de nieuwe ideeën over hemel en aarde werden wetten opgesteld tegen infanticide en te vondeling leggen. Medische kennis over anticonceptie werd geschrapt uit bestaande standaardwerken.

Toch is het plausibel dat de ‘kennis’ over geboortebeperkende middelen door Romeinse vrouwen van generatie op generatie doorgegeven werd. Het is echter gissen hoeveel van deze kennis vanuit het Middellandse Zeegebied de vrouwen in de Lage Landen bereikte. Zij hadden wellicht hun eigen middelen, met kruiden die lokaal voor handen waren.

Wil je meer te weten komen over de gebruiken van vrouwen tijdens de Romeinse tijd in Nederland? Kijk dan op de website van Romeinen Nu, waar in het kader van de Nationale Romeinenweek (4 tot en met 12 mei 2019) diverse artikelen en activiteiten rond dit thema online staan.

Tekst: Sarah Remmerts de Vries

Bronnen:

  • Romeinen Nu: Romeinenweek
  • Blayney, J., ‘Theories of conception in the ancient Roman world’, in: B. Rawson ed., The family in ancient Rome. New perspectives (Beckenham en Surry Hills 1986) 230-236.
  • Dixon, Suzanne, The Roman family (Baltimore en Londen 1992).
  • Frier, Bruce W., ‘Natural fertility and family limitation in Roman marriage’, Classical Philology 89:4 (1994) 318-333.
  • Gardner, Jane F., Women in Roman law & society (Londen en Sydney 1986).
  • Hopkins, K., ‘Contraception in the Roman empire’, Comparative Studies in Society and History 8 (1965) 124-151.
  • King, Helen, recensie van Riddle, John M., Contraception and abortion from the ancient world to the renaissance (Londen etc. 1992), Medical History 37:03 (1993) 349-350.
  • Riddle, J.M., ‘Oral contraceptives and early-term abortifacients during classical antiquity and the middle ages’, P&P 132 (1991) 3-32.
  • Rouselle, A., ‘De politiek van het lichaam: tussen voortplanting en onthouding’, in: G. Duby ed., Geschiedenis van de vrouw: I Oudheid (Amsterdam z.j.) 272-316.