De Groene man

De Groene man is een ornament in de vorm van een gezicht dat -deels- gemaakt is van bladeren, of een gezicht waar bladeren uit de mond (of soms oren, neus en ogen) stromen. Dit zeer intrigerende ornament is te vinden in middeleeuwse kerken, maar ook op gevels van oude huizen. Haarlem heeft maar liefst 69 Groene mannen in zijn binnenstad. Dit maakt Haarlem de stad met de - op Amsterdam na - meeste Groene mannen van Nederland! De Groene man wordt tegenwoordig onder andere gezien als het symbool voor de verbinding van de mens met de natuur. Maar werd hij altijd zo gezien? Lees verder over de speurtocht naar de betekenis van de Groene man.

Lady Raglan en de Groene man

Pas sinds de jaren dertig van de vorige eeuw wordt dit ornament de Groene man of ‘green man’ genoemd. Dit hebben we te danken aan lady Raglan. In een kerk in Wales (Llangwm) zag zij een gezicht met blad wat uit de mond stroomde en het intrigeerde haar. In een artikel uit 1939 noemde zij het ornament een ‘green man’. Dit deed zij omdat ze een verband zag tussen deze kerkversieringen en een figuur die tijdens meivieringen in Engeland meeliep in de optocht en die volledig gehuld was in groene takken. Deze figuur kennen we nu vooral als de ‘Jack-in-the-Green’, maar werd ook wel de ‘green man’ genoemd.

Zij maakte vervolgens de connectie met de theorie van James Frazer in zijn klassieke werk ‘The golden bough’, dat de Groene man uit de rituelen de vegetatiegeest of god vertegenwoordigde die in het voorjaar geofferd werd om wedergeboren te kunnen worden. Ooit ging dit mogelijk om een echt offer, maar in de christelijke tijd ging het om een symbolisch offer. Het was bedoeld om zo de groei en vruchtbaarheid van het gewas en het vee te stimuleren. Voor lady Raglan was het ornament in de kerk een weergave van de figuur uit het ritueel. Ondanks dat de bewijsvoering dun is valt er toch veel voor haar theorie te zeggen.

Groene man van Lady Raglan – Llangwm. Beeld: Creative Commons door yellow book, CC BY 2.0

Het uiterlijk en de naam van de Groene man

In de architectuur wordt de Groene man ook ‘tête feuillu’, ‘mascaronne’ of ‘masque feuillu’ genoemd en gezien als een ‘grotesque’ (net als waterspuwers, duivels en andere monsterlijke koppen). Er zijn drie hoofdvormen: het gezicht dat gemaakt is van blad (de wangen, het voorhoofd en/of de kin zijn gevormd uit bladeren), het gezicht waar het blad uit de mond spruit en het gezicht dat omkranst is met bladeren. Een vierde vrij zeldzame variant wordt wel de bloedzuiger genoemd. In deze variant komt er ook blad uit zijn ogen en oren. Combinaties van deze vier komen ook voor. De derde variant waarbij het gezicht – bijna – verscholen is achter bladeren komt relatief weinig voor als ornament, maar is wel essentieel voor de connectie met de verschillende mei-rituelen waarin de Groene man een rol speelt.

Groene man, Zijlstraat 76, Haarlem. Foto: Abe van der Veen, 2021

In kerken zit de Groene man vaak onopvallend hoog op de kapitelen van pilaren of als sluitstuk van een ribgewelf. We vinden hem daar vrijwel nooit op een prominente plek. Op gevels van woonhuizen is hij wel duidelijk zichtbaar. Het gezicht is meestal van eik, acanthus of klimopblad en soms van wijnrank of meidoorn. Eén enkele keer is hij gekroond met een fleur-de-lis. Meestal is het een mannenhoofd, een duidelijke Groene vrouw komt slechts zelden voor.

Groene man, Grote Houtstraat 12, Haarlem. Foto: Abe van der Veen, 2021

De vroegste geschiedenis van de Groene man

De eerste voorbeelden van het Groene man-motief zijn uit de tweede eeuw na Christus. Ze staan op pilaren en grafmonumenten in Romeinse tempels van verschillende uithoeken van het Romeinse Rijk. De meest in het oog springende voorbeelden zijn een Groene man als masker uit Antalya (Klein-Azië), een Groene man op de zijkant van een Nehalennia-altaar uit Zeeland (Nederland), enkele Groene man-ornamenten uit het Forum Romanum en een aantal Groene mannen in de vorm van bladmaskers uit Neumagen (Duitsland) uit de tweede eeuw n.o.j. Hiernaast vinden we in ieder geval ook nog Groene mannen in de tempel van Jupiter in Split (Kroatië), in de Bachustempel te Baälbek (Libanon), in Perigueux (Frankrijk) en in Hatra (Irak). Op de laatste na bevonden ze zich allemaal binnen de grenzen van het Romeinse Rijk.

Groene man op de zijkant van een Nehalennia-altaar, 150-250 na Chr., in het Rijksmuseum van Oudheden, Leiden. Foto: Abe van der Veen.

De Groene man van tempels naar kerken gebracht

Twee Groene mannen uit Trier zeggen mogelijk iets over de wijze waarop dit ornament in de kerk is beland. Ze komen uit een Romeinse tempel van de tweede eeuw n.o.j., maar zijn in de zesde eeuw door bisschop Nicetius uit de ruïnes van de tempel gehaald en opnieuw gebruikt voor zijn kathedraal in Trier. Dit kan er mede voor hebben gezorgd dat de Groene man ook geaccepteerd werd in de christelijke kunst. We vinden pas in de vijfde eeuw weer een aantal Groene mannen, deze keer in Byzantium. Vanaf dat moment vinden we de Groene man eeuwenlang alleen in een christelijke context tegen.

Na dit prille begin is de Groene man niet meer weg te denken uit de Europese bouwkunst. In de Romaanse kerken vinden we hem nog vrij sporadisch, maar vanaf de Gotiek begint zijn grote bloei. We vinden dan de mooiste exemplaren in vele Gotische kerken en kathedralen van de twaalfde tot en met de vijftiende eeuw. Vervolgens duikt het ornament in de Renaissance ook op als versiering van seculiere gebouwen, te beginnen bij stadhuizen, maar niet veel later ook bij andere rijkere huizen in de steden van Europa.

Twee Groene mannen, Grote Markt 7, Haarlem. Foto: Abe van der Veen, 2021.

Een volgende opleving van de Groene man vinden we in de tweede helft van de negentiende eeuw ten tijde van de neogotiek en neorenaissance. Juist binnen deze stijlen vinden we nog een rijke ornamentiek met dus ook de gebeeldhouwde ‘koppen’ van Groene mannen. Je kan ze op diverse panden vinden verspreid over de hele binnenstad.

Groene man, Lange Veerstraat 26, Haarlem. Foto: Abe van der Veen, 2021

Na de eerste wereldoorlog verdwijnt de Groene man – samen met alle andere ornamentiek – uit het zicht van de bouwkunst. Mede dankzij het oplevende heidendom krijgt de Groene man vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw een nieuw leven in kunst en literatuur. Tegenwoordig vinden we hem zelfs terug in het assortiment van menig tuincentrum.

Groene man, Smedestraat 36, Haarlem. Foto: Abe van der Veen, 2021

Maskers en groentjes

Verschillende interpretaties door de eeuwen heen maken de zoektocht naar een betekenis van de Groene man enigszins verwarrend, zeker in combinatie met de schaarste aan bronnen. Er zijn gelukkig nog meer mogelijkheden om achter het geheim van de Groene man te komen. Er zijn aanwijzingen voor zijn betekenis te vinden in zijn naam, uiterlijk en plaats.

De Groene man is de ‘mascaronne’: het masker gemaakt van blad. De eerste Groene mannenornamenten zien er uit als maskers en ook later blijft dit een veel voorkomende vorm van de Groene man. Masker komt van het Latijnse woord ‘masca’ wat geest of heks betekent. Wie gemaskerd rond liep ging volgens het oude volksgeloof behoren tot de geestenwereld. Een groen bladmasker verwijst hiermee naar een planten- of boomgeest, oftewel een geest van de vegetatie.

Groene man, Zijlstraat 76, Haarlem. Foto: Abe van der Veen, 2021

Groen is etymologisch verwant aan groei. Wat groen is, is groeiende en vruchtbaar. Het zal zich ontplooien en ontwikkelen. Groen betekent echter ook naïef en onervaren. Een nog onervaren jongen is een ‘greenhorn’; een groentje. Hij wordt hier vergeleken met het jonge groene blad. Men zegt dan: ‘hij is nog niet droog achter de oren’, of anders: ‘hij is nog groen achter zijn oren’. De Groene man is jong, vol groeikracht en potentie en moet nog ‘ontgroend’, dus geïnitieerd worden in de geheimen van de wereld van de volwassenen.

In tegenstelling tot veel vrolijke Groene mannen die nu als tuinornament dienen, heeft het authentieke gezicht meestal een starende blik met een mysterieuze, serene, gekwelde of zelfs grimmige uitdrukking. Dit laatste woord komt van grimas, wat ook weer masker betekent. Mogelijk is dit de blik van iemand die midden in de beproeving van zijn inwijding zit, met tegelijkertijd de serene blik van iemand die participeert in een gewijde handeling en anders wel de gekwelde blik van een slachtoffer.

Groene man, Anegang 21, Haarlem. Foto: Abe van der Veen, 2021

De rituelen van de Groene man

Naast het ornament van het gezicht met bladeren zoals deze voorkomt als versiering in kerken en gebouwen, werden er ook volksrituelen en optochten met een bladeren bedekte man gehouden. Deze rituelen werden op verschillende plaatsen in Europa in de meiperiode gehouden. De bekendste voorbeelden zijn de optocht met de ‘Jack in the Green’ in Engeland, met de Groene Joris in Roemenië, de Oostenrijkse ‘Pfingstl’ en de Nederlandse Klissenboer. Maar er zijn er nog veel meer zoals: ‘Le père Mai’ in delen van Frankrijk, de ‘Maibär’ in Zwitserland, de ‘Laubmann’ in Duitsland en de ‘Zeleny Juray’ uit Joegoslavië.

Groene man, Zijlstraat 76, Haarlem. Foto: Abe van der Veen, 2021

De klissenboer en de Pinksterbloem

Ook in Nederland zijn er rituelen met een Groene man geweest. Zo was er in West-Friesland en in enkele andere Noord-Hollandse plaatsen de klissenboer. Dit ritueel werd tot in de negentiende eeuw uitgevoerd met ‘Luilak’ op de zaterdag voor Pinksteren. Wie dan het laatst uit bed kwam was de luilak of klissenboer. Hij werd volgehangen met kleefkruid en/of klissen, vervolgens in een wagentje gezet en zo – al zingende – door de stad of het dorp gevoerd. Na deze rondgang werd hij in het water gesmeten.

Groene Joris (Zelene Jurij) te Stiermarken ca. 1890.

In enkele stadjes in Friesland (Makkum, Bolsward en Franeker) werd – tot in de eerste helft van de negentiende eeuw – op die dag de ‘Pinksterbloem’ door de straten gevoerd. Dit was een jongen van zes of zeven jaar verborgen in een framewerk van hoepels en stokken die behangen waren met palmgroen en pinksterbloemen. Dit framewerk werd de ‘tempel’ genoemd en maakte hem onzichtbaar. Hij werd door vier jongemannen begeleid. Zij droegen papieren puntmutsen en hadden zich gegrimeerd met zwarte en rode verf. Zo nu en dan stak de jongen zijn hand – met een napje – uit de groene ‘tempel’ om geld in te zamelen. En ook in Amsterdam waren er jongens in de achterbuurten die hun makkers helemaal onder het groene loof bedekten om zo al zingend met hem rond te trekken.

Groene man, Spaarne 75, Haarlem. Foto: Abe van der Veen, 2021

Groene mannen van Nederland

Op de pagina ‘Groene mannen van Nederland’ probeer ik alle ornamenten van Groene mannen op en in gebouwen in Nederland te verzamelen. De Noord-Hollandse steden met de meeste Groene mannen zijn Amsterdam (130 stuks) en Haarlem (69 stuks). Het Centraal Station telt er in totaal 25 en het Rijksmuseum zelfs 45.

Groene man, Centraal Station, Amsterdam. Foto: Abe van der Veen.

Wil je meer weten over de Groene man? Neem dan een kijkje op mijn website of wordt lid van de Facebookgroep De Groene man in Nederland.

Auteur: Abe van der Veen

Bronnen:

Publicatiedatum: 21/10/2021

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.