Historisch Genootschap Midden-Kennemerland schiet weer uit de startblokken

Het in Beverwijk gevestigde Historisch Genootschap Midden-Kennemerland (HGMK) is misschien niet de grootste historische vereniging in de regio IJmond, maar waarschijnlijk wél de oudste, want het HGMK bestaat al sinds 1930. Het genootschap houdt zich bezig met de geschiedenis van Beverwijk, Heemskerk en Velsen, telt inmiddels 840 leden en zit in hetzelfde gebouw als Museum Kennemerland. Dat was ooit het gemeentehuis van Wijk aan Zee en Duin, een gemeente die nu bij Beverwijk hoort.

Indrukwekkende bibliotheek

We praten met bestuursleden Arie van Dongen en Harry Rengers en dat doen we in een lokaal met een indrukwekkende boekenkast. Van Dongen is best wel trots op de collectie boeken die het genootschap in de loop der jaren heeft opgebouwd. “Daarin onderscheiden we ons van andere historische verenigingen,” zegt hij trots. Via de website van het HGMK kun je bovendien grasduinen in een digitale beeldbank met 9000 afbeeldingen en zo kun je ook alle publicaties van het genootschap doorzoeken.

Er zijn verschillende historische verenigingen in Kennemerland, die maandelijks met elkaar overleggen. Zo wordt overlegd met Historische Kring Heemskerk, Historische Kring Velsen, Stichting Werkgroep Oud-Castricum en het Historisch Genootschap Assendelft. De verenigingen praten dan over zaken die hen allemaal aangaan, zoals nieuwe wet- en regelgeving. Ook stemmen ze de activiteiten op elkaar af.

Arie van Dongen (links) en Harrie Rengers voor de bibliotheek van het HGMK. Foto: Arnoud van Soest.

Bromsnor

HGMK kan niet alleen op een mooie collectie boeken bogen, het geeft zelf ook boeken uit, zoals Bromsnor tussen de aardbeienvelden, dat de geschiedenis van ordehandhaving in Beverwijk behandelt. In andere boeken wordt de geschiedenis van de eerste generatie Hoogovenwerkers beschreven  (‘Mannen van IJzer en Staal’) of het verhaal van Jan Kuenen verteld, die als de Beverwijkse James Bond de geschiedenis in zou gaan. Van Dongen: “Kuenen was een Engelandvaarder, een stoere bink en vrouwenverslinder.”

Daarnaast zijn er nog de maandelijkse lezingen, die na de gedwongen coronastop weer zijn hervat. Lezingen die vaak over de jongste geschiedenis gaan en dan met name over de periode ná de Tweede Wereldoorlog. “Dat spreekt mensen bijzonder aan,” legt Rengers uit, “want je ouders, grootouders, ooms en tantes hebben je daar nog verhalen over verteld. Dat is herkenbaar voor onze leden, die meestal wat ouder zijn. We proberen ook jongeren te bereiken en daarom hebben we pas een boek over de Beverwijkse blues-rockband Bintangs uitgegeven.”

Als in 1715 ‘De Nachtwacht’ van Rembrandt van Rijn te groot blijkt voor de zaal van het toen net nieuwe Amsterdamse stadhuis, worden er aan alle vier de zijden stukken afgesneden. Dankzij kopieën van het originele schilderij weten we wie er op het afgesneden stuk aan de linkerkant heeft gestaan: Jan Brugman. Brugman was een Amsterdamse koopman, die in 1640 een fortuin erfde en van dat geld een buitenplaats in de Beverwijkse Peperstraat kocht. Graficus Arie van Dongen maakte in Rembrandtjaar 2019 een reconstructie van hoe ‘De Nachtwacht’ er oorspronkelijk moet hebben uitgezien. Met Jan Brugman dus. De kopie hangt nu in Museum Kennemerland, maar wordt ook regelmatig voor museumlessen op scholen gebruikt. Foto: Arnoud van Soest.

De Bintangs

De Bintangs, de band van zanger/kunstenaar Frank Kraaijeveld, bestaat maar liefst zestig jaar, zij het niet in de oorspronkelijke bezetting. Maar elke keer zijn ze toch maar weer uit de as herrezen en in september gaven ze twee uitverkochte concerten in het Beverwijkse Muziekfort. En nu is er dan een boek. Van Dongen: “Het boek was al klaar en relaties van ons uit Heemskerk hadden de vormgeving gedaan, maar ze hadden geld nodig om het te laten drukken. Toen dachten wij: die band hoort bij de geschiedenis van Beverwijk. Frank Kraaijeveld, één van de oprichters, heeft een vaardige pen en hij kan boeiende verhalen vertellen, dus wij vonden het de moeite waard om dat boek op de markt te brengen.”

Het HGMK gaf onlangs een boek uit waarin Frank Kraaijeveld, één van de oprichters van de Beverwijkse bluesrockband Bintangs, over de zestigjarige geschiedenis van de band vertelt. Via HGMK.

Extra bulletin

Met het boek over de Bintangs kruipt het genootschap uit de corona-winterslaap, die anderhalf jaar heeft geduurd. “Al die tijd hebben we geen lezingen kunnen houden,” vertelt Rengers. “Om onze leden tóch iets te kunnen bieden, hebben we een extra ledenbulletin uitgebracht.” Die bulletins zijn fraaie boekjes, met allerlei artikelen over de geschiedenis van Kennemerland.

De serie lezingen ging 23 september weer van start met een lezing van Co Backer, een bekende Beverwijker. Rengers: “Backer is een oud-politicus, die goed van de tongriem is gesneden. Hij is ook bestuurslid van prentenkabinet Van der Linden. De oude meneer Van der Linden heeft veel gefotografeerd in Beverwijk. Als er een pand gesloopt werd, zette hij dat eerst op de foto. Hij kocht ook foto’s op veilingen en uiteindelijk is dat een geweldige collectie geworden.” Van Dongen knikt instemmend. “Backer is Beverwijker in hart en nieren. Je hoeft hem maar een foto te geven, of hij kan er een verhaal bij vertellen.”

Museum Kennemerland in Beverwijk, thuisbasis van HGMK. Foto: Dqfn13, via Wikimedia (CC BY-SA 4.0).

Beleg van Haarlem

Ook de burgemeester van Haarlem, Jos Wienen,  is een keer te gast geweest. Van Dongen: “Wienen is historicus, die heel veel af weet van het beleg van Haarlem. Hij kan daar boeiend over vertellen.” Verder zijn er lezingen geweest over de Hoogovens, papierfabriek Van Gelder en de tuinders in het IJmondgebied.

Op 21 oktober gaat archeoloog Jean Roefstra vertellen over de ontdekkingen die hij met zijn team heeft gedaan bij verdwenen Heemskerkse kastelen als Oud Haerlem en Marquette. Volgens het HGMK hebben die onderzoeken ertoe geleid dat ‘de geschiedenis van de Middeleeuwen in Kennemerland eigenlijk herschreven zou moeten worden.’

Huis Adrichem in Beverwijk, één van de verdwenen kastelen in Noord-Holland. Het kasteel, dat in 1810 werd gesloopt, lag eeuwenlang in Wijk aan Duin (nu Beverwijk), tussen de St. Aechtendyk en de Hof Landerweg. Waar nu sportvelden en een camping liggen, moet zich begin negentiende nog een waar lustoord hebben bevonden met kassen waarin ananassen, perziken en abrikozen werden gekweekt. (Bron: Archeologische Werkgroep Beverwijk-Heemskerk). Dit is een tekening van Jacobus Stellingwerf (1667-1727), die te vinden is in het Westfries Archief.

Broekpolder

Rengers: “Beverwijk en Heemskerk hebben samen een nieuwe woonwijk ontwikkeld, de Broekpolder, maar het gebied waarin ooit kasteel Oud-Haerlem lag, is daarvan uitgezonderd. Roefstra en zijn companen zouden daar het liefst gaan spitten, maar dat mag tegenwoordig niet meer. Maar met behulp van nieuwe scanapparatuur kunnen ze nu wél onder de grond kijken, zonder dat ze hoeven te graven.”

Van Dongen: “Zo hebben ze ontdekt dat op de plek van Oud-Haerlem vroeger een vierkant kasteel heeft gestaan. En dan nog eens van een omvang die nergens anders in Nederland voorkwam. Dat is tamelijk uniek, want de meeste kastelen in de dertiende eeuw waren rond.”

De lezing vindt plaats in het gebouw van de Beverwijkse Harmoniekapel. Het aantal zitplaatsen is beperkt. Belangstellenden kunnen zich hier aanmelden.

Huis Marquette in Heemskerk. Via HGMK.

Oud-Haerlem

Eén van de kastelen waar Jean Roefstra en zijn team 21 oktober over zullen vertellen, is Oud-Haerlem in Heemskerk.

Het is in zomer 2020 als de Heemskerkse wethouder Aad Schoorl reageert op de eerste resultaten van een onderzoek dat bureau Saricon uitvoert op het terrein waar ooit kasteel Oud Haerlem heeft gestaan. De wethouder noemt de eerste resultaten ‘sensationeel.’

Kasteel Oud-Haerlem stamt uit 1248 en werd in 1351 verwoest; het heeft dus iets meer dan honderd jaar bestaan. Jean Roefstra, kastelenexpert en als historisch archeoloog werkzaam voor de provincie Noord-Holland, vertelt dat het scanonderzoek heeft aangetoond dat het kasteel twee keer zo groot was als tot die tijd werd aangenomen.

Tekening van het voormalige kasteel Oud-Haerlem in Heemskerk, toen het nog een ruïne was. Via HGMK.

Het hoofdkasteel

Een middeleeuws kasteel bestaat meestal uit een voorburcht, een hoofdburcht en een voorhof. De voorburcht was in 1960 al ontdekt door professor Renaud, maar bureau Saricon, dat over moderne meetapparatuur beschikt, ontdekte in 2020 een tweede gebouw van 45 bij 45 meter: het hoofdkasteel.

Archeoloog Nancy de Jong-Lambregts en bouwhistoricus Rob Gruben, die het onderzoek uitvoeren, sprongen een gat in de lucht, want zo vaak worden er in Nederland geen nieuwe kastelen meer ontdekt, of beter gezegd: kasteelplattegronden, want het kasteel zelf is – na een beleg – verwoest.

Vervolgens ontdekten de onderzoekers nog een voorhof, waar woningen voor het personeel en stallen stonden, evenals de fundamenten van een torenmolen, een toren die als molen diende, maar ook voor de verdediging werd gebruikt.

Het onderzochte terrein is in totaal 90.000 m2 groot. Het in 2020 ontdekte hoofdkasteel meet 45 bij 45 meter en moet dus groter zijn geweest dan het Muiderslot, dat 32 bij 35 meter groot is. De Jong durft dus gerust de uitspraak aan dat Oud-Haerlem in de dertiende eeuw ‘het meest moderne en grootste kasteel van héél Nederland was.’ In dit filmpje vertellen de onderzoekers er meer over:

Tekst: Arnoud van Soest

Publicatiedatum: 18/10/2021

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.