Luilakken

Op de zaterdagochtend voor Pinksteren wordt er op een aantal plekken in het westen van Nederland Luilak gevierd, een kwajongensfeest of volksgebruik waarbij de zogenoemde luilak op allerlei manieren uit zijn of haar schoonheidsslaap wordt gewekt. Belletje trekken, blikjes achter de fiets aan slepen, brullen, toeteren, met eieren gooien, zijspiegels van auto's vernielen en soms zelfs een brandje stichten, allemaal om langslapers in de vroege ochtend wakker te maken en al dan niet te bespotten: "Luilak, beddezak, staat om negen uren op, negen uren half tien, dan kan men de luilak zien!" De ene keer slaap je er doorheen, de andere keer staat jouw kat de boter van de ramen van de overburen af te likken en hebben de minder onschuldige luilakkers hun handtekening achtergelaten in de lak van de auto.

Luilak 1933

Kinderen trommelen op de deuren om mensen uit hun slaap te halen. Vervaardiger: Vereenigde Fotobureaux N.V. Bron: Stadsarchief Amsterdam

Luilak 1933Luilak 1933

Oorsprong

Er valt niet eenduidig aan te geven hoe Luilak is ontstaan en of het al dan niet een religieuze voorgeschiedenis heeft. Anders dan bij de meeste feesten wordt Luilak door geen enkele religie opgeÃĢist. In de negentiende eeuw hielden Christelijke en Joodse geleerden vooral elkaar verantwoordelijk voor de wandaden die werden verricht tijdens Luilak. Zo was er tot in de zeventiende eeuw nog wel eens sprake van uit de hand gelopen vechtpartijen tussen volwassen mannen, voor het meer een aangelegenheid werd voor jongeren en kinderen. De oorsprong van Luilak kan volgens volkskundige Jos Schrijnen gezocht worden in de overeenkomsten met andere feesten, waar op diverse wijzen langslapers en telaatkomers belachelijk worden gemaakt. Neem bijvoorbeeld St. Thomasdag, 21 december, gevierd op de kortste dag van het jaar waarbij mensen geacht werden op tijd op te staan en waar ruim een eeuw geleden de langslapers of kinderen die te laat op school kwamen voor Domesezel (Thomasezel) werden uitgemaakt.

Klisseboer

In de loop van de geschiedenis zijn er diverse luilakgebruiken te vinden. In Haarlem en omstreken liepen jongens in de negentiende eeuw tijdens Luilak met de zogenaamde ‘klisseboer’, de luilak bedekt met kleverige bloempjes, al zingend rond. Aan het eind van de wandeling werd de arme ‘looie lak, slaperige zak’ de sloot in gegooid. Dat Luilak onlosmakelijk verbonden lijkt te zijn met Pinksteren blijkt wel uit de opvallende gelijkenis tussen deze ‘klisseboer’ en een verhaal van de gebroeders Grimm over hoe er in Duitsland tijdens Pinksteren ‘de groene man’, een jonge boer behangen met groen, werd rondgevoerd. In Zaandam werd de langslaper niet met bloempjes bedekt, maar in een wagentje gevuld met brandnetels vervoerd. De individuele luilak verdwijnt vervolgens uit beeld en slapende burgers in het algemeen werden meer en meer geplaagd. Buiten het bekende gebonk op deuren en ramen, kon men ruim een eeuw geleden ook aan de deurknop vastgemaakte dode dieren ontdekken bij het opstaan.

Georganiseerd vermaak

De mate waarin het gebruik nog werd en wordt gevierd veranderde ook. Vanaf de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw was de traditie voornamelijk in de strook van Den Helder en West- Friesland tot aan Delft bekend. Na 1945 heeft het wekken van de luilak zich echter tot Noord-Holland en specifiek Amsterdam en de Zaanstreek beperkt en ook hier lijkt er sprake te zijn van steeds minder belangstelling voor de luilakgebruiken. Bovendien zijn er pogingen geweest om de individuele luilakviering binnen de perken te houden of beter te controleren. Georganiseerd vermaak, moest jongeren ervan weerhouden ongein uit te halen. Zo is er in Haarlem al sinds 1890 sprake van een bloemenmarkt. In 1999, in de Zaanstreek, kreeg iedereen die aanwezig was bij het toen georganiseerde luilakvuur een certificaat met de tekst: “Ik ben een echte luilakvierder”. Zaterdagochtend lekker luieren mag, vandalisme in de nacht van vrijdag op zaterdag liever niet.

Geschreven door Liza Koppenrade

Bronnen

De Jager, Jeff. (2001). Rituelen. Nieuwe en oude gebruiken in Nederland. Utrecht: Het Spectrum.

KNAW/Meertens Instituut. (z.d.). Luilak. Geraadpleegd op 28 januari 2015, van http://www.meertens.knaw.nl/meertensnet/wdb.php?sel=79973

Schrijnen, Jos. (1977) Nederlandse Volkskunde. Arnhem: Gysbers & Van Loon. Geraadpleegd op 28 januari 2015, van http://www.dbnl.org/tekst/schr018nede01_01/schr018nede01_01_0005.php

Ter Gouw, Jan. (1871) De volksvermaken. Haarlem: Erven F. Bohn. Geraadpleegd op 28 januari 2015, van http://www.dbnl.org/tekst/gouw002volk01_01/gouw002volk01_01_0025.php

Publicatiedatum: 26/01/2015