Daar komt de fiere Pinksterblom

Komend weekend is het weer Pinksteren, de vijftigste dag na Pasen waarop de verspreiding van het Christendom wordt gevierd. De een doet dat door naar de kerk te gaan, de ander door lokaal gebrouwen bockbiertjes te drinken. Tot aan het begin van de vorige eeuw kon je op straat nog Pinksterblommen tegenkomen. Jonge meisjes die werden rondgedragen om de vruchtbaarheid te vieren.

Kermissen, wedstrijden en veemarkten

Met name in de vroege middeleeuwen was Pinksteren een belangrijk christelijk feest. Tijdens Pinksteren wordt herdacht dat de Heilige Geest neerdaalde op de apostelen, wat tot de verspreiding van het christendom leidde. Aan de vrije dagen van Pinksteren zijn altijd al wereldlijke feesten verbonden geweest, zoals kermissen, wedstrijden en veemarkten. Pinkster Drie, de dinsdag na Pinksteren in de Zaanstreek, is een verhaal apart. Op deze extra Pinksterdag wordt het verdrijven van de Spanjaarden uit de Zaanstreek feestelijk herdacht.

De meeste voorjaarsfeesten die tijdens Pinksteren werden gehouden, zijn zo goed als verdwenen. Met ‘het bokkie kopen’ wordt nu in de Zaanstreek niet het kopen van een bok, maar het drinken van een lokaal gebrouwen bockbiertje bedoeld. Ook het landelijke schieten van koekoeken en het houden van steekspelen behoren tot het verleden. Nog een traditie die zo goed als is verdwenen is de traditie van de Pinksterblom, in het oosten van Nederland de Pinksterbruid genoemd. De wortels van de Pinksterblomtraditie reiken tot in de middeleeuwen en waarschijnlijk zelfs tot in de Germaanse voorchristelijke tijden.

Bokkie kopen op Pinkster Drie op de veemarkt in Purmerend (1983). Beeld: Nationaal Archief, Fotocollectie Anefo.

Missverkiezing avant la lettre

De Pinksterblom is een jonge vrouw die de jonge bloeiende vruchtbaarheid verbeeldt.  De gemeenschap hoopte met het aanstellen van een Pinksterblom op vruchtbare akkers en vruchtbare huwelijkspartijen voor hun dorp of buurt. De rol van de Pinksterblom werd vervuld door het mooiste meisje van het dorp of de buurt. Ze werd uit de ongetrouwde meisjes van de gemeenschap verkozen door de huwbare jonge mannen tijdens een missverkiezing avant la lettre. Behangen met sieraden en getooid met een bloemenkrans werd ze tijdens Pinksteren het dorp of de buurt rondgedragen.

De Amsterdamse textielkoopman Andries Schoemaker (1660 – 1735) sloeg in 1720 de pinksterbruid in Schermerhorn gade en beschreef hoe  ‘het staande dogtertje was omhangen met twintig zilvere tuigen, tien zilvere bellen, drie beugeltassen en vijf en twintig zoo barnsteede als bloedkoraale kettingen.’ De zilveren voorwerpen en de bloedkoralen kettingen waarmee ze werd behangen, waren geschonken door de burgerij. Zij droegen graag bij aan de rijke uitdossing van de Pinksterblom, die het vooruitzicht op een overvloedige oogst zou vergroten. Vaak droeg de Pinksterbruid een bloementooi. In dit liedje wordt haar rozenkrans bezongen:

Daar komt de fiere Pinksterbloem
Daar komt zij aangegangen,
Met een schoon rozenhoedje op,
Al met twee bloeiende wangen.

Pinksterbruidegom en Pinksterbruid als herderspaartje met rozenkrans. Uit: Vaderlandsche Kindervreugd. Amsterdam, laatste kwart 18e eeuw. Bron: Volksgebruiken in hoogtijdagen.

Een glimp van de Pinksterblom

De Pinksterblom werd omringd door een meute dansende jonge mannen en vrouwen, die haar op een houten baar ronddroegen.  Dit gevolg van vrienden en vriendinnen zongen liedjes en dansten met elkaar. Tijdens het ritueel leerden de jongeren elkaar volgens de overlevering ‘beter kennen’. Het feest vormde een goede aanleiding voor een zomerse liefde en wie weet een mooi huwelijk. Het ronddragen van de maagd ging gepaard met het inzamelen van geld. Aan de toeschouwers werd in ruil voor de liedjes en een glimp van de Pinksterblom een gift gevraagd, die de toeschouwer maar al te graag aan de groep afstond. Hoe groter de gift, hoe vruchtbaarder dat jaar. Met het opgehaalde geld werd in de avond door de jongeren vrolijk feest gevierd.

Voor de Pinksterblom was haar taak als vruchtbaarheidssymbool een uiterst serieuze gebeurtenis. Schoemaker verwonderde zich in Schermerhorn over het jonge meisje, van tussen de 14 en 16, dat zich zeer statig wist te houden. Zelfs als iemand iets joligs tegen haar zei, deed ze haar best om niet te glimlachen. Dit gold niet voor het omringende gezelschap. De feestelijke optochten met ‘huwbare’ jongens en meisjes konden aardig uit de hand lopen.  Maatregelen om het feest te verbieden, zijn zo oud als het feest zelf. Door ‘te veel aangematigde vrijheden’ werden de voorjaarsfeesten in Amsterdam in 1612, in Enkhuizen in het jaar 1646 en in Kennemerland in het jaar 1635 verboden.

Pinksterbloem te Schermerhorn. Uit: Claas Bruin, Noordhollandsche Arkadia. 1732.

Na de Tweede Wereldoorlog werd door Bond Heemschut geconstateerd dat de traditie was uitgestorven. Jonge mannen en vrouwen hadden niet meer het jaarlijkse feest nodig om elkaar te leren kennen en feest te vieren. Ontwikkelingen in de landbouw bleken effectiever dan een mooi meisje met zilver behangen. Toch kan je in het oosten en zuiden van het land en op de Waddeneilanden op straat nog Pinksterbruiden tegenkomen dit weekend. Deze variant op de Pinksterblom-traditie wordt hier nog jaarlijks gevierd en is in 2014 zelfs tot immaterieel erfgoed verklaard. Het ronddragen van één jonge maagd is er gelukkig niet meer bij, elk kind mag tegenwoordig een pinksterbruidje zijn.

 

Auteur: Inge Molenaar

Bronnen:

  • Volksgebruiken op hoogtijdagen, dr. Cath v.d. Graft. Heemschutserie, deel 53, 1947.
  • Volk van Nederland. de Vries, P.W.J. van den Berg. 1938.
  • Pinksteren. Meertens Instituut.
  • Levende folklore in Nederland en Vlaanderen. J.H. Kruizinga, 1953.
  • Pinksterbruidjes in Borne. Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland.

 

Publicatiedatum: 25/05/2020