Luilak, beddezak

"Luilak, beddezak, staat om negen uren op, negen uren, half tien, dan kan men de luilak zien!" De ene keer slaap je er doorheen, de andere keer wordt je gedwongen een speltje die tussen de drukker van de elektrische deurbel is gestopt, weg te halen. 'Luilak' is een typisch Nederlands liedje dat traditioneel bij het gelijknamige volksgebruik of kwajongensfeest wordt gezongen om langslapers op de zaterdagochtend voor Pinksteren te bespotten en uit hun schoonheidsslaap te wekken.

Luilak, beddezak

Pentekening van het Nederlandse lied of rijm ‘Luilak, beddezak’, die traditioneel gezongen wordt bij het gelijknamige volksgebruik voor Pinksteren

Luilak, beddezakLuilak, beddezak

Slaapkop, doedelkop, beddegaper, kermispop

Het liedje is in vele vormen op papier gezet en er worden misschien nog wel meer verschillende versies gezongen. Elke keer krijgt de zogenaamde ‘luilak’ in het liedje er een grote variatie aan spottende bijnamen bij. Of hij nu in bed of op een stoel slaapt, in bijna alle versies staat hij voor negen uur niet op. “Lange slaper, beddegaper, groote pop, staat voor negen uur niet op” en “Slaapkop, doedelkop, staat voor negen uur niet op” zijn twee korte versies van het gezongen rijmpje die de wetenschapper Johannes van Vloten in zijn grote verzameling kinder- en bakerrijmpjes heeft genoteerd. In een langere versie van ‘Luilak’, die door Van Vloten is opgeschreven, komt de eerder genoemde stoel naar voren:

“Luilak, zonder verdriet!
Ken jij onzen luilak niet?
Onze luilak heit geslapen,
Op een stoel, daar hij op zat.
En een blok en een blok en een vierkant blok,
en een blok met zes, zeven haken.
Dat heit onze luilak gedaan,
en hij heit zoolang geslapen.”

In een versie die de geschiedkundige schrijver Jan ter Gouw in zijn ‘De Volksvermaken’ (1871) noemt, staat de luilak op, maar mag hij, blijkbaar, wel weer naar bed gaan:

“De leuyelak,
De groote slaapzak,
Hij is opgestaan,
Hij mag wel weêr naar bed toe gaan!
Aluin, aluin! een dief in je tuin!
Alarm, alarm! je lief in je arm!
Al schoon, al schoon! de roozeboom!
Al hier, al hier! de eglantier!”

In een kortere versie, die in de tijd van Ter Gouw ook in gebruik was, komt de kermis om de hoek kijken: “Luilak, Slaapzak, Beddejak, Kermispop, Staat om negen uren op!” ‘Beddejak’ is een achttiende-eeuwse term die ongeveer hetzelfde betekend als ‘luilak’ en ‘slaapzak’. De kermispop is volgens Ter Gouw in het Amsterdams ook wel de overtreffende trap van ‘langslaper’ die verwijst naar mensen die naar de kermis zijn geweest. “Want wie kermis gehouden heeft, slaapt een gat in den dag”, schrijft Ter Gouw.

Boter, eieren en luilakbollen

Het kwajongensfeest ‘Luilak’ wordt op een aantal plekken in het westen van Nederland gevierd, maar vooral in Noord-Holland. Op allerlei manieren worden langslapers in de vroege ochtend, de dag voor Pinksteren, wakker gemaakt. Alles wordt uit de kast gehaald: belletje trekken, blikjes achter de fiets aan slepen, toeteren, met boter en eieren gooien; soms wordt er zelfs een brandje gesticht. Zo is het feest echter niet altijd geweest. In de negentiende eeuw was het idee dat de laatkomer of langslaper trakteerde. De arbeider die als laatste op zijn werk verscheen, gaf een glas lavas of anijs weg en thuis werd de luilak niet per se met luid gebrul wakker gemaakt. Hij moest wel trakteren op zogenaamde ‘luilakbollen’, warm brood met rozijnen en stroop. Tegenwoordig merk je minder van het feest of koop je een paar bloemen op de traditionele luilakbloemenmarkt in Haarlem. Hier lees je meer over de oorsprong en geschiedenis van het volksfeest.Auteur: Liza Koppenrade

Bronnen

J. van Vloten, Baker- en kinderrijmen, http://www.dbnl.org/tekst/vlot002nede11_01/vlot002nede11_01_0002.php#vlot002nede11_0388

Jan ter Gouw, De Volksvermaken, http://www.dbnl.org/tekst/gouw002volk01_01/gouw002volk01_01_0025.php#538

Meertens Instituut, liederenbank, http://www.liederenbank.nl/resultaatlijst.php?zoekveld=luilak&submit=zoek&enof=EN&zoekop=allewoordenlied&sorteer=jaar&lan=nl&wc=true

Publicatiedatum: 30/03/2016