Anna Paulownapolder op stoom

In november 1845 verrees in de nieuwe Anna Paulownapolder een hoge schoorsteen. Die hoorde bij een stoomgemaal in aanbouw. Eind december 1845 werd er voor het eerste een paar uur proefgedraaid met het nieuwe gemaal. Een bijzonder moment, want het ging om het allereerste permanente stoomgemaal in Holland benoorden het IJ.

De polder

De Anna Paulownapolder is het resultaat van de bedijking van een groot gebied van slikken, kwelders en schorren in de kop van Noord-Holland. In de eerste helft van de negentiende eeuw ging het bijzonder goed met de landbouw. De prijzen van zuivelproducten schoten omhoog. Dat maakte de landaanwinning tot een onderneming met winstkansen. In 1841 wendde het Haarlemmer bankiershuis Geerligs, Oudhoff en Co zich tot koning Willem II. Verzocht werd om permissie de genoemde kwelders te mogen bedijken. Dat eerste verzoek haalde het niet, maar een tweede poging in juli 1844 had wel succes. Er was in de tussentijd een speciale Maatschappij tot Indijking van de Anna Paulownapolder opgericht. Anna Paulowna was de gemalin van Willem II. De Amsterdamse waterbouwkundige J.C. de Leeuw trad als directeur van de Maatschappij op.

 

Gemaal J.C. de Leeuw ca. 1940.

Gemaal J.C. de Leeuw ca. 1940. Beeld: Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.

Vooruitstrevende beloftes

De polder werd drooggemalen met een combinatie van windmolens en een stoomgemaal. Zo’n gemaal was destijds in feite een technisch experiment. In 1845 stonden nog maar een paar stoomgemalen in heel Nederland. Directeur De Leeuw begon daarom met een diepgaand onderzoek. Er bleef uiteindelijk één leverancier over. Dat waren De Waal en Van Driest uit Utrecht. Begin oktober 1845 werd er een contract gesloten. De Waal en Van Driest beloofden voor 15.850 gulden een complete stoominstallatie te leveren met een waterverzet van 100 kubieke meter per minuut. Ter vergelijking: een molen haalde bij goede wind 50 kuub. De Maatschappij tot Indijking zorgde zelf voor de fundering en een behuizing. Nog voor het einde van 1845 moest alles draaien.

J.C. de Leeuw.

J.C. de Leeuw. Beeld: Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.

Vertraging

Dat lukte De Waal en Van Driest niet. Bovendien voldeed het gemaal niet aan de eisen. Het verpompte slechts 70 kuub meter water per minuut. Ook waren er voortdurend defecten. Pas begin mei 1846 draaide het gemaal naar tevredenheid. De installatie stond eerst in een houten loods. Die werd in 1847 vervangen door een mooi stenen gebouw met twee vleugels aan weerszijden. Het dak was voorzien van een fraaie balustrade met kleine torentjes op de hoeken.

Stoomgemaal J.C. de Leeuw, ca. 1900.

Stoomgemaal J.C. de Leeuw, ca. 1900. Beeld: Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.

Komst van techniek

Het stoomgemaal deed dienst tot 1913. Dat jaar werd het verbouwd tot motorgemaal. In 1933 kwamen er elektromotoren in. Dat paste allemaal in een veel kleinere behuizing. Het polderbestuur liet zodoende gedeelten van het gebouw slopen. Maar het verkleinde gemaal staat nog steeds bij het dorp Van Ewijcksluis, compleet met een torentje op de hoek. Het draagt de naam ‘Gemaal J.C. de Leeuw’. Het huidige Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft het inmiddels buiten bedrijf gesteld. Maar Gemaal J.C. de Leeuw is tegenwoordig nog steeds ‘stand-by’. Het kan ieder gewenst moment bijspringen.

Publicatiedatum: 28/02/2011