Graaf Willem II: een keizer in spe

Zijn bedje leek gespreid. Als zoon van Floris IV van Holland en Machteld van Brabant, zou graaf Willem II van Holland in de lente van 1256 door de paus tot keizer worden gekroond van het Heilige Roomse Rijk. Het lot bepaalde echter anders.

Kortstondig leven

Het kortstondige leven van Willem II (1228-1256) is bijzonder geweest. Nadat zijn vader was omgekomen bij een toernooi in Frankrijk werd Willem II reeds op zevenjarige leeftijd volgens het erfrecht zijn logische opvolger. Twee ooms hielpen de jonge Willem met deze verantwoordelijke functie. Het duurde enige jaren voordat hij zelf de macht in handen kreeg. Op negentienjarige leeftijd verkreeg hij het werkelijke gezag over het graafschap. Zijn leven als graaf van Holland en Zeeland kon beginnen. Net als zijn vader zou al zijn aandacht uitgaan naar zijn eigen graafschap. Veel verder dan dit gebied dacht hij niet. Met een eventuele keizerskroning had deze jongeman nooit rekening gehouden.

Twisten om de keizerskroon

Het graafschap Holland vormde een onderdeel van het Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie. Het rijk, dat bij het Verdrag van Verdun (843) was opgericht, bestond als Midden-Europese mogendheid in wisselende samenstellingen en werd al eeuwenlang door twisten om de keizerskroon verscheurd. De Duitse keizer en de paus trachtten elkaars invloed te beperken. Keizer Frederik II, telg van de machtige Hohenstaufen-familie, was in 1247 door de paus in de ban gedaan. Hiermee was hij voor afgezet verklaard. Een hevige strijd barstte los, waarbij voormalig keizer Frederik II zoveel mogelijk Duitse keurvorsten om zich heen probeerde te verzamelen. Paus Innocentius IV ging intussen hard op zoek naar een tegenkandidaat.
 
De paus moest een uitgekiend spel gaan spelen. De aanstelling van een opnieuw machtbeluste keizer zou voor veel onrust en strijd zorgen. Handiger was het om op zoek te gaan naar een alternatief onder de minder machtige heersers in het Rijk. De paus was erop uit het keizerschap alleen een symbolische waarde toe te kennen, wat zou leiden tot sterk verminderde macht voor de keizer. De zoektocht naar een nieuwe kandidaat gebeurde terwijl er voortdurend strijd was tussen het huis Hohenstaufen en de Welfen-dynastie. Deze dynastie was tegenstander van de Hohenstaufen en aanhanger van de paus.

Hertog Hendrik II van Brabant

In eerste instantie viel het oog van de Welfen-dynastie, die samen met de paus op zoek ging naar een keizer, op hertog Hendrik II van Brabant, een acceptabele en capabele persoonlijkheid. De omvang van Brabant was zeer bescheiden temidden van het uitgestrekte Heilige Roomse Rijk. De verwachting was dat deze Hendrik II de keizerskroon met eer zou dragen zonder hier misbruik van te maken. Maar helaas voor de paus bedankte Hendrik voor deze eer. Als handig politicus leek het hem niet verstandig zich op deze troon te laten zetten, al ging het slechts om de symbolische waarde die deze positie met zich mee bracht. De strijd aangaan met de machtige voormalige keizer Frederik leek hem zeer onverstandig. Liever schoof hij graaf Willem II van Holland naar voren.

Een negentienjarige rooms-koning

De Hollandse edelen konden in de herfst van 1247 hun oren nauwelijks geloven toen ze hoorden dat uitgerekend hun graaf, Willem II, net negentien jaar oud, was gekozen tot rooms-koning, zoals de kandidaat voor de keizerskroon werd aangeduid. Als jongeman met weinig politieke ervaring heeft Willem II zich wellicht nooit zorgen gemaakt om het gevaar dat deze kroning met zich mee kon brengen. Tijdens de vergadering van Duitse keurvorsten in Keulen was reeds duidelijk geworden dat de keizerskroning een delicate kwestie betrof. Tijdens de stemming voor een geschikte kandidaat hadden de meeste vorsten zich op de vlakte gehouden, andere waren de oude keizer Frederik zelfs trouw gebleven. Zijn positie als rooms-koning was dus allerminst stabiel.

Holland en Vlaanderen

Van een tocht naar Rome voor de kroningsplechtigheid kon vooralsnog geen sprake zijn. Eerst diende hij orde op zaken te stellen in het Rijk, zijn gezag was nog allerminst vanzelfsprekend. Op vele plekken in het Rijk zaten nog vertrouwelingen van Frederik II, onder meer in de oude keizersstad Aken. Die stad was dichtbij en dat was gevaarlijk. Na een belegering van maar liefst vijf maanden veroverde Willem Aken. Terwijl hij zijn invloed in Duitsland probeerde uit te breiden, bleef het in Holland onrustig. Met name Vlaanderen was een geduchte tegenstander. Zo betwistten Holland en Vlaanderen sinds jaar en dag elkaars aanspraken op Walcheren en de Bevelanden. Enkele decennia eerder had de graaf van Vlaanderen die eilanden aan Holland in leen gegeven en sinds die tijd bleef het onduidelijk wie het daar formeel voor het zeggen had. De nieuwe positie van Willem als rooms-koning bracht nieuwe voordelen: hij was voor de eilanden Walcheren en de Bevelanden niet alleen leenman van de gravin van Vlaanderen, maar tegelijkertijd ook haar leenheer. De spanningen liepen hoog op. In de oorlog die volgde, bracht Willem het Vlaamse leger in juli 1253 bij Westkapelle een zware nederlaag toe. Daarop volgde in 1254 een wapenstilstand. Dit betekende niet dat het geschil was opgelost. Zijn macht als rooms-koning bleef beperkt.

Een verstandig huwelijk

Een verstandig huwelijk zou helpen zijn macht te vergroten. Willem realiseerde zich goed dat hij als rooms-koning een vrouw met aanzien moest trouwen, het liefst uit een vooraanstaande familie. Schrander als hij was ging hij op zoek naar een telg uit de Welfen-dynastie, die immers op de hand was van de paus. In Elizabeth van Brunswijk zag Willem de ideale huwelijkskandidate. Deze dochter van hertog Otto I uit de Welfische kring gaf hem veel aanzien. Dolgelukkig was Willem II toen op zijn verzoek werd ingegaan en hij Elizabeth van Brunswijk kon trouwen. De meeste Duitse vorsten erkenden Willem vanaf dit moment als rooms-koning.

Machtsuitbreiding

Vanzelfsprekend probeerde hij in de volgende jaren zijn invloed in Duitsland uit te breiden. De rooms-koning wierp zich op als de vriend van de stedelijke burgerijen in heel het Rijk. Zo schonk hij bijvoorbeeld de Oostzeehaven Lübeck de status van vrije rijksstad, wat feitelijke onafhankelijkheid betekende.
 
Als aanstaand keizer van het Heilige Roomse Rijk kon een mooi en gepast onderkomen niet ontbreken. Willem besloot maatregelen te nemen om zich op zijn hoge status voor te bereiden. Hij koos Haga (Den Haag) als de plaats waar zijn paleis met keizerlijke allure gebouwd moest worden. In dit indrukwekkende gebouw zou hij later op vorstelijke wijze de groten van het Rijk kunnen ontvangen. De ligging van Haga was gunstig, het lag centraal tussen de belangrijke plaatsen van zijn graafschap Delft, Dordrecht, Haarlem en Leiden.

De bouw van een paleis

In een bos aan een duinmeer waar de graven van Holland hun jachthuis hadden, begon hij in 1248 met de bouw van zijn paleis. Goede timmerlieden kwamen naar Haga om het keizerlijk huis vorm te geven. De ligging van Haga voldeed aan alle eisen. Het nabijgelegen Haagse Bos vormde voor de koning een uitgestrekt jachtterrein. Net als zijn voorvaderen was ook Willem II een fervent jager op wild.

Conflict met de West-Friezen

Internationaal erkenden de meeste Duitse vorsten in de jaren vijftig Willem als hun koning en toekomstig keizer. In 1255 maakte Willem bekend dat hij gereed was naar Rome te vertrekken zodat paus Innocentius IV de keizerskroon op zijn hoofd kon zetten. Een officiële uitnodiging hiervoor was reeds gearriveerd. Maar voordat hij op deze uitnodiging in zou gaan, wenste Willem II nog één probleem op te lossen.
 
In het graafschap Holland bleek zijn macht niet vanzelfsprekend. Met name bij het volk in de kop van Noord-Holland bleef het voortdurend onrustig. Regelmatig kwamen deze West-Friezen in opstand en soms hielden ze strooptochten tot ver in Kennemerland. Dit zinde de koning allerminst: die lastige West-Friezen zou voor eens en altijd het zwijgen moeten worden opgelegd. De kop van Noord-Holland hoorde in feite wel tot zijn graafschap maar was moeilijk te controleren. West-Friesland was een moeilijk begaanbaar gebied, vol met kwelders, meren en verraderlijke moerassen.
 
Van deze problemen was graaf Willem zich goed bewust. Eerdere conflicten met het West-Friese volk hadden uitgewezen dat zijn ridders tegen hen zeer weinig konden uitrichten. Het West-Friese land was slechts via enkele dijken te bereiken en wie niet oppaste maakte grote kans met paard en al in de modder weg te zakken. Dit keer zou Willem de zaak anders aanpakken. De graaf rekende op een strenge vorst in de winter zodat de kwelders en moerassen zouden bevriezen. Met een goed voorbereid leger zou hij de West-Friezen vast tot gehoorzaamheid kunnen dwingen.

Ten strijde

Eind december van het jaar 1255 trok Willem II met een ridderleger naar het noorden ter hoogte van Alkmaar. Hij had zijn soldaten goed voorbereid, zij droegen allemaal een stevig en zwaar harnas, net als de koning zelf. Willem wilde zich laten gelden en duidelijk maken aan de West-Friezen dat hij baas was in zijn eigen graafschap. Gelukkig voor Willem begon het in januari steeds harder te vriezen. In de laatste dagen van de maand januari 1256 achtte hij het ijs stevig genoeg om de overtocht via de Heerhugowaard richting West-Friesland te maken. Als heldhaftig koning reed Willem steeds voor zijn leger uit en leidde hen de goede kant op richting het oosten, waar de West-Friezen zich ophielden. De rooms-koning hield er ernstig rekening mee dat in het moeilijk begaanbare en beschutte gebied overal vijanden op de loer konden liggen.

Willem II vermoord

Na enkele uren zag hij plotseling in de verte iets bewegen. De contouren van een groep mannen tekenden zich steeds duidelijker af, en al snel besefte de jonge koning dat dit boeren uit Hoogwoud waren, een dorp in West-Friesland. Deze Hoogwouders naderden de rooms-koning met spiesen, speren en bijlen. Als moedige aanvoerder van zijn gevolg deinsde Willem niet terug maar ging met zijn koninklijke viervoeter recht op zijn doel af. De Hoogwouders kwamen steeds dichterbij en het paard van Willem ging recht op hen af. Maar vlak voordat de eerste klappen vielen, begon de ijsvloer onder Willem te kraken en te scheuren. Op het gewicht van een groot paard met daarop een zwaarbewapende ridder was het ijs niet berekend. Er was nu geen weg meer terug. Het ijs brak en Willem zakte met paard en al weg in het ijskoude moeras. De Hoogwouders stortten zich op de rooms-koning. Willem II werd voor het oog van zijn volgelingen in stukken gehakt. Totaal machteloos moest Willems leger toezien hoe hun aanstaande keizer werd vermorzeld. Als zwaarbewapende soldaten met loodzware harnassen konden zij niets uitrichten op deze breekbare ijsvloer. De Hoogwouders leken de slag wederom te hebben gewonnen.
 
Onder luid gelach en met een gevoel van trots trokken de West-Friezen zich terug richting hun kamp. Zojuist hadden zij een voornaam edelman van Holland vermoord. Deze gewonnen slag moest gevierd worden: wat dachten die Hollanders wel. Tegen de mannen uit het West-Friese dorp Hoogwoud waren zij niet opgewassen.

Graaf Willem II zakt door het ijs bij Hoogwoud, 1256.

Gravure door Johann Wilhelm Kaiser, 1839-1841. Beeld: Collectie Rijksmuseum.

Graaf Willem II zakt door het ijs bij Hoogwoud, 1256.Graaf Willem II zakt door het ijs bij Hoogwoud, 1256.

Spijt

Het gejoel was echter van korte duur. Eén van de Hoogwouders herkende op het vergulde harnas van de dode edelman een rode leeuw en een zwarte adelaar. Een grote paniek brak uit. De West-Friese boeren begrepen wat dit betekende: “Wapene!”, schreeuwde een omstander uit. “Wat hebdi ghedaen? Ghi hebt den coninc selve doot!”

De blijdschap sloeg om in rouw. Het besef drong door: Willem II was vermoord. Hij was niet alleen de graaf van Holland maar tegelijkertijd de opperste leenheer van de West-Friezen en rooms-koning. Wat hadden de mannen uit Hoogwoud een spijt. De wraakzucht van de Hollanders zou vast groot zijn. Het lijk moest worden verstopt zodat niets meer aan deze pijnlijke geschiedenis kon herinneren.

Wraak

Om ontbinding tegen te gaan werd het lichaam van Willem II met zout behandeld en verborgen in Hoogwoud. Het zou vervolgens tot 1282 duren voordat Willems zoon Floris V de dood van zijn vader zou wreken. Slechts vier Hoogwouders uit Willems tijd waren toentertijd nog in leven. Drie daarvan werden meteen vermoord en de vierde smeekte Floris V om genade. In ruil zou hij de plek aanwijzen waar Willem II was begraven. Op twee en halve meter diepte werd een massieve houten kist gevonden met daarin het lijk van Willem. Vol triomf legde Floris het lijk op zijn schouder en nam het mee huiswaarts. In de grote abdij te Middelburg vond Willem II, voormalig rooms-koning, eindelijk zijn laatste rustplaats.
 
Auteur: Bram van Tongeren.

Publicatiedatum: 05/01/2011

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.