60 jaar Vrijwillige Brandweer op Marken

Voor 1950 was de brandweer van Marken een plichtbrandweer die bestond uit weerbare mannen die niet in militaire dienst waren en daarom op het eiland moesten werken. Wie geen interesse had kon zich afkopen door storting van van 25 gulden in de gemeentekas. Wanneer deze plicht werd ingesteld kon men in de stukken niet meer terug vinden. Deze brandweer kwam eenmaal per jaar bijeen en ontving daar kwartje per uur voor. Een brand kan ik mij nog wel herinneren, in 1946 tijdens het bevrijdingsfeest op het kerkplein. Een vuurpijl was terecht gekomen in een hooistolp en dat was brand. Dit alles tijdens het gemaskerd bal dat plaatsvond naast de hooistolp. Even later liepen alle deelnemers met een masker op emmertjes water door te geven om de brand te blussen.

Oprichting Vrijwillige Brandweer

Op 14 jarige leeftijd, in 1948, werd ik al geconfronteerd met de brandweer van Marken. Jan Schouten (voormalig plichtbrandweer en werknemer bij mijn vader) moest regelmatig werkzaamheden uitvoeren aan de twee brandspuiten, waar ik als loopjongen mee moest lopen. In die tijd besloot burgemeester Van Reeuwijk dat de tijd gekomen was om dit oude instituut van plichtbrandweer te vervangen door een moderne aanpak van brandbestijding. Zo werd in 1950 de vrijwillige brandweer geboren. Nog steeds herinner ik mij een voorval dat iedere dag gebeurde, als we daar in de brandweergarage werkte, dat zeker levens gekost zou hebben als de ruiten van de toegangsdeur niet stuk waren geweest. Toen dacht men nog dat de uitlaatgassen van die vervuilende motoren een gezonde lucht uitbliezen, nu weten we dat je zomaar dood had kunnen wezen.

Eerste Brandweerploeg

De eerste vrijwillige brandweerploeg in de jaren 1950.

Aanstelling als brandweerman

In februari 1952 kwam ik op 18 jarige leeftijd officieel bij de toen al 2 jaar bestaande brandweer in dienst. Na enkele jaren opleiding van eerste en tweede klas en pompbediende, en vele jaren later eerst klein rijbewijs en nog later groot rijbewijs, heb in mij verder niet bezig gehouden met opleidingen. Zoveel branden hebben we in die jaren ook niet gehad.

Woningbrand bij Jaap Zeeman op de Kerkbuurt

Dat was bij de familie Jaap Zeeman  op de kerkbuurt op maandagmorgen op 28 september 1953. De man was net met de eerste veerboot van het eiland vertrokken naar zijn werk toen er brand uitbrak in zijn woning, en dus met diezelfde veerboot weer terug kon varen naar huis. Dat schrijf ik nu wel, maar het was bepaald niet gemakkelijk in contact te komen met Jaap Zeeman omdat de mobieltjes toen nog niet bestonden.

Mijn eerste brand

Omdat ik veel moest leren voor de nodige vakdiploma’s in die tijd, om het bedrijf van mijn vader over te nemen, hadden ze me wijs gemaakt dat je ’s morgens je huiswerk beter kan maken dan ’s avonds. Dat had ik op die bewuste 28 september geprobeerd. Net goed in de kleren ging de brandweersirene en ik ging als een speer naar beneden uit mijn slaapkamer boven. Mijn ouders heb ik niet gesproken, want die lagen nog in bed, gebit of bril of andere hulpmiddelen kon ik niet vergeten, want die had ik toe nog niet.

Op weg naar de brandweergarage

Onderaan de haven zag ik “mijn Jannetje” met haar vader (ook brandweerman) in de deur staan (Buurt 3-14a waar nu de fam. Korstman woont). Wij hadden toen misschien enkele weken verkering, nu al 54 jaar mijn vrouw. Ze luisterden of de sirene echt te horen was, stonden ook vreemd te kijken dat ik al op weg was naar de garage. Daar aangekomen moesten we met handkracht die BB brandweerspuit naar de kerkbuurt rijden en de slagen uitrollen. Verder had ik nog geen taak bij de Brandweer omdat ik er nog te kort bij was.

Oorzaak van de Brand.

Al gauw bleek dat het voor mij spannend zou worden want de oorzaak van de brand was een lekkende gaskraan aan het butagasstel. Ik wist dat, maar had voor het weekend afgesproken dat wanneer het gasstel niet werd gebruikt de gaskraan dicht gedraaid moest worden, zodat ik na het weekend de kraan kon repareren. Maar dat was ik vergeten. Tijdens de brand heb ik de gasfles uit het pand gehaald, want ik wist waar deze stond. Dit was dus geen goede start voor mijn eerste butagasflessen verkoop op Marken.
Een wonder dat alleen dit huis is verbrand.

Nog meer branden

Inmiddels had de Bescherming Bevolking haar intrede gedaan en deze organisatie, bestemd voor optreden bij oorlogsrampen, deed een beroep op de gehele brandweer. Dat heeft toch zeker 20 jaar geduurt want ik heb een oorkonde van 20 jaar trouwe dienst. In 1964 kwam er een manschappenwagen en 10 jonge brandweermensen deden hun intreden.

Op 1 januari (mijn verjaardag) 1952 rukte het korps met ijsbijlen uit naar Rozenwerf en gingen ten strijde tegen de ijsschotsen en kruiend ijs. Op 17 augustus 1954 was er brand bij mij in het onderhuis. Bijna geen enkele brandweerman van nu weet dat er eerst een werkplaats was bij mij op de eerste verdieping, en dat daar gelast en gesmeed werd. Later heb ik er een winkel van gemaakt.

Op 9 september 1963 brand bij Ka Zeeman, vervolgens weer op 11 november 1965. Bij deze laatste brand zou ik net onze aanbouw van de winkel openen. Ik heb wel de oliekraan open gedraaid, van de toen nog oliekachel, maar nooit de kachel aangestoken. Een noemenswaardig detail is dat ik de brandweerauto uit de garage heb gereden en de zoon van de commandant naast mij ging zitten en ik vertrok zonder brandweermensen in de auto. Gelukkig was het niet zo ver weg om te lopen, maar wat zenuwen kunnen doen als je de vlammenzee ziet. Wat ik hier van over gehouden is dat je bij de brandweer mensen moet hebben van allerlei beroepen, want Sijmen Appel met zijn personeel, allen bij de brandweer, begonnen meteen in de stal de vloer te ondersteunen want er werd water in het hooi gespoten en de vloer zou het kunnen begeven. Wanneer ik mijn winkel opnieuw geopend heb weet ik niet meer.

Meer branden op Marken en zelfs naar Monnickendam

Uit een krant van 9 mei 1975 lees ik o.a. dat Hein de Smid (dat was mijn algemene bijnaam, want mijn vader was vroeger de Smid op Marken) op 23 oktober 1951 zijn eerste lessen tot brandweerman kreeg.
De verordening van plichtbrandweer tot vrijwillige brandweer werd op 12 juli 1950 door eerder genoemde burgemeester van Reeuwijk ondertekend. Deze instructie is tot op heden nog van kracht. Het bleek dat Marken over een goed korps beschikte want in 1951 werd voor het eerst al deelgenomen aan wedstrijden in Den Helder met goede resultaten.

De eerste grote brand was in de hooiberg van P. Zeeman in september 1951, op Buurt 3 (naast de woning van de fam. Korstman) ook een oom van mij waar ik vroeger na schooltijd altijd aan het spelen was.
De tweede, voor mij de eerste, omschreven in de vorige krant. In 1955 werd in allerijl de brandspuit per schip overgebracht naar Monnickendam, waar het korps assistentie verleende aan Monnickendamse brandweer bij de bestrijding van een enorme brand die ontstond bij scheepswerf Hakvoort op 2 juni bij harde oosten wind. Wij konden toen vanuit de haven van Monnickendam de brand bestrijden. Een bijkomstig voorval was dat de woning van de zus van de commandant, dus mijn tante, naast het brandende pand stond en wij dat nat konden houden.

Hooiberg van Piet Zeeman. Dit hoge geval is de hooiberg van boer Piet Zeeman waar diversen keren hooibroei als brandhaard fubgeerde. Daar naar de woning van mijn schoonfamilie waar alles dan vanuit het huis werd gehaald

Hooibroei was een veel voorkomende brandhaard

Na een hooibroeibrand op Moeniswerf op 27 juli 1971 die zeker 12 uur in beslag nam, en waar we werkten met een geleende spuit uit Volendam. Het was het weer raak op 20 augustus 1971 op de Rozenwerf, die brand duurde 48 uur. Waren we begin van de avond al gealarmeerd omdat de temperatuur in de hooiberg te hoog was, dacht de eigenaar dat het wel mee viel en stuurde deze eveneens brandweerman zijnde, ons naar huis. Naast ons bij Sijmen de Waart (woning nu fam. Kieft) was een dochter geboren waar mijn vrouw op visite was. Ik daar later ook naar toe na onze eerste uitruk. Had ik dat maar nooit gedaan want samen met Sijmen hadden we de fles leeg. Laat ging ik op bed en sliep als een os!. Daar gaat de sirene midden in de nacht, en moesten Hein en Sijmen eerst wakker gemaakt worden. Eenmaal wakker en aangekleed sprong Sijmen in de motorbakfiets (het Gele Gevaar noemden ze dat op Marken) en wij op de brandweergarage aan. Daar aangekomen ging de chauffeur/pompbediende achter stuur (dat was ik). J. Zondervan, net Commandant, zat naast me en ik kan me nog herinneren dat ik tegen hem zei: ‘Jaap, ik ben zo dronken als een aap’, maar alles ging prima verder.

We hadden in die tijd een motorspuit met pomp waar je op een bepaalde manier water op de pomp kreeg, dat ging niet altijd gemakkelijk, maar je zult het niet willen geloven, in een tijd van een zucht was er water. Als dat allemaal gebeurd is heeft een pompbediende niet zoveel meer te doen. Omdat ik wist dat er hooibroei in het spel was had ik ook geen zenuwen, of ik zelf, of mijn personeel, iets hadden uitgehaald waardoor brand was ontstaan. Bij iedere brandmelding had ik eerst die zenuwen, wat is de oorzaak van de brand. Op Rozenwerf was het een langdurige heftige brand bij heel erg mooi weer. Later kwamen er zeilers kijken wat er gaande was omdat de oranje gloed van vuur een zeer fraai gezicht was. Na 48 uur werd ik afgelost en kon mijn uniform van Juliana even aantrekken voor een concert op de haven met Juliana. In 1969 ben ik ook even reserve commandant geweest, maar in 1970 is J. Zondervan benoemd tot algemeen commandant met naast hem D. Schipper als ondercommandant en mijn broer C.D. Zeeman als bevelvoerder.

25 jarig bestaan

Ter gelegenheid van het 25 jarig bestaan kregen we voor het eerst een officieel uitgangsuniform aangeboden door het emeentebestuur. Het feest van 25 jaar vrijwillige brandweer werd gevierd in combinatie met alle Waterlandse brandweerkorpsen, omdat er in regionaal verband een goede saamhorigheid was en er een echte vriendschap was ontstaan tussen de korpsen.

Brand bij Truus

Brand bij Truus

Brand op Buurt 3 (Truus) was ook voor mij een bijzondere brand omdat ik nog niet mee had gemaakt dat er een dode was te betreuren. Weliswaar is de Brandweer eerder al eens geconfronteerd met twee dode Engelse motorrijders die aan de verkeerde kant van de weg reden en de dienstbus tegen kwamen, maar daar was ik niet bij.

Op 17 mei 1985, de vrijdag na Hemelvaartsdag, om 5.00 uur ging de pieper: ”Brand op Buurt 3”. Ik er uit en met de auto naar de Brandweer garage. Bij de brug zag ik al de rode gloed van vuur in het raam van de woning van Truus. Later hoorde ik van buren die 112 gebeld hadden, dat er schot in kwam dat ze mij zagen gaan, want wachten duurt dan lang. Ik heb later wel eens een moeilijk moment gehad, want als ik niet naar de brandweergarage was gegaan, had ik haar op tijd uit de woning kunnen halen, misschien. Later hoorde ik toch dat de deur op slot was. Eenmaal achter het stuur van de auto was het gemakkelijk een waterwinplaats te vinden op de haven. Bootjesvolk dacht dat ze rustig konden slapen, maar dat konden ze vergeten als de motor van de pomp in werking ging. De rest moest ik als pompbediende op afstand gadeslaan. Het huis was aardig uitgebrand, maar de huizen van de buren konden worden behouden.

Krant Truus

Brandweer overal voor te gebruiken

Als vrijwillige brandweerman kunnen ze je zeker overal voor gebruiken, want het hele leven op Marken stond stil bij de TV opname van de Sterkste man en de brandweer was twee dagen in touw om alles in goede banen te leiden. Dat was op 24-25 september 1984. Over het algemeen genomen is het maar goed dat er meerdere beroepen in de brandweer vertegenwoordigd zijn, want ik weet niet hoeveel keren het brandweer onderkomen is verbouwd als we er weer een ruimte bij kregen. Ik ben na de herindeling van Waterland nog enkele jaren gebleven en ontving een oorkonde voor 40 jaar trouwe brandweerdienst op 1 januari 1992.

Een Koninklijke onderscheiding had ik al op 3 mei 1985 ontvangen voor mijn werk voor het culturele leven op Marken in het algemeen en tijdens het 75 jarig bestaan van Juliana. Ik vind het nog steeds jammer dat Sijmen Schouten geen Koninklijke onderscheiding heeft ontvangen na bijna 40 jaar trouwe dienst. Brandweer Marken is altijd zeer actief geweest met het mee doen aan wedstrijden, ook ik was bij die actievelingen, maar toen de pompbediende vragen kreeg gesteld over gevaarlijke stoffen heb ik die pijp aan maarten gegeven. Daarvoor was ik niet opgeleid.

Pompen of verzuipen

Het behoeft niet altijd te branden om de brandweer in te schakelen. Voorbeelden genoeg, en zeker de laatste jaren, dat weten jullie nog beter als ik. Maar vroeger konden ze er ook wat van. In augustus 1963 was de pomp van het toen nog gebruikte watergemaal bij de Rozewerf in revisie. Men had de maand augustus uitgekozen omdat in die maand volgens de statistieken de minste regen valt en het gemaal dus de minste draaiuren zou hebben. Helaas ging het dat jaar mis, er viel juist veel regen, waardoor het water binnen Marken bleef stijgen. De brandweer werd gevraagd hulp te bieden door met tien 600 liter/min. brandspuiten het waterpeil te laten zakken, maar na een paar dagen bleek dat het waterpeil bleef stijgen. Toen zijn de corpsmobiele colonnes gekomen om met tien 3000 liter/min. pompen het water weer op peil te krijgen. In de Noorderwerfstraat (achter Land- en Zeezicht) stonden er een paar, op Rozewerf en aan de kruisdijk (aan het einde van het Goudriaankanaal). De brandweer was hier maar zijdelinks bij betrokken.
In augustus 1969 werd de dieselmotor van datzelfde gemaal vervangen door een electramotor en was het weer erg regenachtig. In februari 1979 waren er weer wat problemen met de waterstand in het riool in de minnewegbuurt. Toen kreeg het gemaal te weinig toevoer van water, omdat er veel en dik ijs in de sloot lag. Ook toen hebben er een paar grootvermogen pompen staan draaien op diverse plaatsen op Marken, die toen wel bediend werden door de vrijwillige brandweer van Marken. Of dit nou zo nodig was, heb ik altijd aan getwijfeld.

Het vroegere gemaal met dieselmotor en er naast de Luchtwachtpost van de Burger bescherming Marken

Marken naar de grote boerderijbrand in Zuiderwoude

Niet alleen binnen Marken kan het goed raak zijn als we het bij de brandweer over branden hebben, dat hebben we ondervonden op 15 januari 1987 in Zuiderwoude. De avond van tevoren was er via radio en TV verkondigd dat je op die dag niet de deur uit moest gaan als het niet direct noodzakelijk was. Dan komt er een oproep vanuit de Regio om met spoed naar Zuiderwoude te komen omdat er een boerderij in vlammen opgaat. Mijn personeel was die dag met een elektrisch apparaat aan het waterleiding ontdooien, maar op de boerderij van de fam. Dobber deden ze dat, volgens de Jubileumuitgave van Brandverzekerings Maatschappij, met een vlammetje, of een oververhitte kachel. Hoe dan ook, de boerderijen van Dobber, Deun en Olivier brandden geheel af.

Echte brand en stervens koud werden we

De eerste boerderij vanaf de dijk stond in brand, en de brandweer van Broek werd gealarmeerd, maar die kon geen waterwinning tot stand brengen omdat alle sloten bevroren waren en er te weinig water onder het ijs aanwezig was. Het was -10 en met een oostenwindkracht 6 voelde dat als -25 graden vorst. Door die harde wind waaide er brandend riet over naar twee verder gelegen boerderijen. Door het Commando ‘zeer grote brand’ kwamen er meerdere korpsen in actie, o.a. Marken met zijn motorspuit. Omdat alle sloten bevroren waren werd er met motorkettingzagen een groot gat in het meer gezaagd, enkele honderden meters bij de brand vandaan en werden wij gebruikt met onze motorspuit als aanjager. Nog groter probleem was dat, als je eenmaal water gaf, je moest zorgen dat je niets dicht draaide want dan bevroor dat onder je handen. Omdat we eigenlijk van de verkeerde kant af in de brand spoten werden, door de wind, die spuitgasten ijsmannetjes en moesten ze in de ambulance tot ontdooiing gebracht worden. Ik heb erg veel kou geleden maar werd goed verzorgd door een boerderij even verder op, met warme koffie en snaps. Ook deze mensen smeekten ons om te blijven spuiten omdat zij ook in de gevarenzone lagen. Ondertussen zag ik ook mijn zoon Dirk (in dienst bij de beroepsbrandweer in Purmerend) langskomen die probeerde vanuit de Gouwzee waterwinning te maken, maar er is geen gebruik van gemaakt. Die waren met 3 wagens terplekke en een ladderwagen.

Ook verzorgden zij de commandowagen aan het begin van de Gouw. We hadden de grootste moeite om water te blijven geven en inmiddels lagen er al verschillende slangen afgekoppeld omdat die bevroren waren. Gelukkig kwam vroeg in de avond het sein brand meester, maar toen diende zich het volgende probleem aan: hoe van de Zuiderwoudergouw weg te komen want dat weggetje was een ijsbaan geworden. Maar andere krachten hadden daar ook al aan gedacht, want er kwam al snel een vrachtauto met zand, waarna we gelukkig naar moeder de vrouw konden, dachten we.

Mijn net nieuwe werkplaats aan de Kruisbaakweg (Nu Klaas zijn bedrijf) stond nog leeg, zodat we daar de bevroren slagen mooi konden dooien. We hadden zoveel materiaal gebruikt dat we toch in gereedheid moesten zijn voor een volgende brand. Uit dat Jubileumboek lees ik ook dat de fam. Dobber voor  fl. 300.000,00 verzekerd was bij Onderlinge Brandverzekerings Maatschappij. Dirk met zijn ploegmaten moesten langer blijven om met de ladderwagen licht te geven aan de grijpers die het hooi uit elkaar gingen trekken.

Auteur: Hein Zeeman
Met dank aan Dirk Zeeman, Outger Zondervan en OBM.

Overlijden Cees Zeeman

Publicatiedatum: 27/01/2011

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.