Oneindig Noord-HollandBeleef de geschiedenis van jouw provincie

Keti Koti: zes verhalen over vrijheid

Op 1 juli vieren we Keti Koti: de afschaffing van de trans-Atlantische slavernij in het Koninkrijk der Nederlanden. In heel Noord-Holland vinden op deze dag herdenkingen en vieringen plaats, onder meer in Haarlem, Alkmaar en de Zaanstreek. De provincie Noord-Holland plaatst elk jaar haar Spiegelboom op het Museumplein in Amsterdam, om samen het gesprek aan te gaan over het slavernijverleden. Wij hebben zes bijzondere verhalen over onderdrukking en vrijheid voor je op een rij gezet.

1. Nooit meer slavernij: 160 jaar Keti Koti

De dag waarop de slavernij in het Koninkrijk der Nederlanden werd afgeschaft, 1 juli 1863, was een dag waarop er groot feest gevierd werd. In Nederland zelf was er niet bijster veel van te merken. Maar in Paramaribo en Willemstad klonken er om 6 uur ‘s ochtends kanonschoten. Publieke gebouwen, woningen en schepen werden met vlaggen versierd, kerken met bloemen en festoenen. Grote menigten verzamelden zich op de pleinen voor de forten, en woonden dankdiensten in de kerk bij.

De laatste jaren voelen meer Nederlanders zich betrokken bij het slavernijverleden en wordt 1 juli vaker collectief gevierd. Vanaf 1993 werden er op het Surinameplein in Amsterdam herdenkingen georganiseerd. Later gebeurde dit ook in het Oosterpark, waar sinds 2002 het Nationaal monument slavernijverleden staat. De Nederlandse viering staat tegenwoordig bekend onder de Surinaamse naam Keti Koti (spreek uit: kittie kottie), die letterlijk ‘ketenen gebroken’ betekent.

Wil je meer weten? Lees dan het verhaal ‘Nooit meer slavernij: 160 jaar Keti Koti’.

Zicht op een deel van de optocht Bigi Spikri in Amsterdam, 1 juli 2013. Foto: Wikimedia Commons.

2. Atlantische slavernij in beeld

In de zomer van 2022 presenteerde de provincie Noord-Holland een nieuwe Dreef-expositie in Paviljoen Welgelegen te Haarlem. De tentoonstelling ‘Verborgen Noord-Holland: Atlantische slavernij in beeld’ was samengesteld door historicus Alex van Stipriaan en kunstenaar Frederick Calmes. De makers namen je mee op reis en vertelden de verborgen verhalen over het slavernijverleden van de provincie. Door middel van historische objecten, informatieve teksten en moderne kunst kreeg de bezoeker een beter beeld van dit minder bekende deel van onze geschiedenis.

Tijdens de opening van de tentoonstelling op 1 juli sprak de redactie van Oneindig Noord-Holland met tentoonstellingsmaker Alex van Stipriaan. Een bijzondere datum aangezien op deze dag jaarlijks de herdenking plaatsvindt van de afschaffing van de slavernij. Op 1 juli 1863 schaft het Koninkrijk der Nederlanden de slavernij af in Suriname en de Caribische eilanden. Dit betekende overigens niet dat de tot slaaf gemaakten gelijk vrij waren, velen moesten tijdens het Staatstoezicht nog verplicht op de plantages blijven werken, met name in Suriname. In de praktijk was de slavernij voor velen daarom pas tien jaar later, in 1873, afgeschaft.

Wil je meer weten? Lees dan het verhaal ‘Atlantische slavernij in beeld’.

Aquarel van een landschap met bomen nabij Plantage Alkmaar in Suriname, geschilderd door Louise van Panhuys, 1813. Onder de boom zitten kinderen samen met een “krioromama” (een oudere vrouw die op de kinderen past). Collectie Universiteitsbibliotheek Frankfurt am Main. Beeld: Wikimedia Commons.

3. Suiker in de koffie: genotsmiddelen uit Oost en West

Tijdens de zeventiende eeuw maakten Nederlanders kennis met allerlei exotische voedingswaren, zoals koffie, thee, suiker en specerijen. Deze goederen werden uit het verre Oost- en West-Indië aangevoerd door de VOC en de WIC, die de overzeese handel beheersten. De Nederlandse suikerteelt in de West begon met de verovering van Portugese kolonies in Brazilië. Later wisten Nederlanders suikerplantages aan te leggen in de eigen koloniën in Suriname, Guyana en het Caribisch gebied, die samen al snel meer suiker zouden produceren dan Brazilië.

Naast suiker werd er katoen en tabak verbouwd. Zo ontstond de bekende Trans-Atlantische driehoekshandel van de WIC, waarbij schepen uit Europa vertrokken met onder meer wapens en buskruit, om deze in West-Afrika met lokale slavenhandelaren te ruilen voor slaaf gemaakten en goud. De tot slaaf gemaakte Afrikanen werden vervolgens onder erbarmelijke omstandigheden naar Amerika vervoerd, om daar verkocht te worden als plantagearbeiders. Volgeladen met suiker, tabak en katoen vertrokken de schepen vanuit Amerika weer op weg naar huis.

Wil je meer weten? Lees dan het verhaal ‘Suiker in de koffie: genotsmiddelen uit Oost en West’.

Jean-Etienne Liotard, Hollands meisje aan het ontbijt, ca. 1756. Collectie Rijksmuseum Amsterdam.

4. Koloniaal scheepswrak bevat zoveel meer dan scherven

Ruim twintig jaar geleden trof garnalenkotter Emmie een mysterieuze houten kist met kapmessen in haar net. Deze vondst vormde het begin van een lang onderzoek naar het zogenaamde ‘Schervenwrak’, dat in 1822 op de Rede van Texel verging. Het schip, dat met gereedschap en luxegoederen op weg was naar een suikerplantage in de koloniën, was in de zomer van 2022 onderwerp van een nieuwe tentoonstelling in archeologiemuseum Huis van Hilde.

Anouk Veldman, archeoloog en manager bij Huis van Hilde, was opdrachtgever voor de tentoonstelling Twee werelden in één wrak. Die titel was niet voor niets gekozen, legt Anouk uit: ‘Het Schervenwrak bevatte lading met gereedschappen die de slaafgemaakten moeten hebben gebruikt om het land te ontginnen en riet te klieven, maar ook het luxe serviesgoed van de planters zelf.’ Hoewel ze op dezelfde plantage woonden en werkten, leefden ze in twee gescheiden werelden. De woning van de planters was van alle gemakken voorzien, terwijl de slaafgemaakten hun dagen doorbrachten in voor ons onvoorstelbare omstandigheden.

Wil je meer weten? Lees dan het verhaal ‘Koloniaal scheepswrak bevat zoveel meer dan scherven’.

Luxe porselein uit het Schervenwrak. Foto: Archeologie West-Friesland.

5. ‘Slaven zijn kippen’ en andere verhalen over de slavernij

In een bijzondere tentoonstelling vol persoonlijke verhalen besteedde het Rijksmuseum tijdens de zomer van 2021 aandacht aan het Nederlandse aandeel in de slavernij. De expositie velde geen oordeel maar was volgens Valika Smeulders, hoofd geschiedenis, vooral bedoeld om mensen in staat te stellen zich in de slavernijgeschiedenis te verdiepen, ‘zodat we beter begrijpen waar we vandaan komen.’

Zo kwam het museum op het idee om tien ‘persoonlijke’ verhalen te vertellen van mensen die bij de slavernij betrokken zijn. Verhalen over tot slaaf gemaakten, slavenhouders, mensen die zich tegen slavernij verzetten en mensen die als slaaf naar Nederland zijn gehaald om daar als bediende te werken. Als aanvulling op de tentoonstelling kregen 77 objecten in de vaste collectie van het Rijksmuseum een jaar lang een tweede tekstbordje, waarin de relatie van het kunstwerk met slavernij werd gelegd.

Wil je meer weten? Lees dan het verhaal ‘‘Slaven zijn kippen’ en andere verhalen over de slavernij’.

Tot slaaf gemaakte mannen graven trenzen voor de waterafvoer op de plantage, circa 1850. Anoniem. Aankoop met steun van het Johan Huizinga Fonds/Rijksmuseum Fonds, 2013. Collectie Rijksmuseum.

6. Het Hofje van Staats en de Haarlemse textielindustrie

In de Haarlemse textielindustrie viel in de zeventiende eeuw veel geld te verdienen. Koopman IJsbrand Staats bouwde een enorm vermogen op met de handel in stoffen en garen. Hiermee kon hij in 1730 een hofje voor oudere vrouwen stichten aan de Jansweg. De dertig woningen, gebouwd rondom een grote binnentuin, waren bestemd voor alleenstaande protestantse vrouwen en weduwen van 50 jaar en ouder. Dit staaltje Haarlemse liefdadigheid hadden de bewoonsters te danken aan Staats’ inkomsten uit de textielhandel.

Sommige Haarlemse textielhandelaren leverden destijds ook katoen en linnen aan plantage-eigenaren in de overzeese koloniën. De grootschalige textielexport vanuit Haarlem maakte dat hun stoffen in Suriname bekend kwamen te staan als Haarlems bont of Haarlemmer bont. Ter plaatse werd het ook wel salempoeris of salemporis genoemd, naar de plaats Salempore in het toenmalige Brits-Indië, waar het eveneens geproduceerd zou zijn. Het was een grof geweven stof van witblauw gestreept of geblokt linnen, die door slaven op Nederlandse en Britse plantages gebruikt werd om kleding van te maken.

Wil je meer weten? Lees dan het verhaal ‘Het Hofje van Staats en de Haarlemse textielindustrie’.

Binnentuin van het Hofje van Staats. Foto: Redactie Oneindig Noord-Holland.

Omslagbeeld: 

Publicatiedatum: 17/06/2026

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.