Doorgaan in portret formaat

ONH

App het verleden naar het heden met Street Museum NL

Lees meer

Verhaal Eten en drinken in de Gouden Eeuw

  • Geschreven door Westfries Museum
  • |
  • Gepubliceerd op 12 januari 2011
  • |
  • 4861 keer bekeken

“Op 19 september 1622 reisde een Italiaan van Enkhuizen naar Hoorn. Zijn naam is vergeten, maar zijn reisverslag is bewaard gebleven. Zoals het een Italiaan betaamt, werd zijn aandacht allereerst getrokken door het vrouwelijk schoon onderweg: “Ze gaan op de meest zonderlinge wijze gekleed, doch zijn bijzonder rijzige vrouwen, stevig van postuur en mooi van vleesch.” Bovendien zijn zij heel rijk, voegde hij er aan toe. En dat vond hij geen wonder: “…want ze geven weinig uit en leven hoofdzakelijk van roggebrood en bier, dat daar echter goedkoop te krijgen is, en voorts alleen van wat hun eigen bedrijf opbrengt.”

Alleen op woensdag vlees Deze observatie van de levensstijl van de Westfriese boerin in de 17e eeuw is afkomstig uit het boek ‘Smakelijk Eten’, eten en drinken in de Gouden Eeuw. Het is verschenen bij de gelijknamige tentoonstelling die tot 13 maart 2011 in het Westfries Museum in Hoorn te zien is. In het fraai geïllustreerde boek beschrijven de Amerikaanse kunsthistorica Donna Barnes en oud- Westfries Museum directeur Ruud Spruit op levendige wijze de eet- en drinkgewoonten van onze voorouders in de Gouden Eeuw.   Uit de observatie van de Italiaanse reiziger komt het beeld naar voren van een sober levende bevolking. Dit beeld klopt maar ten dele. Zeker, zij die in de Gouden Eeuw beneden aan de maatschappelijke ladder stonden, leefden noodgedwongen sober. Eén keer per dag een grote kom pap, waar met z’n allen uit gegeten werd, met een pul met water aangelengd bier (dunbier). Dat was het wel. De wezen in de Amsterdamse weeshuizen kregen tenminste nog twee keer per dag te eten: broodpap met zoete melk, witte bonen, erwten met vet. Veel variatie was er niet. Alleen op de woensdag stond er vlees of vis op tafel.

Noenmaaltijd Maar armoe en soberheid is slechts één kant van de medaille. De Nederlanders waren in de 17e eeuw de best gevoede bevolking in Europa. Dit was het gevolg van de sterk toegenomen welvaart, waarvan een aanzienlijk deel van de bevolking profiteerde. Vanzelfsprekend had dit ook zijn weerslag op het eetpatroon. In het begin van de 17e eeuw werd er door de doorsnee bevolking nog twee keer per dag gegeten,  een eetpatroon dat uit middeleeuwse tijden dateerde. ’s Morgens werd begonnen met een stevig ontbijt, met roggebrood, kaas, haring en bier. Of gort gekookt in karnemelk. Een goede bodem. Het middagmaal, de noenmaaltijd, bestond uit vlees of vis, gebakken, gegrild of in een stoofpotje met gekookte groenten en een salade. Die twee maaltijden werden er in de loop van de Gouden Eeuw vier. De noenmaaltijd werd een stuk uitgebreider. Nu kwamen er ook erwten en bonen op tafel, gevolgd door worst met grutten en rozijnen of spek met wortel. En omdat de maag tegen vieren al weer begon te rommelen, werd ook laat in de middag nog een lichte maaltijd genomen. Als je rijstpudding of grutten gekookt in melk tenminste licht wilt noemen. De restjes van het middagmaal werden vlak voor het naar bed gaan nog eens opgegeten. Tussendoortjes, ‘snacks’ zouden we nu zeggen, kwamen ook in zwang. Een pannenkoek of wafel op de markt of een stuk worst of een portie mosselen in de herberg. 

Arm

Lucas Bols En bij dit alles werd stevig gedronken. Dé nationale drank was  bier. Echt iedereen dronk het, van jong tot oud en van arm tot rijk. Een maaltijd zonder bier was ondenkbaar. Zelfs een begrafenis kon niet zonder. Met troostbier spoelde men het verlies van de dierbare weg. Kinderen kregen het gerstenat letterlijk met de paplepel ingegoten. Het was dan wel dunbier met maar 2% alcohol, maar toch.   De bierconsumptie was enorm, zo’n 280 liter per hoofd van de bevolking, vier keer meer dan vandaag de dag.  Maar er was met name in de steden dan ook nauwelijks schoon drinkwater. Het oppervlaktewater was vervuild door textielververijen en leerlooierijen. En iedereen kieperde al zijn afval gewoon in de gracht. Bier was een veilig alternatief. Nederland telde rond 1620 meer dan 700 bierbrouwerijen. Dat aantal nam in de loop van de Gouden Eeuw sterk af. De brouwers kregen een aantal stevige concurrenten. Het drinken van koffie en thee bijvoorbeeld, aangevoerd door de schepen van de VOC uit Azië, werd een ware rage onder regenten en kooplieden. En wijn niet te vergeten. Tijdens de diners in betere kringen werd menig glaasje geheven, geïmporteerd uit Frankrijk, Italië en Duitsland.   Sterke drank was er natuurlijk ook, gestookt door branders zoals Lucas Bols, wiens likeuren met de smaak van kruiden en specerijen uit de Oost of zure sinaasappels uit Curaçao erg geliefd waren. Bols stookte ook jenever. Dit Schiedammer nat werd enorm populair, vooral onder zeelui en soldaten. Binnen een eeuw verdrong de jenever het bier als volksdrank nummer 1.

De verstandige Kock Informatie over wat er in de Gouden Eeuw precies op tafel stond is maar sporadisch te vinden. Kookboeken werden nog niet of nauwelijks gebruikt. Het enige gedrukte kookboek uit de Gouden Eeuw is ‘De Verstandige Kock’, dat in 1667 als onderdeel van een handboek voor eigenaren van buitenplaatsen verscheen. Een kookboek voor de elite dus. Sommige gerechten komen heel bekend voor, zoals artisjokkensalade, hutspot, hachee, kip met bloemkool en gestoofde paling. Of recepten voor appeltaart, pudding en niet te vergeten pannenkoeken en oliebollen. Maar vrijwel niemand eet tegenwoordig nog olipodrigo (een feestgerecht van verschillende soorten vlees en groenten door elkaar) een pastei van vinken of beulingen (verse worsten gemaakt van darmen gevuld met gort en slachtafval).   Wat opvalt is dat er weinig voedsel werd verspild. Zelfs de staart van een snoek kwam,  gevuld en daarna geroosterd aan het spit op tafel. In de gerechten worden veel verse groene kruiden en specerijen gebruikt, zoals nootmuskaat, foelie, kruidnagel, peper, gember en saffraan. De smaakcombinaties doen oosters aan: hartig en zoet binnen één gerecht, bijvoorbeeld een pittig gekruide kippenpastei met pruimen en krenten.   Als kookboek was De Verstandige Kock zijn tijd vooruit. Er staan veel recepten in met verse groenten. Een noviteit, want het eten van verse groeten werd in die tijd nog als ongezond beschouwd. Maar de elite stortte zich in de Gouden Eeuw vol overgave op inmiddels vergeten groenten als wortelbiet, pastinaak, zeekool en warmoes.

Groenten

Overvloed en onbehagen Overdreven luxe gerechten komen in het kookboek niet voor, al zal een gerecht als duif  gevuld met peterselie, gember, suiker, boter en rozijnen misschien niet meteen die associatie oproepen. Matigheid staat voorop en daarmee sluit ‘De Verstandige Kock’   prachtig aan bij het levensgevoel van de Hollandse elite, dat de Engelse historicus Simon Schama in zijn standaardwerk over de Gouden Eeuw zo treffend als ‘overvloed en onbehagen’ typeert.   Dominees als de Hoornse voorganger Jacobus Hondius kwamen in het geweer tegen het overvloedig eten, drinken en roken. Alle drie kwamen ze voor in zijn Swart Register van Duysent Sonden. Een oproep tot matigheid is ook in vele 17e-eeuwse schilderijen terug te vinden. Vaak min of meer verborgen. Alleen te begrijpen voor hen die de symbolische betekenis van bepaalde voorwerpen kenden, zoals een geschilde citroen, het meest gebruikte symbool voor matigheid. De goede verstaander verbaasde zich niet over een schedel op een rijk uitgedoste tafel. De schedel herinnerde de kijker aan zijn eigen sterfelijkheid en riep op te werken aan het eigen ziele heil in plaats van zich enkel over te geven  aan aardse geneugten.   Zelfs in vele op het eerste gezicht louter vrolijk bedoelde schilderijen met uitgelaten drinkende gezelschappen zit eenzelfde boodschap: overdaad schaadt. Of zoals de dichter Jacob Cats het kort maar krachtig samenvatte  ‘Suypen en vreten doet luttel weten’. Afgaande op de portretten die Jan Albertsz Rotius rond 1650 van de Hoornse schutterij  schilderde had de oproep tot matigheid niet het gewenste effect. Vol trots laten de heren schutters hun weldoorvoede buiken zien, waarvan de omvang nog eens wordt geaccentueerd door de korte jakken en brede buikbanden. Het beste gewicht was in de Gouden Eeuw dan ook geen evenwicht, maar overgewicht. 

schelpdieren

pasglas

3 reacties op Eten en drinken in de Gouden Eeuw

  • Geschreven door vincent
  • |
  • 23 september 2013

Dankje was erg handig voor mijn werkstuk :)

  • Geschreven door bernhard
  • |
  • 05 maart 2014

wat betekend betaamt

  • Geschreven door bernhard
  • |
  • 05 maart 2014

wat betekend betaamt



U bent ingelogd als:


Schrijf een Reactie
Voeg je eigen verhaal toe Je eigen verhaal kun je via drie eenvoudige stappen toevoegen aan Oneindig Noord Holland