Oneindig Noord-HollandBeleef de geschiedenis van jouw provincie

Vijf eendagsvliegen uit Noord-Holland

Beroemd worden is één ding, beroemd blijven een tweede. Op internet kun je tegenwoordig binnen de kortste keren viral gaan, maar ben je de volgende dag alweer vergeten. Dat was vroeger niet anders. Deze vijf figuren kregen door een gewaagde actie in één klap landelijke bekendheid, maar verdwenen weer net zo snel in de vergetelheid. Vandaag de dag kent vrijwel niemand hun naam meer. Maak kennis met vijf historische eendagsvliegen uit de provincie.

Jan Haring (1573)

Jan Haring was een onverschrokken matroos, wiens naam alleen in Monnickendam nog voortleeft. Hij verwierf roem met zijn moedige actie tijdens de Slag op de Zuiderzee (1573) tegen de Spanjaarden. Als watergeus wist hij aan boord te klimmen van het vlaggenschip de Inquisitie van de Spaanse admiraal, de graaf van Bossu. Hoog in de mast sneed Jan de admiraalsvlag los en hees daarvoor in de plaats de Prinsenvlag van de geuzen.

Dat was helaas zijn laatste daad, want bij zijn terugkeer op het dek werd Jan in de borst getroffen door een kogel en stortte hij in zee. Deze ene actie verbond de naam ‘Haring’ met de geschiedenis van de Nederlandse Opstand. In het eerste weekend van juli wordt in Monnickendam traditiegetrouw de Jan Haring Race gehouden, maar buiten het Zuiderzeestadje weten nog maar weinig mensen van de heldendaad van deze geus.

Wil je meer weten over Jan Haring en Monnickendam? Lees dan het artikel ‘Spaanse kanonnen klinken vals in Monnickendam’.

Overwinning op de graaf van Bossu tijdens de zeeslag op de Zuiderzee, 11 okt. 1573. Zeilschepen en op de voorgrond sloepen met de Nederlandse vlag. Historieprent uit de negentiende eeuw. Collectie Provinciale Atlas Noord-Holland, Noord-Hollands Archief.

Wouter Winkel (1637)

De naam van Wouter Bartelmiesz Winkel is voorgoed verbonden geraakt aan de tulpenmanie. In de zeventiende eeuw raakte de exotische tulp steeds populairder in Nederland. De jaren 1636 en 1637 zagen een ware tulpengekte of tulpenmanie, die het hele land in haar greep hield. De tulp was een luxeproduct en statussymbool waar mensen veel voor over hadden. Handelaren dreven de prijs steeds verder op, zodat een tulpenbol op een gegeven moment evenveel kostte als een grachtenpand in Amsterdam.

Ook Winkel, kastelein van De Oude Schuttersdoelen in Alkmaar, verzamelde tulpenbollen. Waarschijnlijk was hij al in 1634 begonnen met handelen, voordat speculanten de markt overspoelden. Hierdoor had hij een aanzienlijke verzameling opgebouwd. Toen zijn verzameling kort na zijn dood in februari 1637 werd geveild, kwamen belangstellenden van heinde en verre bijeen. De veiling bracht een recordbedrag van ruim 90.000 gulden op en was het gesprek van de dag. Kort daarna stortte de tulpenmarkt in, waarmee Winkels naam voorgoed uit de publieke belangstelling verdween.

Wil je meer weten over de tulpenmanie? Lees dan het artikel ‘De tulp: bewogen verleden van een bijzondere bloem’.

Jean-Léon Gérôme, De tulpenmanie, 1882. Een edelman kijkt toe hoe soldaten bloembedden vertrappen in een vergeefse poging om de tulpenmarkt te stabiliseren door het aanbod te beperken. Een gebeurtenis die in het echt nooit heeft plaatsgevonden. Collectie Walters Art Museum.

Jan de Doot (1651)

Als je niet onder de indruk bent van de artsen van jouw tijd, moet je het klusje zelf maar opknappen. Zo moet de Amsterdamse smid Jan de Doot gedacht hebben, toen hij in 1651 landelijke faam verwierf door zichzelf te opereren. De Doot had last van een flinke blaassteen en was huiverig voor de reguliere artsen, die een hoog sterftecijfer kenden. Dus sneed hij met een keukenmes zelf zijn perineum open om de blaassteen, ter grootte van een kippenei, te verwijderen. Hij overleefde de operatie en heeft in elk geval nog vijf jaar daarna geleefd.

De operatie was het gesprek van de dag, zowel binnen als buiten medische kringen. De Doot was een medisch wonder. De Amsterdamse arts Nicolaes Tulp nam het voorval zelfs op in zijn beroemde boek Observationes Medicae. Ook vervaardigde Carel van Savoyen een schilderij van De Doot, waarop hij met mes en blaassteen poseert. Het boek en het schilderij zijn de enige reden dat zijn bizarre operatie overgeleverd is, want buiten medische kringen is De Doots naam tegenwoordig onbekend.

Wil je meer weten over Nicolaes Tulp en de medische wetenschap? Lees dan het artikel ‘Wetenschappelijke herinneringen: Nicolaes Tulp’.

Carel van Savoyen, Portret van Jan de Doot met mes en blaassteen, ca 1650-1660. Collectie Universiteit Leiden.

Gerrit Kist (1697)

Voor een simpele Zaanse smid en scheepstimmerman zoals Gerrit Kist was het niet niks om ineens in de belangstelling te staan. Van 18 tot en met 25 augustus 1697 verbleef de Russische tsaar Peter de Grote namelijk in zijn achterhuis aan het Krimp in Zaandam. De jonge tsaar wilde zijn eigen land moderniseren en bracht een bezoek aan Nederland om de fijne kneepjes van de scheepsbouw te leren. Onder de naam Pjotr Michailov reisde hij incognito mee met het zogenaamde Grote Gezantschap: een Russische diplomatieke vertegenwoordiging naar West-Europa.

Het kleine arbeidershuisje waar tsaar Peter acht dagen lang verbleef, groeide in de eeuwen die volgden uit tot bedevaartsoord voor Russen. Aan het einde van de negentiende eeuw kreeg het zelfs een stenen overkapping om het voor de eeuwigheid te bewaren. Tegenwoordig is het Czaar Peterhuisje te bezoeken als museum. Maar waar de bescheiden houten woning wereldfaam verwierf, is de naam van de eigenaar compleet in de vergetelheid geraakt.

Wil je meer weten over het bezoek van tsaar Peter de Grote aan Zaandam? Lees dan het artikel ‘Tsaar Peter de Grote bezoekt Zaandam’.

Historieprent uit de negentiende eeuw. Collectie , Noord-Hollands Archief.

Dirk Witte (1917)

Dirk Witte (1885-1932) was opgegroeid in de Zaanstreek, maar verwierf in 1917 landelijke bekendheid met het schrijven en componeren van zijn hit ‘Mensch, durf te leven!’, dat later het lijflied van het Nederlands cabaret zou worden. Hoewel ook andere liedjes van Witte werden vertolkt door onder meer Louis Davids en Jean-Louis Pisuisse, berust zijn plaats in het collectieve geheugen vrijwel alleen op dat ene, enorm succesvolle nummer. Een ware eendagsvlieg dus.

In 1920 liet Witte de villa ’t Hooge Nest aan de Driftweg, op de grens van Naarden en Huizen, bouwen. Dit huis zou later bekendheid krijgen als de plek waar de Joodse zussen Janny en Lien Brilleslijper tijdens de Tweede Wereldoorlog onderdak aan tenminste zeventien onderduikers boden. Witte was slechts 47 jaar toen hij in de in de Weespertrekvaart bij Diemen met zijn auto te water raakte en verdronk. Hij werd begraven op een rustig plekje onder de bomen aan de rand van de Oude Begraafplaats in Naarden, omringd door zijn vrouw en schoonfamilie.

Wil je meer weten over de laatste rustplaats van Dirk Witte? Lees dan het artikel ‘Oude Begraafplaats Naarden zit vol leven’.

Dirk Witte, dichter van levensliederen, 1918. Collectie Het Leven, Spaarnestad Photo.

Tekst: redactie Oneindig Noord-Holland

Publicatiedatum: 19/10/2026

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.