Van Tijen: pionier van de sociale woningbouw

Nadat bekendgemaakt werd dat woningcorporatie Stadgenoot de karakteristieke Van Tijen-flats aan de Amsterdamse Nolensstraat gaat slopen, roerden voor- en tegenstanders zich. Maar wie was Van Tijen eigenlijk? En wat maakt zijn woningen zo bijzonder?

De Van Tijen-woningen zijn portiekflats, met boven de begane grond vier woonlagen. Vanaf de straat leidt een betonnen trap naar de ingang, een kleurige deur met ernaast gleuven voor de brievenbussen van de bewoners. Op het eerste gezicht zijn de gebouwen hetzelfde als zovele andere naoorlogse flats in Nieuw-West. Gehorig, klein en enigszins verwaarloosd, maar in authentieke staat – zonder moderne aanpassingen als kunststof kozijnen – en karakteristiek voor de buurt.

De flats liggen in het hart van Geuzenveld, één van de naoorlogse woonwijken van Amsterdam. Voor zo’n 200.000 mensen wordt tussen 1950 en 1970 een nieuw thuis in de Westelijke Tuinsteden gerealiseerd, naar ontwerp van het Algemeen Uitbreidingsplan uit 1934. Na Slotermeer volgt Geuzenveld, dat tussen 1953 en 1959 wordt aangelegd. De wijk krijgt zes buurten, ontworpen door zes verschillende architecten. Onder hen is de toonaangevende architect Willem Dudok, maar ook de minder bekende Willem van Tijen.

Geuzenveld in aanbouw: de Nolensstraat, gezicht in Anderiesenhof, december 1957. Via Stadsarchief Amsterdam.

Willem van Tijen

Van Tijen (Wormerveer, 1894 – Heemstede, 1974) wordt gezien als één van de pioniers van de sociale woningbouw. Tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) studeert en werkt hij in Nederlands-Indië. Daar leert hij voor irrigatie-ingenieur en overziet de bouw van een stuwdam op Java. Getroffen door polio keert hij in 1926 terug naar Nederland. Hij herstelt in Amsterdam, waar hij interesse krijgt in woningbouw en volkshuisvesting. Samen met Auguste Plate, voormalig directeur van de Dienst Volkshuisvesting, richt hij een bedrijfje op en bouw woningen in Rotterdam en Zutphen. In 1939 gaat hij met zijn gezin in de Rotterdamse Bergpolderflat wonen, zijn eigen creatie.

Twee jaar eerder is Van Tijen al een samenwerking aangegaan met de jongere Hugh Maaskant (1907-1977). Maaskant is verantwoordelijk voor de vorm, Van Tijen voor de inhoud. Tussen 1937 realiseert het duo woningbouw in onder meer Delft, Vlaardingen, Vlissingen, Den Haag en in de Amsterdamse wijk Geuzenveld. Van Tijens ontwerpen zijn strak en functioneel, maar zeker niet saai. Door de grote ramen zijn zowel de woningen als de trappenhuizen zeer licht van binnen. Desondanks zullen ook Van Tijens flats te lijden hebben gehad onder de typische kwaaltjes van woningen uit de periode van wederopbouw: dunne muren, slechte isolatie en (te) kleine kamers voor de soms grote gezinnen.

Martin Alberts, de achterzijde van de flat aan de Nolensstraat, 2001. Via Stadsarchief Amsterdam.

Migrant in eigen land

De eerste bewoners van de nieuwe wijken voelen zich migrant in eigen land. In die begindagen lijken de Westelijke Tuinsteden in niets op de oude wijken van Amsterdam. Liggend aan de rand van de stad voelt het alsof de wereld daar ophoudt en overgaat in een grote zandvlakte. De appartementen zijn klein, maar de flats ruim geplaatst. Tussen de woningen ligt veel groen, waar speelgelegenheid is voor de kinderen. In de jaren zestig is het een doodnormaal gezicht: een kind in de speeltuin, de moeder breiend of aardappelen schillend op een bankje ernaast.

Als de kinderen volwassen worden, verlaten ze meestal de buurt. Een deel van de ouders kiest ervoor om oud te worden in Nieuw-West, een groter deel trekt in de jaren tachtig en negentig weg uit de stad. Hun plaats wordt ingenomen door Amsterdammers van allochtone afkomst, (voormalige) gastarbeiders en hun kinderen. Voelden de eerste bewoners van de wijken zich een vreemdeling in eigen stad, de nieuwe gezinnen zijn werkelijk moderne migranten.

Een bekend gezicht in de naoorlogse woonwijken van Nieuw-West: spelende kinderen, de moeders van een afstandje toekijkend, 1972. Via Stadsarchief Amsterdam.

Toekomstplannen

Met de jaren veranderen de naoorlogse wijken van karakter. Sommige flats zijn slecht onderhouden en worden afgebroken. In februari 2019 maakt eigenaar Stadgenoot op haar website bekend dat ook de Van Tijen-flats gesloopt gaan worden. Het besluit hiervoor zou in april 2018 genomen zijn, hoewel reeds vóór de kredietcrisis plannen voor de sloop werden gemaakt. Vanwege de crisis werd de sloop slechts tijdelijk uitgesteld. Ervoor in de plaats komen nieuwe woningen: moderne hoogbouw. Duurzaam, want zonder aansluiting op het aardgas. En geheel in de stijl van Van Tijen, aldus Stadgenoot.

De erfgoedverenigingen ProWest en Heemschut zijn inmiddels opgestaan om zich hard te maken voor de cultuurhistorische waarde van de Van Tijen-flats. En van andere naoorlogse architectuur, die volgens hen nog niet bij Monumenten en Archeologie op de radar staat. Momenteel wordt er door alle betrokken partijen gekeken naar het nieuwe Stedenbouwkundig Plan voor de Nolensstraat. Over het behoud van de karakteristieke Van Tijen-flats is het laatst woord nog niet gezegd.

Ontwerp van de nieuwbouw in de Nolensstraat. Via DOOR Architecten.

Tekst: Sarah Remmerts de Vries

Bronnen