Stemt vrij: de Boerenpartij

Wie denkt dat boerenprotest alleen iets van de laatste tijd is, heeft het mis. In de jaren zestig behaalde de opstandige Boerenpartij grote successen bij de gemeenteraadsverkiezingen. In steden als Amsterdam en Haarlem konden de boeren rekenen op veel sympathie – én stemmen.

De jaren zestig staan bekend als een tijd van grote veranderingen. Tegenbewegingen zoals Provo zetten de gevestigde orde op zijn kop. In de kunstwereld was het de kunstenaarsgroep CoBrA die met experimentele, kinderlijke technieken opschudding teweeg bracht; in de politiek zag de nieuwe anti-establishment partij Democraten’66 (D66) het licht. Het jaar 1966 wordt vaak als het hoogtepunt van dit nieuwe denken gezien, waarin ludieke acties samenvielen met grote politieke verschuivingen, zoals de val van het kabinet-Cals en de rookbom tijdens het huwelijk van Beatrix en Claus.

Minder bekend is dat in dit jaar ook de omstreden Boerenpartij grote verkiezingssuccessen behaalde. De Boerenpartij werd kort voor de jaren zestig opgericht door Hendrik Koekoek, zelf boer van beroep. De partij ageerde tegen de toegenomen overheidsbemoeienis in de landbouw, die zich onder meer uitte in vele voorschriften en grote bureaucratie. De aangesloten boeren eisten meer persoonlijke vrijheid en verantwoordelijkheid.

Verkiezingsposter voor de boerenpartij bij verkiezingen in Haarlem in 1966. Collectie Cornelis Rose, Noord-Hollands Archief.

Boerenwijsheden vallen in de smaak

Een Boerenopstand in het Drentse Hollandscheveld vergrootte de populariteit van de Boerenpartij. Hierdoor wist de partij tijdens de Tweede Kamerverkiezingen van 1963 drie zetels binnen te slepen. Steeds meer mensen voelden zich aangetrokken tot de simpele, heldere retoriek van ‘Boer Koekoek’, die met een Drents accent een groot scala aan boerenwijsheden te berde bracht. De ideeën van de Boerenpartij sloten naadloos aan bij de onvrede die toentertijd in de samenleving heerste.

Waar de achterban aanvankelijk alleen uit boeren bestond, bleek de partij ook steeds meer aan te slaan bij middenstanders die gekant waren tegen de gevestigde orde. Zo begonnen ook stadsbewoners zich thuis te voelen bij de Boerenpartij, die meer en meer veranderde in een algemene protestpartij – tégen de overheid, tégen de verzorgingsstaat en vooral tégen de gapende kloof tussen kiezer en politiek.

Gelijktijdige publicaties over de Boerenpartij en Provo. Foto: Algemeen Handelsblad, 26 mei 1966.

Een ‘onfatsoenlijke’ partij

Door de gevestigde orde werd de Boerenpartij op dezelfde terughoudende manier bejegend als de recalcitrante Provobeweging, zo bewijst een artikel in het Algemeen Handelsblad van mei 1966. In het stuk worden twee gelijktijdig verschenen boeken over beide bewegingen aangeprezen, zodat ook ‘fatsoenlijke’ burgers zich er, uiteraard veilig vanaf hun leunstoel, in kunnen verdiepen. Want ‘wie schaft zich nu het beginselprogramma van de boerenpartij aan (…) en hoeveel brave burgers vinden het niet een onfatsoenlijk gebaar om – zo maar op straat – een exemplaar van het tijdschrift Provo (…) aan te schaffen? Maar nu ligt de ideologie van Boeren en Provo’s in de winkel te koop. En wat is er nu netter dan een “erkende” boekhandelaar?’

De boeren en de Provo’s maakten zelf dankbaar gebruik van deze associatie, door in ieder geval tijdens één gelegenheid samen als een front op te treden. Zo wisten ze in maart 1966 een vergadering van de Katholieke Volkspartij in Krasnapolsky te Amsterdam danig te verstoren, door de toespraak van minister Cals met gejoel en uitroepen te onderbreken. Het Algemeen Handelsblad prees de ‘opgewekte, maar ook koele debatteertechniek’ van Cals, die geen argument uit de weg ging. Dat weerhield de boeren er echter niet van om na het sluiten van de vergadering het podium te bestormen: ‘En terwijl provo’s en boeren eensgezind oranje ballonnetjes met verkiezingspropaganda voor de Boerenpartij lieten springen en er een kermis van maakten, begonnen de zaalwachters in arren moede het opruimwerk…’

Boer Koekoek van de Boerenpartij interrumpeerde tijdens de verkiezingsvergadering in Krasnapolsky te Amsterdam, waar premier Cals als spreker optrad, 1966. Foto: Peter van Zoest, ANP Historisch Archief (ANP Foundation).

Boeren in het stadsbestuur

Ondanks – of dankzij – alle opschudding konden de boeren op veel steun rekenen tijdens de verkiezingen voor de Provinciale Staten en de gemeenteraden in 1966. In Haarlem kreeg de partij maar liefst dertien procent van de stemmen, in Amsterdam was dat rond de tien procent. Zo wist de partij, die toch in hoofdzaak op de belangen van boeren was gericht, in de grote steden een opvallend aantal stemmen aan de gevestigde partijen te ontnemen. Het jaar daarop behaalden de boeren tijdens de Tweede Kamerverkiezingen nog eens zeven zetels.

Voor de bestaande politici kwam de overwinning van de Boerenpartij als een verrassing. Over de aantrekkingskracht van deze ongeorganiseerde club (statuten kende de partij niet) tastten ze in het duister. Het succes van de Boerenpartij bleek echter niet lang te duren. Enkele partijleden kwamen in opspraak vanwege hun oorlogsverleden, waarin ze lid van de SS of de NSB waren geweest. Tot overmaat van ramp splitsten een aantal prominente leden zich in 1968 af om een eigen partij te vormen. Zij waren niet tevreden over de koers van de partij onder Koekoek. De populariteit van Boer Koekoek was tanende en door de vele interne conflicten haalde de partij in 1971 nog maar één zetel. In de jaren die volgden, bloedde de Boerenpartij een stille dood.

Tekst: Sarah Remmerts de Vries

Bronnen:

Publicatiedatum: 16/10/2019