Oneindig Noord-HollandBeleef de geschiedenis van jouw provincie

Tattoos met een ruig verleden

Tegenwoordig kijken we niet op of om als iemand een getatoeëerd plaatje op zijn arm heeft staan. De objectkeuze van de tattoo verraad echter wel iemands persoonlijke smaak en afkomst. Vroeger kon je nog veel meer aflezen aan iemands ´inkt´. Zo lieten zeelieden tatoeages zetten met een (bij)gelovige betekenis. Ankers, kompassen, vuurtorens en zwaluwen waren symbolen van geluk, de juiste koers en een veilige terugkeer naar het vasteland. Daarnaast kon een visser door zijn zeemanstatoeages worden geïdentificeerd, mocht hij tijdens de reis verdrinken en ergens aanspoelen…

Tatoeages zijn een eeuwenoude vorm van lichaamskunst, die zijn oorsprong heeft in prehistorische culturen. De ontdekking van nieuwe werelden bracht zeventiende-eeuwse zeelui in contact met volkeren uit Oceanië, Azië en Amerika, bij wie tatoeëren een belangrijk onderdeel was van hun cultuur. Door het Christendom beschouwde men het in Europa als een heidense praktijk. Desondanks beschreven ontdekkingsreizigers verschillende tattoo-stijlen en -technieken in hun dagboeken. Het woord tatoeage of tattoo is afkomstig van het Tahitiaans woord tatau wat daar ´teken´ of ´schildering´ betekent. In de achttiende eeuw werd het woord in Engeland verbasterd tot tattoo, de Fransen maakten er op hun beurt weer tatouer en tatouage van. Hollanders gebruikten aanvankelijk ook deze woorden, totdat ze werden vernederlandst.

Tatoeëringen op armen van de zeelieden van Tarentin, vervaardiger: Louis Ducros, Tekening uit het album ‘Voyage en Italie, en Sicile et à Malte’, 1778. Collectie Rijksmuseum, objectnummer RP-T-00-493-10C.

De zee op je huid

Vroeger werden tatoeages vooral in verband gebracht met vissers, zeelieden en mensen met een bedenkelijke reputatie. Om te begrijpen waarom tattoos zo sterk verbonden raakten met vissers, moeten we kijken naar hun leefwereld. Werken op zee is allesbehalve veilig, zelfs vandaag de dag gebeuren er nog jaarlijks dodelijke ongevallen.

Zeelieden waren vaak maandenlang op zee, ver weg van hun familie. Het verlangen naar hun geliefden was groot. Om dat gemis te verzachten, lieten velen de namen van hun vrouw en kinderen op hun lichaam tatoeëren. Zo droegen ze hun gezin letterlijk met zich mee.

Een tatoeage kon ook een middel zijn om verdriet en trauma te verwerken. Als een visser een scheepsramp had meegemaakt werd deze op de huid vereeuwigd. Een groot schip op de borst of rug kwam dan ook regelmatig voor.

Schipbreuk van Christoff Frik bij de Kaap de Goede Hoop, prentmaker: Caspar Luyken, Amsterdam, 1694. Collectie Rijksmuseum, objectnummer RP-P-1896-A-19368-992.

‘Huidbeprikking’ in een monsterboekje

Voordat een visser aan boord van een schip ging, moest hij eerst bij een ‘monsterkantoor’ langsgaan (het zogeheten ‘aanmonsteren’). Hier lieten alle zeevarenden zich inschrijven op een monsterrol. Dit was een soort arbeidsovereenkomst: in dit document stond geregistreerd welke bemanningsleden op het vaartuig in dienst waren.

Als bewijs van de inschrijving had elke visser een eigen monsterboekje, ofwel zeemansboekje, nodig. Dit was een soort paspoort, waarin allerlei belangrijke gegevens stonden. Op de eerste pagina stond de persoonlijke informatie, zoals de naam, geboortedatum en de namen van de ouders. Ook uiterlijke kenmerken, waaronder littekens en ‘huidbeprikking’(tattoos), werden hier vermeld.

Tatoeages dienden als duidelijke herkenningstekens en in het monsterboekje werd precies vastgelegd welke tatoeage waar stond. Één van de redenen dat een zeevarende zich liet tatoeëren, was dat zijn vrienden en familie hem makkelijk kon herkennen als het noodlot zou toeslaan.

Schipbreuk op een rotsachtige kust. schilder: Wijnand Nuijen, ca. 1837. Collectie Rijksmuseum, objectnummer SK-A-4644.

Mijlpalen

Tatoeages bij zeelieden hadden oorspronkelijk een symbolische en (bij)gelovige betekenis. Daarnaast werden ze vaak ook gezet als onderdeel van een overgangsritueel. Een zeeman zonder tatoeage zou volgens de meesten niet zeewaardig zijn. De tattoos fungeerden als bescherming en als statussymbool, waarmee een visser zijn ervaringen op zee liet zien.

Bepaalde motieven hadden specifieke betekenissen: een zwaluw symboliseerde het behalen van de eerste 5000 zeemijlen. De zwaluwentatoeage kent al eeuwenlang een sterke band met de zeevaart en was bijzonder geliefd onder zeelieden. Zwaluwen behoren namelijk tot de eerste vogels die men vanaf een schip ziet wanneer na een lange tocht eindelijk land in zicht komt. In een tijdperk zonder moderne navigatiemiddelen gold dit als een teken dat de reis voorspoedig was afgelopen.

De Griekse god van de zee ‘Poseidon’ of een schildpad werden pas getatoeëerd als een zeeman de evenaar had gepasseerd. En exotische reizen werden vereeuwigd met tattoos van Geisha’s, draken of Hula-meisjes.

Le tatouage du matelot, 1830. Schilder: Constantin Jean Marie Prevost (1796–1865). Collectie Musée des Augustins. Beeld via Wikimedia Commons, publiek domein.

Bescherming en geluk

De haan stond symbool voor een nieuw begin, aangezien hij bij zonsopgang kraait. Een tattoo van een haan op de rechtervoet en een varken op de linkervoet stonden voor geluk. Voor zeelieden symboliseerde deze tatoeages ook de wens om weer vaste grond onder de voeten te hebben.

De meeste schippers kozen voor een tattoo van een scheepsanker. Deze houdt het schip op zijn plaats en voorkomt dat het afdrijft. Daarmee stond het werktuig symbool voor bescherming, stabiliteit en houvast. Ook werd een anker geassocieerd met de innige band tussen mensen, daarom werd er vaak de naam van een moeder (‘mama’) of ander geliefd persoon bij getatoeëerd.

Een tatoeage van een kompas werd beschouwd als een symbool van bescherming, richting en geluk. Net als de nautische ster zou een kompas de zeeman helpen om de juiste koers te varen. In een tijd waarin radars en andere moderne technologie nog niet bestonden, waren vuurtorens van levensbelang. Het licht van een vuurtoren hielp zeelieden om gevaarlijke kusten te herkennen en veilig de haven te bereiken. Om die reden werd een tatoeage van een vuurtoren gezien als een symbool van bescherming en veiligheid.

Portret van Abraham Pruys van der Hoeven, Op zijn rechterhand heeft hij een tatoeage van een anker. Prentmaker en drukker: Johann Peter Berghaus, Leiden, 1852. Collectie Rijksmuseum, objectnummer RP-P-1903-A-23774.

Een bijzondere ontdekking

Onlangs werd er op een zeventiende-eeuws schilderij van het Amsterdam Museum een historische tatoeage ontdekt door tattooartiest Henk Schiffmacher. Het schilderij De oppercommissarissen der Walen uit 1674, toegeschreven aan schilder Wallerant Vaillant (1623 – 1677), maakt sinds de negentiende eeuw deel uit van de museumcollectie. In de vergaderkamer van de oppercommissarissen der Walen, op de bovenverdieping van de Schreierstoren, zitten de vier commissarissen: Dirk Claasz. van Leek, Jan Vlasblom, Wessel Smits en Hendrik Lynslager. Achter hen staan de havenmeester met zijn knecht en de kapitein der Waalredderen. De leden van de Amsterdamse gildecommissie hielden toezicht op de binnenhavens van het IJ.

De oppercommissarissen der Walen, 1674, toegeschreven aan Wallerant Vaillant (1623 – 1677). Collectie Amsterdam Museum, inv.nr. SA 7283.

Een komeet op je pols

De man met de tatoeage is Wessel Smits, een rijke Amsterdamse koopman. Het was niet gebruikelijk dat een welgestelde burger zich liet tatoeëren, laat staan zich er mee liet afbeelden. De tattoo is onderdeel van de oorspronkelijke verflaag en is dus niet later toegevoegd. De lijnen zijn blauw verkleurd, wat volgens Schiffmacher erop wijst dat de tatoeage al veel eerder moet zijn aangebracht. Bij nadere bestudering blijkt dat het om een afbeelding van een ‘staartster’ gaat: een komeet die zichtbaar was tussen 8 november 1618 en januari 1619.

Volgens archiefgegevens ging de 25-jarige Smits op 21 januari 1644 in ondertrouw. Zeer waarschijnlijk werd hij net geboren toen er een komeet voorbij vloog. In de zeventiende eeuw werd een ‘staartster’ nog gezien als een slecht voorteken. Smits kwam echter uit een intellectueel milieu van wetenschappers en was niet gevoelig voor bijgeloof. Hij wilde de bijzondere gebeurtenis vereeuwigen op zijn pols én op het schilderij.

Pamflet: ‘Aenmerckinghe op de tegenwoordige steert-sterre.’ Nachtvoorstelling met een landschap waarin enige personen bij volle maan met elkaar spreken over de komeet met een zeer lange staart die in de maand november van het jaar 1618 boven Nederland te zien was. Prentmaker: anoniem, naar ontwerp van Adriaen Pietersz van de Venne, 1618-1619. Collectie Rijksmuseum, objectnummer RP-P-1937-368.

Het schilderij De oppercommissarissen der Walen en objecten uit Henk Schiffmacher’s collectie zijn tot 1 maart 2026 in een kleine opstelling te zien in Huis Willet-Holthuysen.

Auteur: Judith van Amelsvoort

Bronnen:

Publicatiedatum: 05/01/2026

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.