Rel op de Assendelver Zeedijk

Op woensdag 23 januari 1566 verscheen dijkgraaf Sebastiaen Craenhals op de Assendelverzeedijk langs het IJ en Wijkermeer. Hij had een gewapend gevolg en een ploeg timmerlieden bij zich. De timmerknechten begonnen met het versperren van een serie sluisjes in de dijk. Maar direct liep heel Assendelft bewapend met stokken, pieken, hooivorken, bijlen, messen en andere landbouwgereedschap te hoop. Craenhals en zijn gevolg werden ernstig bedreigd en urenlang vastgehouden. Wat zat er achter deze actie van de Assendelver boeren?

 

Confrontatie tussen dijkgraaf Craenhals en Assendelvers op de zeedijk bij een sluisje. Tekening door H. Tol.

Confrontatie tussen dijkgraaf Craenhals en Assendelvers op de zeedijk bij een sluisje. Tekening door H. Tol. Beeld: uit M.A. Verkade, Den derden dach: ontstaan en ontwikkeling van de polder Westzaan.

‘Vet’ zeewater goede bemesting

Over de achtergronden van de rel op de dijk zijn we goed ingelicht. In 1544 werd er op last van keizer Karel V een groot onderzoek gehouden naar de Noord-Hollandse waterstaat. Aanleiding waren aanhoudende klachten over landverlies en overstromingen. Tijdens de hoorzittingen verklaarden vertegenwoordigers van Assendelft dat ze ’s winters de sluisjes in hun zeedijk altijd opendraaiden, “latende alzoe tzee water up heuren Landen omme die vettigheijt vandien daer up te gecrigen”. Het ging dus om de uit het water bezonken kleideeltjes. Die vormden een vruchtbaar laagje slib op het land en daardoor groeide het gras beter op de schrale hooilanden. Probleem was echter wel dat dit zoute water overlast gaf bij de buren in Krommenie en Westzaan. Keizer Karel V bepaalde dan ook op 17 december 1544 dat de sluisjes dicht moesten blijven.

Assendelft, Krommenie en Westzaan in 1575.

Assendelft, Krommenie en Westzaan in 1575. Onder het IJ, links het Wijkermeer en rechts de Zaan. Beeld: Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.

‘Uitwaterende Sluizen’ en dijkgraaf Craenhals

Door allerlei oorzaken kwam er weinig van de maatregel uit 1544 terecht. Maar in 1565 werd er een nieuw waterschap gesticht om er alsnog werk van te maken. Dat waterschap werd bekend als het Hoogheemraadschap van de Uitwaterende Sluizen. Sebastiaen Craenhals was de eerste dijkgraaf. Ondanks enkele waarschuwingen draaiden de Assendelvers in januari 1566 toch hun sluizen open. Dat kon Craenhals niet over zijn kant laten gaan en hij ging naar Assendelft en begon de sluisjes dicht te timmeren. Binnen de kortste keren stond Craenhals echter tegenover vijf à zeshonderd woedende Assendelvers, “zeer qualyck sprekende ende schuymden om hare mond als ontsinnighe raesende menschen”. Craenhals had er een beetje om gevraagd, dat wel. Zijn gezelschap was goed bewapend op de dijk verschenen, ging zonder overleg aan het werk en Craenhals roerde ook druk zijn mond.

Nieuwe polder als oplossing

Na de rel op de zeedijk stapte Craenhals meteen naar hogerhand. Er werden direct strenge straffen gezet op het bedreigen van de dijkgraaf. De Geheime Raad in Brussel gelastte de Assendelver boeren bovendien in september 1567 de sluizen dicht te houden. Die mochten pas weer open als er een kade rond het dorp was aangelegd waardoor het zeewater geen overlast meer kon geven bij de buren. Met andere woorden, Assendelft moest een aparte polder gaan vormen. Het Hof van Holland bepaalde in maart 1568 precies hoe de polderkade moest lopen. Hiermee waren zowel Craenhals als Krommenie en Westzaan tevreden.

 

De nieuwe polder Assendelft.

De nieuwe polder Assendelft. 1a = zuidelijk deel, 1b = noordelijke deel, daartussen de in 1663 aangelegde kade, nu Communicatieweg. Beeld: Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (Kaart D. Aten).

“Troubele wateren”: ruzie in de dorpskerk

In Assendelft zelf was ook lang niet iedereen positief over het blank zetten van de landerijen met zeewater. In 1627 blijkt dat de gereformeerde kerkenraad het Heilig Avondmaal een poos niet had gehouden omdat er grote onmin in de gemeente was over het maken van een nieuwe sluis. Dat jaar besloot de kerkenraad het Avondmaal weer door te laten gaan omdat “de troubele wateren geset waren”. Desondanks kwam het in 1655 tot een vechtpartij op de dijk tussen voor- en tegenstanders. Achtergrond van deze spanningen was dat veel land aan de noordkant van Assendelft als bouwland in gebruik was. De daar gezaaide gewassen konden niet tegen het hoge zoute water en gingen dood. In 1663 werden daarom noord en zuid van elkaar gescheiden door een kade. Over dat dijkje loopt nu de Communicatieweg. Pas in 1696 kwam er voorgoed een einde aan het inunderen van de Assendelver weilanden met zeewater. Er kon toen al enige tijd geen water meer worden ingelaten omdat de sluizen door een dik pakket slijk en slib waren verstopt. Wel kondigden de bestuurders van Assendelft in 1704 een verbod op de export van koemest uit het dorp af. Dat gebeurde om het gemis van het vette water te compenseren.

De polder Assendelft, 1680 (noorden links).

De polder Assendelft, 1680 (noorden links). Boven de Nauernasevaart, rechts het IJ en onder het Wijkermeer. De sluisjes in de zeedijk zijn groen gemarkeerd. Beeld: Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.

Auteur: Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, www.hhnk.nl.

 

Publicatiedatum: 01/08/2011