Fregat ’t Hart is vermoedelijk vernoemd naar de Amsterdamse koopman Arent Hartjes, wiens naam ook als Hartjens werd gespeld. Hartjes liet zijn schip in 1739 bouwen door de Zaanse scheepsbouwer Adriaan Jacobsz Ouwejan (1685-1749). Ouwejan bezat drie scheepswerven. In de Zaanstreek werden in dit tijd sowieso veel schepen gebouwd. Rond 1730 waren daar 38 scheepswerven actief die scheepsrompen maakten, waaraan Zaanse houtwerven, houtzaagmolens, mast- en takelmakers en ankersmeden materiaal leverden.
Arent Hartjes was de zoon van advocaat Jacob Hartjes, en erfde ongeveer 300.000 gulden van zijn vader. Een deel van dat geld stak hij de handel met de Surinaamse kolonie. Hartjes bezat een ruim grachtenpand aan het Singel in Amsterdam, waar op de pakzolder koffie werd gesorteerd, gewogen en verpakt. Hij had grote aandelen in twee plantages aan de Surinaamse rivier de Commewijne, bezat een huis in Paramaribo en had twintig tot slaaf gemaakte Afrikanen in eigendom. Toen hij overleed had hij flink wat schulden, wat de onderzoekers doet vermoeden dat hij als ondernemer niet erg succesvol is geweest en wellicht ‘zijn geld heeft verkwist aan gokken, drank en vrouwen.’

Gerrit Groenewegen tekende in 1789 een fregat dat door de wind wordt voortgestuwd. Uit de collectie van Zuiderzeemuseum, nummer 003965.
Negen reizen
Koopvaarder ’t Hart maakte in totaal negen reizen naar Suriname. Op de heenreis vervoerde het schip graan, gezouten vlees en bouwmaterialen, zoals kalk, cement en bakstenen voor de plantages. Ook reisden er soldaten mee.
Dankzij verklaringen van overlevenden van de scheepsramp, hebben we inmiddels een aardig beeld van hoe ’t Hart gezonken is. Op 1 september 1751 vertrok het schip uit Suriname om naar Amsterdam terug te keren, met 619 vaten suiker, 74.204 pond koffie en 6.585 pond cacao aan boord. Op 26 november, na een reis van 87 dagen, bereikte het schip de Hollandse kust. Het zicht was slecht door dichte mist en motregen.

Aan de hand van merktekens kon de lading van de BZN 4 worden geïdenticifeerd. MSP staat voor Matheus Sigimundus Pallak (1709-1767), die diverse plantages in Suriname bezat en nauw gelieerd was aan Arent Hartjes.
Lek geslagen
Rond elf uur in de ochtend besefte de bemanning dat ze in een uitgestrekt gebied met ondiepten en zandbanken terecht waren gekomen ten westen van het Marsdiep. Ergens in dit ondiepe gebied liep het schip vast op een zandbank en verloor daarbij het roer. Ook braken er delen van de romp af.
Het schip zat vast en bleek door de klap lek geslagen. De bemanning loste noodschoten. Intussen was het tij blijkbaar opgekomen, want na ongeveer een half uur kwam het schip weer los, zodat het door de vaargeul van het Marsdiep naar de oostkant van Texel kon varen. Daar kwamen acht mannen van de loods uit Den Helder aan boord, die de bemanning hielpen bij het pompen, terwijl de loodsen met hun schuit het roerloze schip ’t Hart naar ondieper water probeerden te brengen, om te voorkomen dat het zou zinken.
Een krachtige zuid-zuidwestenwind dreef het schip echter naar dieper water. Door ankers uit te gooien probeerde men dat te voorkomen, maar de ankerkabels braken, waardoor ’t Hart in noordelijke richting werd weggeblazen. Ondanks pogingen om het water uit het schip te pompen, zonk het schip steeds dieper en begon het slagzij te maken. Er was geen tijd meer om lading of persoonlijke bezittingen te redden. 18 van de 25 bemanningsleden werden door de loodsboot gered en tussen vier en half vijf die middag verdween het schip onder water. Zeven mensen aan boord, waaronder de schipper, de kok en de zeilmaker, verdronken.

De structuur en de lading van de BZN 4 van bovenaf bekeken.
Sportduikers vinden het wrak
Maken we een sprongetje in de tijd. In 1984 wordt het scheepswrak dat later de aanduiding BZN 4 zal krijgen door sportduikers ontdekt, zeven kilometer ten oosten van Texel. Aanvankelijk beschrijven ze het schip als een klein, niet al te zeewaardig schip. Ze zien de vaten aan voor watervaten en denken dat het schip een kleine lichter was, die zoet water vervoerde naar de schepen die op de rede van Texel lagen te wachten tot ze uit konden varen.
Bij archeologisch onderzoek in 2001 blijkt echter dat het wrak veel groter is dan aanvankelijk werd aangenomen. De BZN 4 had een oppervlakte van 37 bij 12 meter en ligt op een diepte van tussen de 7,5 en 11 meter. De bodem was nog in tact. Van de achtersteven was ongeveer vier meter bewaard gebleven; dat deel stond nog recht overeind. De voorsteven was losgeraakt en lag plat op de zeebodem. Van de scheepswanden werden geen delen meer aantroffen, op een klein stukje stuurboord na.

Op deze kaart is te zien waar de zeventien scheepswrakken (met rechtsonder de BZN 4) met een monumentale status liggen. De kaart is gemaakt door M. Haars van BCL–Archaeological Support.
Tonnen en vaten
Dat we inmiddels zo goed als zeker weten dat de BZN 4 ’t Hart is, is te danken aan archeoloog Jeroen Oosterbaan, die aan de hand van archeologische vondsten, zoals tonnen en vaten, onderzoek doet naar de trans-Atlantische handel van de Nederlandse Republiek.
Voor een artikel over zijn bevindingen sprak een verslaggever van dagblad Trouw in april 2024 met maritiem historicus en archeoloog Arent Vos, die de BZN 4 heeft onderzocht. ‘We vonden ongebrande koffiebonen in houten vaten en verspreid ook cacaobonen.’ Enkele specifieke soorten tropisch hardhout wezen er op dat de lading uit een Nederlandse kolonie in het noordelijk deel van Zuid-Amerika afkomstig moest zijn, maar dat bleef jarenlang niet meer dan een vermoeden.
Totdat archeologiestudent Liam Tran, die Oosterbaan bij zijn onderzoek assisteerde, in het Nationaal Archief beladingspapieren vond, die uit Surinaamse archieven afkomstig waren. Aan Trouw vertelt hij: ‘Daarin vond ik aktes met de belading voor de laatste reis, inclusief notities van merken op tonnen, waaronder vier die zijn teruggevonden in wrak BZN 4.’ Tran achterhaalde ook de namen van plantage-eigenaren aan de hand van merktekens die op de tonnen in scheepswrak BZN 4 zijn gevonden.
Het identificeren van een wrak komt niet vaak voor, vertelt Oosterbaan aan Trouw, zeker niet met een archiefstuk als vertrekpunt. ‘Mogelijk werkt deze methode ook bij andere wrakken.’

Archeoloog Jeroen Oosterbaan speelde een belangrijke rol bij de identificatie van de BZN 4.
Beladingspapieren
De vergelijking van merktekens op de tonnen die in de BZN 4 zijn gevonden met beladingspapieren in de archieven leidt uiteindelijk tot de conclusie dat het hier om koopvaardijschip ’t Hart gaat. Uit een wetenschappelijk artikel dat vorig jaar in de Journal of Maritime Archaeology is gepubliceerd, blijkt dat de onderzoekers niet over één nacht ijs zijn gegaan.
Uit onderzoek waarmee de leeftijd van scheepshout kan worden vastgesteld, blijkt dat de BZN 4 tussen 1736 en 1746 moet zijn gebouwd, wat overeenkomt met het jaar 1739 waarin ’t Hart is gebouwd. Een reconstructie van de afmetingen van de BZN 4 komt uit op een lengte van 30,6 meter en een breedte van 9 meter, wat goed aansluit bij de in documenten vastgelegde afmeting van ’t Hart. Maar het meest overtuigende bewijs vormt toch wel de lading. De lading van de BZN 4 bestond voornamelijk uit gemerkte vaten met koffiebonen, wat overeen komt met de lading die fregat ’t Hart volgens de beschikbare documenten vervoerde. Vijf van de merktekens van de BZN 4 werden ook aangetroffen in de vrachtdocumenten van ’t Hart.
Door bouwdata, ladingtype, merktekens op de vaten en zakelijke relaties tussen de sleutelfiguren te onderzoeken ontstaat een solide basis voor de hypothese dat scheepswrak BZN 4 fregat ’t Hart is, zo concluderen de onderzoekers. Als het aan hen ligt worden archeologische vondsten en archiefonderzoek vaker gecombineerd ‘om historische verhalen te achterhalen.’ En om scheepswrakken te identificeren, zoals de BZN 4.
Auteur: Arnoud van Soest
Bronnen:
Dit artikel is gebaseerd op een artikel in dagblad Trouw van 24 april 2024 en het wetenschappelijke artikel ‘The Coffee was Paid for Dearly: Shipwreck BZN4 and the Frigate’t Hart’ in de Journal of Maritime Archaeology. Aan laatstgenoemd artikel werkten L. Tran, J. Oosterbaan, A.D. Vos, V. Enthoven en Sjoerd van Daalen mee.
Publicatiedatum: 31/08/2026
Vul deze informatie aan of geef een reactie.