Roze of blauwe muisjes

Meestal is de eerste vraag als iemand zwanger is: is het een jongen of een meisje? Want hier hangt veel vanaf. Buiten de naam, bepaalt het geslacht van de baby ook de kleur van veel dingen. Tegenwoordig lijkt het aanbod vooral te bestaan uit roze of blauwe kleertjes, met hier en daar een verdwaald ecrukleurig boxpakje. Maar hoe ging dat in vroegere tijden?

Pasgeboren baby’s werden in de middeleeuwen stevig ingebakerd met doeken en zwachtels. Men dacht dat het kindje zo warm en rustig bleef omdat het zich nauwelijks kon bewegen. In de zeventiende eeuw werden ook de hoofdjes vaak strak ingepakt om ervoor te zorgen dat de kinderen vlakke slapen en platte oren kregen. Babyjurken kwamen rond het midden van de achttiende eeuw in gebruik, toen de gewoonte van baby’s in te bakeren begon te verdwijnen. In welgestelde families kwam het model, het materiaal en de decoratieve motieven voor babyjurken overeen met die van de heersende vrouwenmode. Deze doorgaans witte jurken kenmerkten zich door de hoge taille en lange rok, het gebruik van luxe materialen en rijke versieringen van onder andere kant en borduursels. De babyjurk werd als doopjurk maar ook als toonjurk gebruikt, die de baby droeg als er kraamvisite kwam.

Portret van een jonge vrouw met drie kinderen. Rechts staan twee jongens, de vrouw houdt een ingebakerd kind in de rechterarm. Schilder: Wallerant Vaillant (toegeschreven aan), 1650 – 1677. Collectie Rijksmuseum, objectnummer: SK-A-1192.

Tot en met hun zesde levensjaar was het in de zeventiende eeuw gebruikelijk dat jongens een jurk of een rok droegen. Vanaf dan moest het spelen afgelopen zijn en werd het kind als een jong volwassene gezien die serieus moest gaan leren voor zijn toekomst. Dit werd weerspiegeld in de kleding, waarbij de jongen vanaf dat moment ‘de broek aankrijgt’. Hij is nu kind-af en krijgt er bewegingsvrijheid voor terug. Meisjes moesten daar langer op wachten en gingen pas aan het einde van de achttiende eeuw broeken onder hun rokken dragen. Hierdoor konden ze net als jongens gemakkelijker springen, rennen en spelen.

Tekening van Rembrandt van Rijn (1606-1669), Vrouw met huilend kind dat bang is voor een hond, ca. 1635. (detail), Boedapest (H), Szépmüvészeti Museum.

Jonge kinderen, die net konden lopen, droegen in de zeventiende en achttiende eeuw vaak een valhoedje. Deze hoedjes zorgden ervoor dat de peuter bij een val niet gelijk op zijn of haar hoofd terecht kwam. De valhoedjes hadden een binnenwerk van leer en waren soms versterkt met baleinen of hadden een rieten constructie. Ze waren opgevuld met paardenhaar, kapok of watten. De buitenkant was dikwijls voorzien van een mooie stof zoals zijde, afhankelijk van de heersende mode. Begin negentiende eeuw verdween de valhoed bij welgestelde families aangezien kindermeisjes of gouvernantes continue op de kinderen letten. Bij de lagere klasse was er echter minder toezicht, waardoor de valhoed daar langer in gebruik bleef. Daarnaast werd er in de zeventiende eeuw ook gebruik gemaakt van leibanden, waaraan de moeder het kind kon vasthouden. Deze banen werden op de rug bij de schouders aan de kleding vastgemaakt of met banden om het lijfje gesloten. Een ander hulpmiddel kennen wij nog steeds vandaag de dag: het looprekje, waarin het kind leerde lopen zonder te kunnen vallen.

Abraham van Strij (1753-1826), Portret van onbekend kind, 1782, Dordrecht, Huis van Gijn.

In de zeventiende eeuw werden kinderen uit voorname families geregeld afgebeeld in historische kostuums geïnspireerd op de klassieke oudheid. Een mooi voorbeeld hiervan is het jongetje met een vink aan een lint, afgebeeld op het schilderij van Nicolaes Maes. Hij draagt een Romeins fantasiekostuum in roze en rood. Anders dan wij tegenwoordig gewend zijn werden roze en rood gezien als jongenskleuren. Het waren sterke kleuren die geassocieerd werden met mannelijkheid. Blauw werd gezien als een zachte liefelijke en vrouwelijke kleur die beter bij meisjes paste. Pas vanaf 1940 werd het gebruikelijk om jongens in blauw en meisjes in roze te kleden. De redenen waarom dit gebruik dan in zwang komt zijn onduidelijk. De geschiedenis wijst dus uit dat ons contemporaine beeld van babykleding, blauw versus roze, redelijk recent is.

Nicolaes Maes (1634-1693), Jongetje met een vink aan een lint en opspringende spaniël, particuliere collectie Nederland.

Tekst: Judith van Amelsvoort

Literatuur

  • Jack Fila, Jeroen J.H. Dekker en Yolande Wildschut, De kunst van het opvoeden, Zutphen 2013
  • Catalogus bij de tentoonstelling Kinderen van alle tijden, in het Noordbrabants Museum te ‘s- Hertogenbosch van 38 maart t/m 6 juli 1997, Zwolle 1997

 

Bovenste afbeelding: Tekening door Gesina ter Borch, Kinderkamer met drie vrouwen en kinderen, ca. 1660-1661. Collectie Rijksmuseum, objectnummer: BI-1887-1463-21.

Dit artikel is gepubliceerd in het bulletin van de Nederlandse Kostuumvereniging, september 2014.

Publicatiedatum: 13/08/2020