Oneindig Noord-HollandBeleef de geschiedenis van jouw provincie

Zaans groen bestaat niet en andere verhalen over Zaanse monumenten

De Zaanstreek telt bijna 600 monumenten. In een groot aantal wordt gewoond. Vijf jaar geleden betrokken journalist/schrijver Rosa Koelemeijer en haar partner een monumentaal huis in het centrum van Krommenie. Ze wilde weten hoe andere mensen in hun ‘monument’ woonden, want tijdens Open Monumentendagen stellen maar weinig particuliere huiseigenaren hun huis open. Koelemeijer mocht bij twaalf bewoners van monumentale woonhuizen een kijkje nemen, om er achter te komen hoe het is om in een molen, een pakhuis, een kerk of een houten koopmanshuis te wonen. Vervolgens maakte ze er een prachtig vormgegeven boek van.

Één van de aardigste ontdekkingen die ze bij haar tocht langs de monumenten deed was dat Zaans groen, de kleur waarmee Zaanse huizen meestal worden geassocieerd, eigenlijk niet bestaat. Allereerst is er niet één soort Zaans groen, maar zijn er verschillende soorten, maar belangrijker: Zaans groen is er niet altijd geweest. Pas ná de Tweede Wereldoorlog werd het populair. Vóór die tijd werden Zaanse huizen in allerlei kleuren geschilderd, zoals je kunt zien op de schilderijen die de Franse schilder Claude Monet in 1871 in de Zaanstreek maakte. Hij schilderde groene, maar ook gele, blauwe en roze huizen.

Behalve groen wordt er voor Zaanse monumenten allerlei kleuren gebruikt, zoals in dit huis in de J.J. Allenstraat in Westzaan. Foto: Kiki Reiners.

Zaans groen

Koelemeijer sprak voor haar boek met kleurexpert Rob van Maanen, die haar vertelt dat voor de eerste huizen in de Zaanstreek inheems eikenhout werd gebruikt. Die hadden dus geen bescherming nodig. Toen de houtsoort veranderde en de huizen werden geschilderd, kregen ze meer kleur: geel, beige, roodbruin, grijs of blauw.

De huizen die naar de Zaanse Schans werden verplaatst, werden aan de buitenkant groen geschilderd, zodat het beeld ontstond dat àlle Zaanse huizen een groene kleur hadden. Dat is inmiddels al lang niet meer zo. Een nieuwbouwwijkje als Zaanse Oever bij de Zaanse Schans laat nu een bont scala aan kleuren zien.

De Zaanse Schans is vooral bekend om zijn molens, die miljoenen bezoekers per jaar trekken, maar minder bekend is dat er zo’n veertig huizen staan die elders in de Zaanstreek voor nieuwbouw moesten wijken. De meeste toeristen zijn er zich niet van bewust dat er op de Zaanse Schans mensen wonen. De ouders van molenaar Rick Bakker hebben wel eens een groepje Aziatische toeristen gehad die op de tafel in hun tuin een rijsttafel uitstalden.

Arend Jan en Pietsje Bloem wonen in een uit 1749 daterend koopmanshuis op de Zaanse Schans en kijken uit op de molens van de Zaan. ‘Het voelt elke dag als vakantie.’ Bijzonder zijn de door schilder Willem Uppink in 1832 beschilderde behangsels met natuurlandschappen in de voormalige burgemeesterskamer. Het huis maakte ooit deel uit van het oude gemeentehuis van Zaandijk. Foto: Kiki Reiners.

Wereldberoemd bruggetje

Maar uiteraard gaat het boek niet alleen over kleuren. Ruud Keinemans woont naast het waarschijnlijk meest gefotografeerde bruggetje ter wereld. Hij woont namelijk ‘in het mooiste huis aan de Schans’. Keinemans zit graag in de eetkamer aan de voorkant van het huis, met uitzicht op de dijk en de toeristen die langs zijn raam trekken. Of hij het niet erg vindt om in een toeristenattractie te wonen? Nee, want hij houdt wel van een beetje reuring. Daarvoor woonde hij op het Zaaneiland en daar kwam nooit een mens. En als hij op de toeristen is uitgekeken, verkast hij gewoon naar de woonkamer achterin het huis. Daar is het lekker rustig en kijkt hij uit op de schapen. En schapen maken geen selfies.

Het huis waarin hij woont was ooit de helft van een achttiende-eeuwse koopmanswoningen in Koog aan de Zaan, die plaats moest maken voor de aanleg van de Coentunnel. Het was het huis van juffrouw Albestel, die er begin negentiende eeuw in woonde. Albestel was niet Stijntjes èchte naam, het was haar bijnaam. Voortdurend veranderde ze de indeling van het huis en bestelde ze nieuwe spulletjes, vandaar haar bijnaam: Albestel. Dorpsdichter Jan van der Jagt maakte er een spotdicht met 130 coupletten over, die gelukkig niet in het boek zijn afgedrukt, want dat zou ten koste gaan van al die prachtige foto’s.

Kunstenaar Gemma van Gelder woont in een uit 1731 daterend pakhuis, dat ooit door Verkade werd gebruikt. Toen het pakhuis gesloopt dreigde te worden, zorgde Stichting Frans Mars er voor dat het van Zaandam naar Wormerveer werd verplaatst. Haar man, ook kunstenaar, is inmiddels overleden, maar ze peinst er niet over om te verhuizen. ‘We waren vijftig jaar getrouwd en dit is een huis vol mooie herinneringen.’ Foto: Kiki Reiners.

Gemeentehuis Wormer

Suzanne Winder, Marcel ten Brinke en hun twee kinderen wonen ook al op een bijzondere plek, namelijk in het uit 1600 daterende oude gemeentehuis van Wormer. In de keuken hebben ze een tegeltableau laten aanbrengen waarop de beschuittoren van Wormer is afgebeeld. In de zeventiende eeuw kende Wormer, maar ook Jisp, honderden beschuitbakkers die beschuiten voor scheepsbemanningen bakten. De toren, die overigens in 1896 is gesloopt, liet de bakkers weten wanneer ze de ovens uit moesten zetten om te voorkomen dat er ’s nachts brand zou ontstaan in de houten huisjes van het dorp.

Zo moet de beschuittoren van Wormer, die in 1896 is gesloopt, er uit hebben gezien. De toren waarschuwde de beschuitbakkers wanneer ze de ovens uit moesten zetten om brand in de houten huisjes van het dorp te voorkomen. Foto: Kiki Reiners.

Ten Brinke is zich er zeer van bewust dat hij en zijn gezin maar te gast zijn in dit huis dat al verschillende eeuwen heeft getrotseerd. ‘Wij zijn slechts passanten.’ (…)  ‘Soms voelt het wel decadent om in zo’n groot huis te wonen.’(…) We geven onze dochters ook mee dat het heel bijzonder is dat we hier mogen wonen en dat het niet zo is dat iedereen zo woont.’ Pastoor Johannes van Riessen die in een voormalige schuilkerk in Krommenie woont, denkt er net zo over. ‘Het huis is zoveel ouder dan ik ben. Het maakt je ervan bewust dat je in dit leven maar een passant bent.’

Het voormalige raadhuis van Wormer heeft nog steeds een voorbeeldfunctie. Als bewoner Marcel op Koninginnedag de vlag uithangt, volgt de buurt meestal vanzelf. Maar bij een honderdjarigen in het dorp op bezoek gaan zal hij wel niet, al lijkt hij er aardig genoeg voor.

Veel opgeknapte monumentale woonhuizen hebben een zee aan ruimte. In dit huis van Anita Star en Joris Laarman op het Hembrugterrein kunnen hun kinderen aan de ringen slingeren. Foto: Kiki Reiners.

De Bleeke Dood

Dat Rick Bakker in een molen woont, is niet zo gek, want hij is zelf molenaar, ook al heeft hij een studie informatiekunde gedaan. Op de middelbare school liep hij al stage op molen ‘Het Prinsenhof’. En dat vond hij zo leuk dat hij nu bij Vereniging De Zaansche Molen werkt. Hij woont in voormalige meelmolen ‘De Bleeke Dood’, vlakbij de Julianabrug. Het is de eerste molen die je tegenkomt als je vanaf station Zaandijk naar de Zaanse Schans wandelt.

Hoe de molen aan zijn wonderlijke naam is gekomen, is niet écht duidelijk, maar vermoedelijk was het een tegenhanger van voormalige watermolen ‘Het Leven’, die ooit aan de andere kant van het dorp stond. En ‘bleek’ sloeg dan op het meel, dat hier ooit werd gemalen.

De molen maakt al een tijdje geen meel meer, want dat is niet meer rendabel, maar als Bakker ’s avonds thuis komt, en de wind is krachtig genoeg, dan is hij niet te beroerd om de molenwieken te laten draaien. Zo blijft de molen tenminste in conditie. In de zomer laat hij twee keer in de week de wieken van molen ‘De Zoeker’ op de Zaanse Schans rondgaan, dus dat is hem wel toevertrouwd. Bakker houdt van het spel met de wind. ‘Het zijn prachtige oude machines, die al honderden jaren functioneren. Het is schitterend om dat in stand te kunnen houden.’ Maar als het stormt blijft hij liever thuis, want dan moet hij de windborden in de wieken verwijderen. Even drie maanden naar India is er dus niet bij.

Deze ‘smuiger’ is typerend voor oude Zaanse huizen. Deze stookplaats staat in het vroeg 18e eeuws koopmanshuis van Ruud en Heleen Keinemans, dat nu op de Zaanse Schans staat. Foto: Kiki Reiners.

Stolpboerderij

Als je de foto’s van het interieur van Zaanse monumentale woonhuizen bekijkt, heb je al snel de neiging om jaloers te worden, maar voordat je in zo’n monumentaal woonhuis kunt trekken, moet er vaak een hoop worden opgeknapt. En dan helpt het als je een beetje handig bent. Rik en Olga de Leeuw, die een stolpboerderij in Assendelft bewonen, zijn daar een goed voorbeeld van. De boerderij, die al generaties eigendom is van Riks familie, was veertig cm gezakt toen Rik die in 1998 van zijn moeder overnam.

De boerderij moest van grond af aan opnieuw worden opgebouwd. Er kwam een nieuwe fundering, er kwamen nieuwe gevels en het dak is er helemaal af geweest, waarna alle oude balken werden genummerd en teruggeplaatst. Maar dat niet alleen: de oude stenen van de gevels en de schoorsteen, 23.000 in totaal, hebben ze stuk voor stuk afgebikt en opnieuw gebruikt. Tien jaar woonden ze in een keet op het terrein, maar inmiddels wonen ze er ‘fantastisch’, al gaan ze nooit langer dan een week op vakantie, ‘dan willen we weer naar huis.’

Over het boek

‘Zaanse Trots, binnenkijken bij monumentale woonhuizen in de Zaanstreek’ is gemaakt door Rosa Koelemeijer (tekst), Kiki Reijners (fotografie) en Alexandra de Vries (vormgeving). Het boek bevat twaalf interviews met bewoners van monumentale Zaanse huizen, hoofdstukken over Zaanse kleuren, Zaanse tegels, Zaans houtsnijwerk en de Zaanse Schans, plus afbeeldingen van schilderijen die de Franse schilder Claude Monet in de Zaanstreek maakte.

Kijk voor meer informatie op de website van Uitgeverij Noord-Holland.

Auteur: Arnoud van Soest

Publicatiedatum: 18/05/2026

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.