Oostermeer: juweel aan de Amstel

Een juweeltje om te zien is de buitenplaats Oostermeer. Het statige gebouw is nu bijna 300 jaar oud. De tuin is begin 1900 gereconstrueerd door tuinarchitect Leonard Springer. Hij combineerde daarbij symmetrische Franse elementen met landschappelijke Engelse stijlkenmerken.

Oostermeer ontleent zijn naam aan de ligging ten oosten van het Pancrasmeer, dat in de Middelpolder lag. Vroeger heeft op de plek van de buitenplaats een boerderij gestaan. Die maakte begin achttiende eeuw plaats voor het imposante gebouw, dat vermoedelijk is ontworpen door Adriaan Dorsman. Dorsman was onder meer ook architect van de Ronde Lutherse kerk aan het Singel in Amsterdam.

De theekoepel aan het zuidelijkste puntje van de parkaanleg dateert uit de tweede helft van de achttiende eeuw. Vanuit de theekoepel had de latere eigenaar Nicolaas Freher uitzicht over de Amstel en de weilanden. Hij bezat de buitenplaats tussen 1758 en 1782 en heeft, naast de koepel, ook nog een schuitenhuis gebouwd. De tuin wordt steeds aangepast aan de heersende smaak. Zo werkte Leonard Anthony Springer in 1902 aan de tuin en werden de laatste wijzigingen aangebracht door D.F. Tersteeg rond 1920.

Van iets oudere datum is het opvallende smeedijzeren toegangshek. Helaas blijft dat hek gesloten, want Oostermeer is niet openbaar toegankelijk. Wie echter de toegangsdeur, gevat in een rijk gesneden hardstenen omlijsting in de stijl van Lodewijk XIV, passeert, betreedt een vestibule met stucmedaillons die de vier jaargetijden verbeelden. In de koepelvormige grote zaal zijn Venetiaanse spiegels te bewonderen.

Buitenplaats Oostermeer aan de Amstel, ca. 1900-1905. Collectie Provinciale Atlas Noord-Holland, Noord-Hollands Archief.

Een artistieke eigenaar

In 1930 kocht Jacques Goudstikker de buitenplaats. Een week later verwierf hij ook kasteel Nijenrode (Breukelen). Goudstikker organiseerde er regelmatig tentoonstellingen over bijvoorbeeld Hollandse winterlandschappen en Salomon van Ruysdael. Hij woonde er tot aan zijn vlucht naar het buitenland in 1940. Jacques overleed tijdens de overtocht naar Engeland aan de gevolgen van een val in het vrachtruim van de SS Bodegraven.

Als joods bezit werd Oostermeer geconfisqueerd door de Duitse bezetter en als hoofdkwartier voor generaals van de Luftwaffe ingericht. De uitgebreide inventaris van de kunstcollectie van de familie Goudstikker verdween naar Berlijn. Na de oorlog keerde een deel van de werken terug naar Nederland, waar ze door de overheid als vijandelijk vermogen in beslag werden genomen. De erven Goudstikker hebben tien jaar lang geprocedeerd om de kunstwerken weer in bezit te krijgen. Op 6 februari 2006 verklaarde de overheid zich bereid 202 werken terug te geven.

De tuin van landhuis Oostermeer te Amstelveen. Collectie Provinciale Atlas Noord-Holland, Noord-Hollands Archief.

Na de oorlog

De buitenplaats heeft na de Tweede Wereldoorlog ruim tien jaar leeg gestaan, tot de weduwe Goudstikker-Halban Oostermeer verkocht aan een pensioenfonds. Aan de overzijde van de Amstel, op begraafplaats Karssenhof, ligt de eerste echtgenote van Goudstikker begraven. Zij is in 1937 overleden.

In 1951 wordt Oostermeer gekocht door het pensioenfonds van de Nationale Handelsbank. Het fonds geeft opdracht tot restauratie en uitbreiding van de tuin. Er komt een parkbos met tennisbanen en een speelweide, met een aparte toegang aan de noordzijde. In 1962 komt Oostermeer uiteindelijk in handen van de huidige eigenaar, de familie Oberman.

Literatuur:

  • Bertram, Christian, Noordholland Arcadia, 2005
  • Loos, J.C. van der. De buitenplaats¬† Oostermeer onder Nieuwer-Amstel nabij Oudekerk, 1910
  • Groesbeek, J.W. Amstelveen, acht eeuwen geschiedenis, 1966

Publicatiedatum: 02/04/2012

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.