De geur van Noord-Holland

In de Oudheid benoemden geschiedschrijvers plaatsen al om hun signature scent. En zo is ook de regio Noord-Holland voor de neus onmiskenbaar en uniek. Door tradities, fabrieken, geografische ligging en landschappelijke kenmerken, geurt deze provincie bijvoorbeeld weer anders dan Groningen.

In de Oudheid benoemden geschiedschrijvers plaatsen al om hun signature scent. Zo rook het land van Arabia volgens Herodotes even zoet als heilig, en geurde ditzelfde gebied volgens Plinius rond het middaguur naar een onbeschrijflijke maar harmonieuze combinatie van talloze uitwasemingen. Ieder mens, ieder huis, iedere stad, iedere regio, ieder land en zelfs ieder werelddeel wordt gekenmerkt door een uniek geurprofiel.

En zo is ook de regio Noord-Holland voor de neus onmiskenbaar en uniek. Door tradities, fabrieken, geografische ligging en landschappelijke kenmerken, geurt deze provincie bijvoorbeeld weer anders dan Groningen. En omdat geuren vluchtig zijn, veranderen deze geuren niet alleen, soms verdwijnen ze ook voorgoed.

De Reuk, De vijf zintuigen (serietitel), Jan Saenredam, naar Hendrick Goltzius, 1575 – 1657 . Collectie Rijksmuseum, objectnummer: RP-P-1884-A-7719

Sommige mensen kunnen alleen nog via hun geheugen toegang krijgen tot de lucht van draadjesvlees op een petroleumstel. Ook de geur van brandende turf, die in de negentiende eeuw nog zo kenmerkend was, is nu bijna nergens meer te ruiken. En je wist dat het maandag was door de geur van gewassen textiel dat te drogen hing in de straten. Oma’s zware cederhouten meubelen en opa’s sigaren zijn ook al vervlogen.

Geuren zijn niet alleen maar heel kenmerkend voor plekken, ze zijn ook bepalend voor hoe we ons voelen over bepaalde plaatsen en momenten. Doordat geuren letterlijk onze neuzen binnendringen, en heel directe herinneringen en emoties oproepen, brengen ze ons op een intieme manier in contact met onze omgeving. Niet voor niets vertellen anosmische (geurblinde) mensen vaak dat ze zich afgesneden voelen van de realiteit. Zelfs jaren later, kan een vleugje geur ons plotseling ergens anders doen wanen, zoals Helen Keller zo mooi verwoordde:

“Smell is a potent wizard that transports you across thousands of miles and all the years you have lived.”, Helen Keller, 1900.

In deze tijd van toenemende digitalisering zijn plekken voornamelijk visueel toegankelijk. We kunnen online een museumbezoek brengen en foto’s bekijken van een verlaten binnenstad. Maar we zijn afgesneden van de reuk. Geen wonder dat er nu zoveel aandacht is voor geur als erfgoed, zoals het populaire pan-Europese project ‘Odeuropa’ bewijst (en waar de auteur onderdeel van is).

Het zintuig Reuk uitgebeeld met moeder die de luier van haar kind verschoont terwijl een man en vrouw hun neus ophalen en een kind op een pot zit welke ook wordt gebruikt om te koken. De tekst van vier regels onder de afbeelding drijft de spot met het zintuig. Reuk, Vijf Zintuigen (serietitel), Andries Both, 1620 – 1638. Collectie Rijksmuseum, objectnummer: RP-P-BI-4216.

Gore schoorstenen

Hoewel veel geuren een beroep doen op onze persoonlijke herinneringen, zijn er ook die als het ware ‘collectieve’ sentimenten oproepen. Lokale fabrieken – voorheen natuurlijk molens – wasemen via torenhoge schoorstenen onvoorstelbaar grote hoeveelheden geurstoffen uit, die hele streken kenmerken. Denk aan de Forbo-fabriek in de Zaanstreek. De verantwoordelijke stof voor deze lucht is lijnolie, maar dan wel bewerkt. ‘Zeuren’ mensen erover dan zijn het volgens de originele bewoners rondom Krommenie ‘nieuwelingen’. Want voor hen ruikt het gewoon naar thuis. Voor de parfumeur Frank Bloem ruikt het vooral nostalgisch. Hij ruikt de geur wanneer hij er met de auto langskomt wanneer hij vanuit Haarlem naar zijn geurlab in Amsterdam reist. De Verkade-fabriek laat zich ook geregeld ruiken. Komt de wind uit het westen, dan is het tot in Amsterdam te ruiken. En op de een of andere manier is het niet chocola en vanille, maar het proces dat onze neus beroert. Geuren trekken zich soms weinig aan van grenzen.

De linoleumfabriek aan de Vaartdijk, Krommenie. Beeld: Gemeentearchief Zaanstad, Fotonummer 21.13966.

Een fabrieksgeur die in het verleden tot minder enthousiasme leidde was die van Haarlemmerolie. De fabriek die het verspreidde stond midden in de stad waar het naar vernoemd is. Dit wondermiddel waarvan flesjes tot in Afrika gevonden zijn, heeft een zeer doordringende en zwavelige geur. Het werd in 1696 uitgevonden door Claes Tilly. Tot niet heel lang geleden werd het geproduceerd in de Anthoniestraat. Omwonenden kunnen nog steeds getuigen van hoe ‘verrijkend’ en vooral ‘verreikend’ de geur van de beroemde olie was voor het geurstraatbeeld. Het wordt overigens nog steeds verkocht, bijvoorbeeld bij de oude Haarlemmer drogisterij HJ van der Pigge.

Pand van de voormalige Haarlemmer-olie fabriek van Claes de Koning-Tilly aan de Antoniestraat 13-15, H.M. Heyboer, 1977], Noord-Hollands Archief / Beeldcollectie van de gemeente Haarlem, Inventarisnummer: NL-HlmNHA_14262

De herinneringen aan de plek waar ik opgroeide zijn weer van een andere aromatische aard. In de provincie Groningen, waar ik tot mijn tiende woonde, rook ik de uitwasemingen van een kartonfabriek en ook het soms riekende Damsterdiep. Later in Zuid-Scharwoude waren het de Kermis (lees biertent) en de kolencampagne die mijn neusgaten ongevraagd binnendrongen. Als ‘import’ heb ik er nooit aan kunnen wennen. Die zwavelige kolengeur wordt vooral veroorzaakt door exemplaren die van de oplegger vallen en vervolgens door auto’s worden platgereden.

Caro Verbeek. Foto: Suzanne van Leeuwen.

Landschappen inhaleren

Noord-Holland heeft ook een aantal landschappelijke en agrarische kenmerken. De bollenvelden zijn een lust voor het oog, maar strelen ook de neusgaten. De geestgronden geven een droge kalkachtige lucht af, vermengd met de ozonachtige ziltige geur van de zee die met de westenwind diep het binnenland intrekt.

Bloemenvelden in Vogelenzang, beeld door Patrick Rasenberg gelicenseerd onder CC BY-NC 2.0

Kunstenaar Pavel van Houten die met Frank Bloem en ondergetekende onderdeel is van het ‘Flaireur-team’ (flair betekent letterlijk geur) heeft goede herinneringen aan de geur van de koeien die zijn broer houdt. De lichte ammoniaklucht is zelfs bij thuiskomst nog te ruiken. Heel andere aroma’s verspreiden natuurlijk de mega-stallen waar omwonenden over klagen. Wat de duizenden varkens met hun gevoelige neuzen ervan vinden, laten we voor het gemak maar buiten beschouwing…

Nog tot in 1950 moesten vele Amsterdammers het zonder toilet doen. Hun ‘productie’ werd opgehaald door de ‘Boldootkar’: een naam die gekscherend naar het welriekende toiletwater verwees. Foto: Het ophalen van faecaliën met de beerwagen of Boldootkar bij de Tweede Looiersdwarsstraat 18-16, 1928. Stadsarchief Amsterdam / Collectie: Archief van de Dienst der Stadsreiniging en rechtsopvolger : foto’s en dia’s. Vervaardiger: stadsreiniging. Afbeeldingsbestand

Aromatische rampen

De geuren die de meeste indruk maken, zijn de luchten die gepaard gaan met rampen, zoals explosies en branden. Vaak dringt de geur zich nog eerder op dan dat het persbericht ons onder ogen komt. Van oudsher gebeurde dit met enige regelmaat. Volgens Jan Wagenaar (1707 – 1773) waren er in de zeventiende eeuw maar liefst vijf ‘Kruithuizen’ gesprongen aan de Overtoom. Dergelijke fabrieken werden verordonneerd om ‘hunne kruidmakery te verplaatsen naar den Midden Polder’, waar ze minder gevaarlijk werden geacht. Tot midden negentiende eeuw stond de suikerfabriek van J.H. Rupe & Zn aan de Keizersgracht in Amsterdam. Maar al vóór de vernietiging waren er veel klachten over de stank: ‘Gedurende dag en nacht, werk- en rustdagen werden de omgelegen grachten en straten, tot op beduidenden afstand, vervuld met eenen bedwelmenden steenkolendamp, en drong het zwarte stof de woningen binnen. […] Een gedurig herhaald gegons, gedreun en gebrom beangstigde de buren.’

, 1792, Noord-Hollands Archief / Collectie van prenten en tekeningen van de Provinciale Atlas Noord-Holland, Inventarisnummer NL-HlmNHA_359_0302

Geuren behoren misschien wel tot ons meest fragiele erfgoed. Ze vormen een snelweg naar ons geheugen en naar de geschiedenis. Als geurhistoricus verzamel ik graag ‘neusgetuigenissen’ en ik nodig lezers uit Noord-Holland van harte uit die van hen kenbaar te maken, inclusief de herinneringen die met deze geuren gepaard gaan. De flaireurs zetten deze graag in om een interactieve geurkaart mee te vullen die uiteindelijk gebruikt gaat worden voor het Amsterdam Museum.

Auteur: Caro Verbeek, caro@caroverbeek.nl

C.V.

Publicatiedatum: 01/12/2020

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.