Verkadefabriek

Beschikbare ruimte, transportmogelijkheden over water en nabijheid van grondstoffen waren de drie belangrijkste factoren voor de ontwikkeling vanaf eind 16e eeuw van de Zaanstreek, als één van de oudste ‘industriegebieden’ van Europa, gebaseerd op windmolens.

In 1596 verscheen de eerste zaagmolen, in 1601 de eerste oliemolen, en in 1607 de eerste hennepklopper. Op het hoogtepunt van de molenindustrie omstreeks 1725 waren er circa 600 windmolens in bedrijf. Voor dergelijke bedrijvigheid was in het nabij gelegen Amsterdam geen ruimte. Bovendien was er de korte verbinding via de Zaan en het IJ naar de (koloniale) grondstoffen die op de Amsterdamse stapelmarkt werden aangeboden. Tegelijkertijd leverde het agrarische achterland de benodigde ‘boter, kaas en eieren’, als pijler voor de latere voeding- en genotmiddelenindustrie.

Zaanse industrie

Het belang van de Zaan als aan- en afvoerweg van grondstoffen en goederen nam sterk toe door de aanleg van het Noordzeekanaal, voltooid in 1876. Daarmee bestond nu niet alleen een korte verbinding met Amsterdam, maar ook met de Noordzee via de sluizen van IJmuiden. Vanaf die tijd begint een hernieuwde opmars voor de Zaanse industrie, nu met behulp van fabrieken, met stoom en elektriciteit als aandrijfkracht.

Eén van de bekendste werd Verkade. Op 2 mei 1886 opende notariszoon Ericus Gerhardus Verkade (1835-1907) de Stoom-Brood- en Beschuitfabriek ‘De Ruyter’. Tot zijn vijftien personeelsleden sprak hij: “Het ligt in mijn bedoeling (…) aan het publiek werkelijk deugdzaam en voedzaam brood te verschaffen. Er wordt van U verlangd, dat gij door oplettendheid bij den arbeid zult medewerken om dit doel te verwezenlijken en te bevorderen, want alleen langs dien weg kan hier voor mij en voor U brood worden verkregen”.

In de bakkerij was een stoommachine geplaatst met een centraal drijfwerk om de verschillende machines te laten draaien. In de loop der jaren breidde het palet aan Verkade-producten zich aanzienlijk uit: beschuit, toast, kaaszoutjes, knäckebröd, ontbijtkoek, biskwie, wafels, chocolade en zelfs waxinelichtjes werden in vele varianten geproduceerd.

Reclame en kwaliteit

Verkade werd een internationaal bekend merk, begeleid door effectieve reclame: “vertrouwde smikkel in een nieuwe wikkel”. Decennia lang spaarde men in Nederland de Verkadeplaatjes voor de albums over natuur, landschap en cultuur. De bekende veldbioloog Jac. P. Thijsse (1865-1945) evenals de schilder Jan Voerman jr. (1890-1976), een kleinzoon van Ericus Verkade, vulden een belangrijk deel van deze schitterende plaatjesalbums. Tussen 1903 en 1940 werden ongeveer twee miljoen exemplaren verkocht.

Aandacht voor kwaliteit stond in het snel groeiende concern centraal, of het nu ging om de producten, het personeelsbeleid of de fabrieken en productiemiddelen. Dankzij dat kwaliteitsbeginsel kunnen we vandaag de dag nog genieten van een complex schitterende fabrieksgebouwen aan de Westzijde 103 en 168-188, inmiddels Rijksmonumenten, daterend uit verschillende perioden.

Verkadecomplex, watertoren 1904.

Verkadecomplex, watertoren 1904.

Verkade aan de Westzijde

Het oudste gedeelte van het Verkadecomplex in Zaandam dateert uit 1886 (neorenaissance brood- en beschuitfabriek), uitgebreid met een bakkerij (1903, architecten Herman Gerard Jansen [1859-1934] en Lucas Molenaar), fabrieksgebouw met watertoren (1904, eveneens architecten Jansen en Molenaar), beide gebouwen geïnspireerd op het werk van de invloedrijke bouwmeester Hendrik Petrus Berlage (1856-1934). Berlage ontwierp volgens de beginselen van het rationalisme, waarbij de plattegrond direct werd afgeleid uit de beoogde functies in het gebouw. De gevels dienden relatief vlak en zakelijk te blijven, waarbij de belangrijkste gedeelten met natuursteen werden geaccentueerd.

De koekfabriek (1931) en de modern zakelijke chocoladefabriek (1936, architecten Adolph Eibink [1893-1975] en Jan A. Snellebrand [1891-1963]) en diverse verdere uitbreidingen tussen 1936 en 1968 harmoniëren uitstekend met de oudere fabrieksgebouwen.

Verkade werd groter en groter, maar de ruimte langs de Zaan was niet onbeperkt beschikbaar. Daarom verrees aan de overkant van de straat (Westzijde 103) in 1920 een afzonderlijke beschuitfabriek die al in 1928 werd vervangen door de behouden gebleven ‘Nieuwe Beschuitfabriek’, ontworpen door Piet Molenaar, in een tamelijk strakke architectuur met referenties aan de Amsterdamse School.

Verkadecomplex, Westzijde.

Verkadecomplex, Westzijde.

Nieuwe bestemmingen

Onder de naam Zaanse Chocoladefabriek heeft het Verkadecomplex aan de Zaan vanaf 2006 – na vertrek van Verkade – een aantal nieuwe bestemmingen gekregen, waarbij door Carree Architecten zorgvuldig is omgegaan met de historische kwaliteiten. Daardoor ontstond een bijzonder fraaie context voor winkels, ateliers, kantoren, horeca, bedrijfsruimten, sportvoorzieningen en appartementen.
De Zaanse Chocoladefabriek is als Routepunt aangesloten bij het erfgoednetwerk van de HollandRoute in de Metropoolregio Amsterdam. Een bezoek meer dan waard.
Dankzij herbestemming van de voormalige Verkadefabrieken aan de Westzijde en de realisatie van het Verkadepaviljoen bij het Zaans Museum op de Zaanse Schans (Schansend 7, Zaandam), gaat zowel het onroerend als het roerend erfgoed van Verkade een behouden toekomst tegemoet.

Bronnen

Canon van de Zaanstreek, De geschiedenis van de Zaanstreek in 27 verhalen, Alkmaar 2009
Marga Coesèl, Natuurlijk Verkade, het verhaal van de albums, Wansveld/Zaandam 1999
J. van der Laan, C. van Sijl en L. de Smet, Industrielandschap De Zaan, PIE Rapportenreeks, deel 22, Zeist 1995
Jaap Schipper en Maura Huig, Van wind naar stoom, Een eeuw industriecultuur in de Zaanstreek, Zaandam 2008
Klaas Woudt en Willem Nieuwenhuys, Honderd jaar Verkade 1886-1986, Wormer 1986
Zaanse Schans en de Zaanstreek, Capitool Reisgidsen, Edam 2009

Publicatiedatum: 21/12/2010