Müllerorgel: Duits orgelspel in Haarlemse St. Bavokerk

Iedere grote stad heeft ze of wil ze hebben: een uitzonderlijk gebouw, een beroemde kunstcollectie, een uniek standbeeld of een wereldberoemde geleerde. Een Olympisch kampioen(e) mag natuurlijk ook. Als we de objecten van Haarlemse stedentrots de revue laten passeren, valt op dat ze vaak scheppingen van migranten blijken te zijn. Denkt u maar aan de wereldberoemde portretschilderijen van de Vlaamse vluchteling Frans Hals en aan de Vleeshal, een creatie van de Vlaamse stadsarchitect Lieven de Key. In de Grote of St. Bavokerk bevindt zich nog zo'n wereldberoemde schepping van een migrant. Tussen 1735 en 1738 bouwde de Duitser Christian Müller daar het nieuwe grote orgel. Müller bouwde meer belangrijke orgels, maar het was het Haarlemse dat hem onsterfelijke roem bracht.

Grote of Sint-Bavokerk: Müllerorgel.

“Gezigt op het groote orgel te Haarlem. 1837”. Kopergravure van D.Veelwaard, naar H. van Zutphen, 1837. h.28, br.23 cm. NB. 2 ex. Ook met Frans, Engels en Duits onderschrift: “Vue du grand orgue à Harlem”. Beeld: Noord-Hollands Archief, Daniël Veelwaard (1766-1851).

Grote of Sint-Bavokerk: Müllerorgel.Grote of Sint-Bavokerk: Müllerorgel.

Duitse orgelbespelers en -bouwers

In de loop van de zeventiende eeuw verwierven orgels in de grote gereformeerde kerken een vaste plaats. Het diende vooral als begeleidingsinstrument voor de gemeentezang. Bij de binnenkomst en bij het vertrek van de gemeenteleden werd het ook als muziekinstrument bespeeld. In veel grote steden, waaronder Haarlem, was het orgel in de belangrijkste kerk het eigendom van de stad. In de achttiende eeuw lieten die steden hun orgels ook als concertinstrument bespelen, buiten de kerkdiensten om.

Na 1720 kwamen er steeds meer Duitse beroepsorganisten in Nederland werken. Sommigen van hen, bijvoorbeeld Gerhard Fredrik Witvogel, organist van de Nieuwe Lutherse Kerk in Amsterdam en Wilhelm Lustig, organist van de Martinikerk te Groningen, bleken buitengewoon invloedrijk. Zij en andere Duitse organisten in Nederland stonden in een Duitse traditie van orgelspel. De Nederlandse orgels waren echter te beperkt in klanksoort om die muziek ten gehore te brengen. Door het aandringen van deze organisten kwamen vervolgens belangrijke Duitse orgelbouwers naar Nederland om nieuwe instrumenten te bouwen waarop de destijds moderne Duitse orgelmuziek wel tot zijn recht kwam. Één van hen was Christian Müller.

Christian Müller

Christian Müller is omstreeks 1690 geboren in het dorp Sankt Andreasberg in het Duitse Harzgebergte. Het is niet bekend welke Duitse meester hem tot orgelbouwer opleidde. Omstreeks 1715 meldde Müller zich in Nederland en werd knecht bij het Amsterdamse bedrijf van Cornelis Hoornbeeck. Spoedig daarna vestigde hij zijn eigen orgelmakerij in de hoofdstad. Zijn reputatie als een van de belangrijkste orgelbouwers van zijn tijd verwierf Müller door de bouw van het nieuwe orgel van de Grote of Jacobijnenkerk te Leeuwarden midden jaren 1720. Tijdens de werkzaamheden daar heeft Müller hoogstwaarschijnlijk kennisgemaakt met de organist Henricus Radeker. Radeker trad op 1 oktober 1734 in dienst als organist van de Grote of St. Bavokerk in Haarlem.

Het Müllerorgel.

Het Müllerorgel.Het Müllerorgel.

Het nieuwe Haarlemse orgel

Mede onder invloed van Radeker besloot de Haarlemse vroedschap op 14 maart 1735 tot de bouw van een nieuw orgel in de Grote Kerk. Voor Radeker was het ongetwijfeld belangrijk dat een nieuw orgel meer muzikale mogelijkheden zou bieden. Voor het stadsbestuur heeft stedentrots ook een grote rol gespeeld. Veel andere Hollandse steden bezaten namelijk al een nieuw groot orgel en Haarlem kon niet achterblijven.

Bij de keuze voor Christian Müller als bouwer van het nieuwe instrument heeft de stem van Radeker allicht zwaar gewogen. Voor het bouwen van dit grote orgel vestigde Müller zich met zijn gezin tijdelijk in Haarlem. Als medewerkers bracht hij enkele andere Duitsers mee, onder hen de meesterknecht Johann Heinrich Bätz die later in Utrecht een belangrijke orgelmakerij vestigde.

Händel en Mozart

Het Haarlemse Müllerorgel werd na zijn voltooiing als snel wijd en zijd beroemd. Velen kwamen naar Haarlem om het te horen of het te bespelen. In 1740 en 1750 werd het Müllerorgel bijvoorbeeld door niemand minder dan Georg Friedrich Händel bespeeld en in 1766 door de toen tienjarige Wolfgang Amadeus Mozart. Aan diens orgelbespeling in Haarlem herinnert een plaquette die in de Grote Kerk is aangebracht.Dit item maakt onderdeel uit van de route ‘Migranten in Haarlem en Kennemerland’

Geluidsfragment

De klank van het Müllerorgel: een fragment uit Fantasie f moll, KV 608 van Wolfgang Amadeus Mozart in een uitvoering van Jos van der Kooy, voorkomend op zijn CD ‘Brilliant Organ Works’.

Bronnen

Klaas Bolt, De historie en samenstelling van het Haarlemse Müller-orgel (Amsterdam 1985).

Cornelis Hartmann, Die Orgel von St. Bavo: Mozarts Reise nach Haarlem (Herlohn 1947).

J. Jongepier, Hans van Nieuwkoop en W. Poot, Orgels in Noord-Holland: historie, bouw en gebruik van de Noordhollandse kerkorgels (Schoorl 1996).

Johannes van Nieuwkoop, Haarlemse orgelkunst van 1400 tot heden. Orgels, organisten en orgelgebruik in de Grote of St.-Bavokerk te Haarlem (Utrecht 1988).

Alle literatuur ter inzage in de bibliotheek van het Noord-Hollands Archief.

Op de website van de Haarlemse stadsorganist Jos van der Kooy vindt u nog meer bijzonderheden over het Müllerorgel: http://www.josvanderkooy.com

Publicatiedatum: 11/12/2010