Sint Bavokerk: borstbeeld van de koning-koopman

De stad Haarlem was koning Willem I bijzonder dankbaar voor zijn inzet voor de tentoonstelling van Nationale Nijverheid in 1825. Een tentoonstelling die belangrijk was voor de ontwikkeling van de Nederlandse industrie. Een marmeren portret van de koning maakte deel uit van de tentoonstelling en werd later geplaatst in een van de kapellen van de Sint Bavokerk.

Meer koopman dan koning

Anders dan de meeste koningen uit zijn tijd, ontwikkelde Willem I zich niet tot de traditionele krijgsman-koning, maar tot de koopman-koning van de toekomst. Zijn plaats was achter een schrijftafel en niet op een steigerend ros, al dan niet op een slagveld.

De koning was een harde werker, die het liefst van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat stukken las. Hij had een formidabel geheugen, een brede ontwikkeling, een aanzienlijke parate kennis en een goede economische en financiële basis. Hij kon rekenen als de beste. Willem I ontpopte zich al gauw tot ‘de strenge directeur van de BV Nederland’.

Borstbeeld van Koning Willem I in de Sint Bavokerk te Haarlem. Beeld: Noord-Hollands Archief.

Konings wil is wet

Dankzij de Grondwet van 1814 kreeg de koning een dominante positie. Daardoor was het mogelijk om richting te geven aan het beleid en een persoonlijke stempel te drukken op de regeringsperiode tot 1840. Meer dan eens wordt het autoritaire karakter van koning Willem I genoemd. De koning vond het niet nodig om openheid van zaken te geven over zijn beleid.

Hij was van mening dat hij maar op beperkte terreinen verantwoording hoefde af te leggen. Voordat hij koning werd, was Willem Frederik regelmatig in Engeland. Hij was onder de indruk van hoe de industriële revolutie zich daar ontwikkelde. Eenmaal in Nederland had hij het beeld van de modernisering van de Engelse economie voor ogen en wilde dit ook in Nederland bewerkstelligen. Dit is hem voor een belangrijk deel gelukt, hoewel Nederland wat betreft industrialisering tot diep in de 19e eeuw achterliep bij de ons omringende landen.

Succesvolle industriepolitiek

Koning Willem I heeft vooral de reputatie van koning-koopman. Hij dankt deze naam aan zijn bemoeienissen als staatshoofd met de nijverheid en de handel in zijn koninkrijk. Koning Willem I nam zijn leiderschap serieus. Talloze archiefstukken van allerlei ministeries gingen door zijn handen. Hij las ze en maakte in de marge aantekeningen die varieerden van spelling- en rekenfouten tot uitgebreide commentaren van tientallen regels lang.

Onderdeel van de industriepolitiek van de koning was de bevordering van nijverheidstentoonstellingen. Willem I was als beschermheer betrokken bij de verschillende tentoonstellingen die onder zijn bewind verspreid over het hele land werden georganiseerd. Hoogstpersoonlijk opende hij de Tweede Nijverheidstentoonstelling die in 1825 in Haarlem plaatsvond.

Volksfeest in Haarlem ter gelegenheid van de Tweede Nijverheidstentoonstelling in 1825. Beeld: Noord-Hollands Archief

Buste van de koning

Deze Tweede Nijverheidstentoonstelling is van groot belang geweest voor het land in het algemeen en voor Haarlem als organiserende stad in het bijzonder. Op de tentoonstelling was veel aandacht en waardering voor een buste met de beeltenis van koning Willem I.

Van oorsprong was dit een wit marmeren borstbeeld, vervaardigd door de Amsterdamse beeldhouwer C. Sigault. Het beeld werd niet verkocht, want blijkbaar had niemand daar geld voor over. Ook de koning zelf niet – die op de tentoonstelling toch het niet geringe bedrag van 40.000 gulden uitgaf aan diverse aankopen.

Vereeuwigd in…gips

Na afloop van de tentoonstelling schonk Sigault het beeld aan het gemeentebestuur van Haarlem. Het gemeentebestuur leek een plaats in de Grote of Sint Bavokerk aan de Grote Markt wel geschikt. In het noordertransept van de Bavo, in de oostmuur, werd een nis gemaakt waarin het borstbeeld kwam te staan. Op kosten van de beeldhouwer Sigault werd ook een zwart gepolijste gedenksteen bij de nis geplaatst.

Op het moment dat het beeld in de nis geplaatst zou worden bleek het echter verdwenen te zijn! Het is nooit meer gevonden. Vandaar dat we het tot de dag van vandaag moeten doen met een gipsen afgietsel van het oorspronkelijke marmeren beeld. De uitstraling is er echter niet minder om.

Interieur van de Sint Bavokerk.Interieur van de Sint Bavokerk. Beeld: Noord-Hollands Arcief.

Koninklijk bezoek aan de Sint Bavokerk

Gelukkig voor Haarlem heeft de diefstal van het beeld geen kwaad bloed gezet bij het Koninklijk Huis. Regelmatig bezochten leden van het huis de stad. Zo onthulde koningin Beatrix in 2008 nog een glas-in-loodraam van de Haarlemse kunstenaar Michel van Overbeeke in de Sint Bavo. Dit kunstwerk is een mooie aanvulling op het interieur van het belangrijkste monument van Haarlem. De Sint Bavokerk heet ook wel de Grote Kerk en wordt in de volksmond ‘de oude baaf’ genoemd. De kerk wordt al vermeld in documenten uit 1245. Sindsdien is de kerk uitgebreid tot de huidige omvang met zeven klokken en een prachtige toren. Tot op de dag van vandaag is de Sint Bavokerk het hoogste gebouw van Haarlem en domineert het al vele eeuwen de skyline van de binnenstad.

Met dank aan Peter Hammann voor de informatie over de portretbuste van Koning Willem I.

 

Publicatiedatum: 11/11/2013